[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. E.N. Spijkerman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 22 mei 2026 niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiseres en haar gemachtigde zijn, zonder kennisgeving, niet verschenen.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
2. Verweerder heeft op de zitting met de gemachtigde van eiseres op 11 augustus 2026 gevoerde e-mail correspondentie getoond, waarin staat dat de gemachtigde van eiseres die dag nogmaals contact zal leggen met eiseres. Als verweerder niets meer hoort van de gemachtigde dan heeft zij ook geen reactie van eiseres meer ontvangen.
3. Gelet hierop en op de melding van 1 juli 2026 dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep.
4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat wanneer een vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder te laten weten waar hij of zij verblijft er in principe vanuit kan worden gegaan dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dat is anders als een vreemdeling nog contact met zijn of haar gemachtigde heeft.
5. De rechtbank heeft op 10 juli 2026 een bericht in het dossier geplaatst met de vraag of de gemachtigde van eiseres nog contact heeft met eiseres en of zij op de hoogte is van de verblijfplaats van eiseres.
6. De gemachtigde van eiseres heeft op 14 juli 2026 in een reactie op het bericht van de rechtbank gesteld dat zij nog contact heeft met eiseres, dat deze nog altijd in Nederland verblijft, en dat zij samen met eiseres de Dienst Terugkeer en Vertrek heeft bericht om een afspraak met haar te maken voor het inplannen van een nieuwe overdrachtsdatum.
7. Nu eiseres noch haar gemachtigde ter zitting is verschenen en verweerder ter zitting heeft verklaard na de e-mailcorrespondentie niets meer van de gemachtigde te hebben vernomen, gaat de rechtbank er vanuit dat er geen contact meer is tussen eiseres en gemachtigde en dat eiseres dus geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk.
8. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026 door
mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.
12 augustus 2026
Documentcode: 025-895-465-251
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.