ECLI:NL:RBGEL:2026:6783

ECLI:NL:RBGEL:2026:6783

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer 05/287253-19
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verlenging voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel met 6 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats: Zutphen

Parketnummer : 05/287253-19

Datum uitspraak: 25 augustus 2026

Beschikking op de vordering tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken ex 77ta lid 2 Wetboek van Strafrecht jo artikel 6:6:32 Wetboek van Strafvordering.

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats],

wonende aan het [adres], [postcode] in [woonplaats].

Raadsvrouw: mr. S. Striekwold, advocaat in Doetinchem.

De procedure

De rechtbank heeft bij vonnis van 3 december 2020 aan betrokkene de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de maatregel) opgelegd.

De termijn van de maatregel is ingegaan op 22 mei 2021 en bij beslissing van de rechtbank van 3 december 2024 voor het laatst verlengd met 9 maanden.

De voorwaardelijke beëindiging van de maatregel is ingegaan op 29 juli 2025.

De officier van justitie heeft op 25 juni 2026 een vordering ingediend tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel met een termijn 6 maanden onder de voorwaarden die eerder zijn vastgesteld.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder het voortgangsverslag aan opdrachtgever van 10 februari 2026, de officiële waarschuwing van 20 maart 2026 en het verlengingsadvies van de reclassering van 18 juni 2026.

Ter zitting van 11 augustus 2026 zijn gehoord:

- betrokkene;

- zijn raadsvrouw;

- deskundige mw. B. Robben, reclasseringswerker;

- de officier van justitie.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd. Betrokkene heeft de afgelopen tijd voornamelijk zijn eigen koers gevaren in het reclasseringstoezicht. Hij zal vanaf nu met bewijsmiddelen moeten aantonen dat hij daadwerkelijk de benodigde acties onderneemt om aan de opgelegde voorwaarden omtrent financiën, onderwijs en werk te voldoen. Als hij dit niet op korte termijn doet, zal de reclassering worden gevraagd de zaak terug te melden zodat hieraan consequenties kunnen worden verbonden.

Het standpunt van betrokkene

De raadsvrouw heeft gepleit voor afwijzing van de vordering. Betrokkene vindt dat de maatregel lang genoeg heeft geduurd en ziet geen meerwaarde meer in het reclasseringstoezicht. Bovendien is het de vraag in hoeverre hij nog pedagogisch beïnvloedbaar is.

Betrokkene is van mening dat hij zijn best heeft gedaan aan alle voorwaarden mee te werken. Het is niet aan hem te wijten dat het hem niet is gelukt betaald werk te vinden, een bankrekening te openen en daarmee inzage te geven in zijn financiën en een bewijs van inschrijving van de opleiding te laten zien.

Het advies van de reclassering

Het (tweede) STP van betrokkene is voortvarend verlopen. De begeleiding vanuit Onderdebomen en de budgetcoach zijn positief afgesloten. Tijdens de overgangsfase van STP naar de voorwaardelijke beëindiging werd betrokkene ziek en raakte zijn moeder ernstig ziek. Hij beëindigde zijn detacheringscontract en kwam zonder dagstructuur en inkomen te zitten. Eind januari/begin februari 2026 kwam betrokkene zijn meldplichtafspraken niet meer na en in de periode hierna was hij drie weken volledig uit contact met de reclassering. Ook gaf hij de reclassering geen inzage in zijn financiën. Op 10 februari heeft betrokkene een aanwijzing gekregen van de reclassering om zijn bank-app in orde te maken. Op 20 maart 2026 kreeg hij bovendien een officiële waarschuwing dat hij zich niet had gehouden aan de voorwaarden meldplicht en het bieden van openheid over zijn financiën. Inmiddels is het contact met de reclassering hersteld en komt betrokkene veelal zijn afspraken na. Openheid en inzicht in zijn financiën heeft betrokkene echter nog niet gegeven, ook niet nadat hij hierop meerdere keren is aangesproken. In de officiële waarschuwing schrijft de reclassering dat betrokkene sinds de start van de voorwaardelijke beëindiging geen inzage heeft gegeven in zijn financiën.

