RECHTBANK GELDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
raadkamernummer : 26-009844 (oorspronkelijk: 24-021325)
datum : 12 augustus 2026
beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),
wonende aan de [adres] in ([postcode]) [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),
raadsman: mr. N. Claassen, advocaat in Rotterdam,
hierna te noemen: klager.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat op 5 juni 2024 onder [naam] een personenauto, type Audi RS3, met Duits kenteken [kenteken] in beslag is genomen.
Procedure
Het klaagschrift is op 27 augustus 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De rechtbank heeft vervolgens op 5 december 2024 het klaagschrift ongegrond verklaard.
Tegen deze beschikking is namens klager cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, waarna de Hoge Raad bij arrest van 17 maart 2026 de beschikking van de rechtbank heeft vernietigd en de zaak heeft terugverwezen naar de rechtbank Gelderland.
Het openbaar ministerie heeft op 12 april 2026 medegedeeld dat het inbeslaggenomen voorwerp inmiddels is teruggegeven aan klager. De raadsman heeft bij e-mailbericht van 11 augustus 2026 het klaagschrift gehandhaafd.
De rechtbank heeft op 12 augustus 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de officier van justitie op zitting gehoord. De raadsman heeft op voorhand per e-mail laten weten dat klager en hijzelf niet ter zitting zullen verschijnen en heeft enkele stukken uit de eerdere raadkamerprocedure overgelegd.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp.
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien het openbaar ministerie het inbeslaggenomen voorwerp inmiddels heeft geretourneerd.
Beoordeling
Gebleken is dat het inbeslaggenomen voorwerp reeds is teruggegeven aan klager. Er rust daarom geen beslag meer op en klager heeft geen belang meer bij een beslissing.
Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag.
De rechtbank ziet in deze omstandigheden geen reden voor een integrale herbeoordeling van haar eerdere beschikking, zoals door de raadsman op voorhand is verzocht.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. T.F.R. Litan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.