RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2026
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de Autoriteit Persoonsgegevens, de AP
Samenvatting
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/601
in de zaak tussen
en
(gemachtigden: mr. C. Beckers en mr. J.M.A. Koster).
1. Deze uitspraak gaat over een door eiseres bij de AP ingediende klacht over het onderzoeksbureau Riscon dat volgens eiseres in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft gehandeld. De AP heeft geen overtreding kunnen vaststellen en afgezien van een nader onderzoek naar de klacht. Eiseres is het niet eens met deze beslissing van de AP. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de beslissing van de AP om af te zien van een nader onderzoek naar de klacht van eiseres.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de AP de klacht van eiseres in gepaste mate heeft onderzocht en geen nader onderzoek heeft hoeven doen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een klacht ingediend bij de AP over onderzoeksbureau Riscon dat volgens eiseres in strijd met de AVG heeft gehandeld. De AP heeft de klacht opgevat als een verzoek om handhavend op te treden tegen Riscon. De AP heeft de klacht beoordeeld en in het besluit van 12 maart 2024 besloten geen verder onderzoek te zullen doen. Met het bestreden besluit van 7 november 2024 op het bezwaar van eiseres is de AP bij dit besluit gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, [persoon 1] (ICT-onderzoeker, die met eiseres is meegekomen) en de gemachtigden van de AP.
Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep van eiseres ontvankelijk?
3. Niet in geding is dat eiseres haar beroepschrift per abuis naar het Openbaar Ministerie (OM) heeft gestuurd. Het OM heeft op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een doorzendplicht. Hoewel het OM niet aan deze doorzendplicht heeft voldaan, heeft dit naar het oordeel van de rechtbank niet tot gevolg dat het beroep van eiseres te laat is ingediend. Niet in geschil is immers dat eiseres in beroep heeft willen gaan tegen de beslissing op bezwaar en de brief die daarvoor was bestemd naar het OM heeft gestuurd. Ook is niet in geschil dat eiseres dit tijdig heeft gedaan, zodat het beroepschrift op grond van artikel 6:15, tweede lid, van de Awb tijdig is ingediend. Dat eiseres vervolgens een nieuw beroepschrift naar de rechtbank heeft gestuurd, laat onverlet dat haar eerste beroepschrift tijdig bij het onbevoegde bestuursorgaan is ingediend en dat eiseres daarom ontvankelijk is in haar beroep. Het beroepschrift dat eiseres naar de rechtbank heeft gestuurd behandelt de rechtbank als aanvulling op het reeds door eiseres ingestelde beroep.
Achtergrond van de klacht
4. Eiseres heeft Riscon een onderzoek laten doen naar de inkomsten van haar ex-man, in verband met zijn alimentatieverplichtingen. Daarnaast heeft eiseres Riscon gevraagd om onderzoek te doen naar haar telefoon en laptop. Eiseres heeft ten behoeve van dat onderzoek wachtwoorden aan Riscon gegeven. Eiseres stelt dat Riscon haar gegevens tegen haar wil, en in strijd met de AVG heeft gedeeld met haar ex-partner en zijn advocaat en dat Riscon toegang heeft gehouden tot haar apparatuur en e-mailaccount. Eiseres wijst op onregelmatigheden in haar mailbox en de omstandigheid dat haar ex-partner en zijn advocaat kennis hebben van gegevens over eiseres die zij naar eigen zeggen niet aan haar ex-partner of zijn advocaat heeft verstrekt. Zij heeft daarop de onderhavige klacht ingediend bij de AP.
Het betoog van eiseres
5. Eiseres betoogt dat de AP haar klacht ten onrechte niet verder heeft onderzocht. Eiseres wijst erop dat er wel degelijk bewijzen zijn dat Riscon in strijd met de AVG haar persoonsgegevens heeft doorgespeeld aan haar ex-partner en zijn advocaat. Eiseres wijst erop dat Riscon haar in het kader van het onderzoek van haar laptop en telefoon om wachtwoorden heeft gevraagd, terwijl dit niet nodig is. Eiseres heeft haar laptop door een ander [softwarebedrijf] laten nakijken, waarbij onder andere geïnfecteerde bestanden zijn aangetroffen en verwijderd, hetgeen Riscon volgens eiseres had moeten doen. Verder is eiseres haar geheime adres bekend geworden bij de advocaat van haar ex-partner, hetgeen volgens eiseres alleen via Riscon kan zijn gebeurd. Verder verdenkt eiseres Riscon ervan toegang te hebben gehouden tot haar mailbox, omdat er mails worden geopend waarvan eiseres zelf weet dat zij deze niet heeft geopend. Verder is volgens eiseres sprake van mailwisselingen in haar mailbox over het vermoeden van fraude door haar ex-partner, waarvan eiseres zich niet kan herinneren dat zij deze heeft gevoerd met een bedrijf waarvan zij niet heeft gehoord. De enige die daarbij belang heeft volgens eiseres, is Riscon. Ook heeft eiseres in haar bestandenmap bestanden ontdekt die zij er niet in heeft gezet, hetgeen volgens eiseres dus wel door een derde zou moeten zijn gedaan. Eiseres betoogt dat Riscon en haar ex-partner elkaar kennen uit het verleden, en dat daarin een motief kan zijn gelegen voor het delen van de gegevens van eiseres met haar ex-partner.
Het juridisch kader
6. Op grond van artikel 57, eerste lid, aanhef en onder f, van de AVG onderzoekt de AP de inhoud van de klacht in de mate waarin dat gepast is. De AP heeft beleidsruimte om al dan niet handhavend op te treden. Die beleidsruimte heeft de AP ingevuld met beleidsregels. De AP bepaalt aan de hand van de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek AP, zoals deze golden ten tijde van de beslissing op bezwaar, welke klachten in welke mate worden onderzocht. De AP hanteert op dit gebied een vaste werkwijze. De AP beoordeelt of de klacht voldoet aan de formele vereisten en maakt een eerste inhoudelijke beoordeling. Indien, zoals in dit geval, niet duidelijk is of er een overtreding is gepleegd, dan beslist de AP op grond van prioriteringscriteria of een klacht verder zal worden onderzocht.
Beoordeling door de rechtbank
7. Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat sinds het bestreden besluit volgens haar sprake is geweest van oneigenlijk gebruik van haar telefoonnummer, spoofing genaamd. De rechtbank zal het betoog van eiseres over deze gestelde spoofing echter niet bij de beoordeling van het beroep betrekken, omdat de feiten zich hebben voorgedaan na het bestreden besluit. De rechtbank zal in deze uitspraak het bestreden besluit beoordelen en daarmee de vraag of de AP heeft mogen afzien van verder onderzoek van de klacht van eiseres.
8. De rechtbank is van oordeel dat de AP de klacht van eiseres in gepaste mate heeft onderzocht en niet verder heeft hoeven onderzoeken. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot haar oordeel is gekomen.
De AP stelt zich naar het oordeel van de rechtbank allereerst terecht op het standpunt dat uit de klacht van eiseres en de door haar overgelegde documenten niet blijkt dat Riscon haar persoonsgegevens heeft verwerkt in strijd met de AVG.
De AP heeft ter zitting uitgelegd dat zij van eiseres weliswaar niet verwacht dat zij bewijst dat Riscon als verwerkingsverantwoordelijke de AVG heeft overtreden, maar dat zij van eiseres wel verwacht dat zij daartoe objectieve aanknopingspunten aanlevert. De rechtbank deelt het standpunt van de AP dat het betoog van eiseres en de door haar overgelegde stukken geen objectieve aanknopingspunten bevatten dat Riscon de AVG heeft overtreden.
Uit het betoog van eiseres en de door haar overgelegde stukken volgt niet dat de advocaat van de ex-partner van eiseres via Riscon op de hoogte is gekomen van eiseres haar adres en inkomensgegevens. Daarbij komt dat niet is uitgesloten dat de ex-partner van eiseres of zijn advocaat op een andere manier aan deze gegevens zijn gekomen. Dat eiseres niet weet welke manier dat dan zou moeten zijn, betekent nog niet dat het daarom wel Riscon moet zijn geweest die deze gegevens aan haar ex-partner en zijn advocaat heeft verstrekt.
Uit het betoog van eiseres volgt bovendien niet dat Riscon daadwerkelijk toegang heeft gehouden tot de laptop of de telefoon van eiseres. Dat [softwarebedrijf] een trackingcookie heeft gevonden maakt dat niet anders. Daarmee is geen aanwijzing in de richting van Riscon gegeven. Bovendien is niet zondermeer gegeven dat Riscon ten onrechte om de wachtwoorden van eiseres haar laptop en telefoon heeft gevraagd. Verder is niet gegeven dat, al heeft eiseres alle wachtwoorden aan Riscon gegeven, het Riscon is die verantwoordelijk is voor de (volgens eiseres) onverklaarbare gebeurtenissen op haar computer en in haar mailbox, nu eiseres heeft aangegeven de wachtwoorden te hebben veranderd en inmiddels gebruik te maken van een wachtwoord/gegevenskluis. Eiseres haar betoog dat de onverklaarbare gebeurtenissen op haar computer en in haar mailbox wel te linken moeten zijn aan Riscon omdat zij niet aan anderen toegang heeft gegeven tot haar computer is onvoldoende, omdat daarmee geen objectieve aanknopingspunten zijn gegeven dat Riscon daadwerkelijk voor de gestelde gedragingen verantwoordelijk is.
Dat de ex-partner van eiseres in het verleden samen met Riscon betrokken is geweest bij een diefstalzaak en zij elkaar volgens eiseres kennen, maakt het op zichzelf niet aannemelijk dat Riscon gegevens aan de ex-partner van eiseres verstrekt. Ook blijkt uit de e-mails van eiseres naar International Security Partners voor de rechtbank niet dat deze mails door een derde, laat staan Riscon, zijn geschreven.
De AP komt daarom terecht tot de slotsom dat uit het betoog van eiseres en de door haar overgelegde stukken niet kan worden opgemaakt dat Riscon de AVG heeft overtreden. De AP stelt zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt dat er geen aanleiding is voor een nader onderzoek naar de klacht.
De AP heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt kunnen stellen dat zij voldoende onderzoek naar de klacht heeft verricht en dat er geen breder maatschappelijk belang bestaat bij het nader onderzoeken van de klacht. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat Riscon, mocht de AP niet handhaven, ook gegevens van anderen zou kunnen verspreiden, maar heeft dit niet onderbouwd. Ter zitting heeft de AP aangegeven niet bekend te zijn met andere klachten over Riscon. In het verlengde hiervan wijst de AP er terecht op dat de klacht van eiseres niet valt onder een van de aandachtsgebieden die door de AP zijn vastgesteld. De AP heeft naar het oordeel van de rechtbank ook mogen afzien van nader onderzoek omdat dit te tijdsintensief zou zijn, terwijl er geen aanknopingspunten zijn dat de AP met een verder onderzoek wel een overtreding van de AVG door Riscon kan vaststellen.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het niet verder behandelen van eiseres haar klacht in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. R.P.C.M. van Wel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op:
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.