De reclassering maakt zich zorgen over betrokkene. Hij is recent als verdachte gehoord in een onderzoek naar online fraude en oplichting. Het zou gaan om feiten gepleegd in de periode november 2025 tot mei 2026. De status en verdere afhandeling van het onderzoek is ten tijde van het opmaken van het advies nog niet bekend. Het opbouwen van stabiliteit op het gebied van opleiding/betaald werk en het op orde krijgen van zijn financiën is met name het laatste half jaar gestagneerd door een combinatie van externe factoren (eigen ziekte en huidige ziekteproces van moeder) en zijn veranderende houding. Het risico op recidive is nog steeds gemiddeld tot hoog. Risicofactoren zijn het sociale netwerk van betrokkene, zijn psychosociaal functioneren, zijn houding en het ontbreken van dagstructuur, een betaalde baan en inkomen. Tegelijkertijd bestaan er twijfels over de (pedagogische) beïnvloeding van betrokkene vanuit de maatregel en het reclasseringstoezicht. Hij presenteert zich als open en meewerkend, maar komt vervolgens niet tot de benodigde acties. Hij stelt zich hierin sociaal wenselijk op, vaart voornamelijk zijn eigen koers en laat zich niet of beperkt sturen. De reclassering ziet nog mogelijkheden om betrokkene te begeleiden, maar dan moet hij wel openheid van zaken geven en bereid zijn tot gedragsverandering om het recidiverisico te verminderen. De reclassering adviseert daarom de voorwaardelijk beëindiging van de maatregel te verlengen met een termijn van 6 maanden onder dezelfde voorwaarden die de rechtbank eerder heeft vastgesteld.

Toelichting ter zitting

Op de zitting heeft de reclasseringswerker dit advies gehandhaafd en als volgt aangevuld. Er zijn veel zorgen over betrokkene. Het is hem sinds oktober 2025 niet gelukt betaald werk te vinden en daarmee voor inkomen te zorgen. Nog steeds heeft hij geen openheid en inzage in zijn financiën gegeven. Hij heeft aangegeven zich te hebben aangemeld voor een opleiding bij het ROC die in augustus 2026 zou beginnen maar een concrete startdatum of een inschrijfbewijs heeft hij niet. Bewijs dat hij zich daadwerkelijk heeft ingespannen om aan deze verplichtingen te voldoen heeft hij evenmin, of in ieder geval niet laten zien. Hij moet nu daadwerkelijk tot actie overgaan en deze zaken regelen om zijn leven op orde te krijgen.

De officier van justitie heeft op de zitting aangegeven dat de status van de nieuwe zaak (fraude en oplichting) waarin betrokkene als verdachte is gehoord, nog niet bekend is.

De beoordeling door de rechtbank

Voor de verlenging van de voorwaardelijke beëindiging zijn in de Wet USB geen criteria opgenomen. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft hierover onder meer het volgende gezegd (ECLI:NL:GHARL:2020:4991):

“Het stelsel van voorwaardelijke beëindiging is ingevoerd om te voorzien in een periode van nazorg aansluitend aan het verblijf van de jeugdige in een inrichting. Deze periode staat in het teken van een goede terugkeer van de jeugdige in de maatschappij, om op deze wijze de resultaten zeker te stellen van de behandeling en resocialisatie die heeft plaatsgevonden onder de vigeur van de maatregel. De instrumenten van terugplaatsing in de inrichting, stellen van bijzondere voorwaarden en verlenging van de duur van de voorwaardelijke beëindiging staan ten dienste van dit doel. Onder andere vormen zij een dwingend kader om de jeugdige tot medewerking aan het nazorgtraject te bewegen en in zoverre zijn zij dan sancties op een gebrek aan medewerking. Aspecten die ook bij de verlenging van de maatregel een rol spelen, zoals recidivegevaar en het belang van de ontwikkeling van de jeugdige, zijn daarbij van belang, maar niet noodzakelijkerwijs bepalend.”

De rechtbank volgt het standpunt van betrokkene en zijn raadsvrouw niet dat verlenging van de voorwaardelijke beëindiging geen meerwaarde meer heeft voor de ontwikkeling van betrokkene. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene nog kan profiteren van de bijzondere voorwaarden en begeleiding van de reclassering in een dwingend kader om zijn leven op orde te krijgen. Voor een goede terugkeer in de maatschappij heeft betrokkene nog belangrijke stappen te zetten op de leefgebieden financiën, werk en onderwijs. Met name zijn (toenmalige) financiële situatie was een belangrijke drijfveer voor het plegen van de delicten waarvoor aan hem de maatregel is opgelegd. Zijn financiën zijn nog steeds een belangrijk aandachtspunt en een risicofactor.

Door de reclassering geen inzage te geven in zijn financiën, heeft betrokkene deze bijzondere voorwaarde overtreden. Op basis van het reclasseringsadvies en wat op de zitting is besproken, heeft de rechtbank niet de overtuiging gekregen dat betrokkene de afgelopen periode erg zijn best heeft gedaan om te voldoen aan de voorwaarden op het gebied van financiën, werk en onderwijs en daarvan maximaal te profiteren. De rechtbank deelt de zorgen van de reclassering over de houding en intrinsieke motivatie van betrokkene. Mede gezien het ingrijpende ziekteproces van zijn moeder de afgelopen periode, geeft de rechtbank hem voor nu het voordeel van de twijfel. Dit betekent wel dat betrokkene vanaf nu met daden moet laten zien dat hij de voorwaarden serieus neemt en zijn verantwoordelijkheid neemt. Hij moet de reclassering daadwerkelijk inzage geven in zijn financiën en zijn middelen van bestaan. Ook moet hij vanaf nu aan de reclassering alle stukken overleggen van zijn gestelde inspanningen om onderwijs te volgen, betaald werk te vinden en zijn financiën op orde te krijgen zodat een goed beeld kan worden gevormd van de acties die hij hiervoor onderneemt en heeft ondernomen. Deze stukken kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een inschrijfbewijs van de opleiding, correspondentie met de onderwijsinstelling, berichten van de bank over het openen van een rekening, inzage in een bank-app of rekeningafschriften, bevestigingen van sollicitaties en de uitkomst daarvan. De rechtbank wijst betrokkene erop dat hij de reclassering hierbij ook om hulp kan vragen. Indien betrokkene de komende periode niet aantoonbaar aan deze voorwaarden voldoet, kan de officier van justitie in overleg met de reclassering hieraan de nodige consequenties verbinden. Daaronder valt de mogelijkheid de rechtbank te verzoeken betrokkene tijdelijk te plaatsen in een inrichting, zoals een instelling voor ter beschikking gestelden of een penitentiaire inrichting.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel conform het advies van de reclassering moet worden verlengd met een termijn van 6 maanden.

Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De voorwaardelijke beëindiging zou zonder verlenging zijn geëindigd op 30 juli 2026. De rechtbank verlengt de voorwaardelijke beëindiging nu met een termijn van 6 maanden. Hierdoor eindigt de maatregel onvoorwaardelijk op 26 januari 2027.

De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden.

De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissing

De rechtbank:

-verlengt de voorwaardelijke beëindiging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene] voor een periode van 6 maanden;

-stelt daarbij dat de eerder opgelegde algemene en bijzondere voorwaarden blijven gelden:

 dat betrokkene zich tijdens de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 dat betrokkene voor het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en medewerking verleent aan het toezicht door de reclasseringsinstantie;

 dat betrokkene zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

 dat betrokkene een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien. Dat is nodig om zijn identiteit vast te stellen;

 dat betrokkene zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

 dat betrokkene de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

 dat betrokkene meewerkt aan huisbezoeken door de reclassering;

 dat betrokken de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

 dat betrokkene zich niet vestigt op een ander adres, zonder toestemming van de reclassering;

 dat betrokkene meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht van de reclassering;

 dat betrokkene niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat, zonder toestemming van de reclassering;

 dat betrokkene zich laat behandelen door ambulante (woon)begeleiding Onder de Bomen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig acht. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

 dat betrokkene zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en/of een passende opleiding, met een vaste structuur. Betrokkene verandert niet van dagbesteding, zonder toestemming van de reclassering. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;

 dat betrokkene meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;

 dat betrokkenheid openheid geeft over zijn financiën. Hij maakt deze bespreekbaar en inzichtelijk. Hij werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen. Hij biedt zijn bankrekening/ afschriften ter controle aan, aan zijn budgetcoach en/of de reclassering, indien de budgetcoach en/of de reclassering dit noodzakelijk acht. Betrokkene werkt mee aan budgetbegeleiding, indien de reclassering dit noodzakelijk acht;

De rechtbank geeft de reclassering opdracht tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en betrokkene ten behoeve daarvan te begeleiden.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.W. Stoet, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A. Tegelaar en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 augustus 2026.

Mr. Stoet en mr. Tegelaar zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.W. Stoet

Griffier

  • mr. H.J.M. Fransen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand