ECLI:NL:RBGEL:2026:6834

ECLI:NL:RBGEL:2026:6834

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer ARN 26/3370
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

voorlopige voorziening, WVO 2020, verwijdering van school, belangenafweging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

College van Bestuur Stichting Quadraam

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/3370

(gemachtigde: mr. J.A. Schadd),

en

(gemachtigde: mr. J.A. Keijser).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van 16 juni 2026 om de zoon van verzoekster, [zoon] , te verwijderen van het [school 1] in [plaats] . Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt om een voorlopige voorziening. Zij voert daartoe een aantal gronden aan.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. [zoon] volgt een opleiding aan het [school 1] in [plaats] . Op 29 mei 2026 heeft zich op school een incident voorgedaan tussen [zoon] en een andere leerling (hierna: [leerling] ), waarbij [zoon] [leerling] dusdanig bij de nek heeft vastgehouden dat [leerling] buiten bewustzijn is geraakt en op de grond is gevallen. Dit incident is vastgelegd op beeld. [zoon] is vervolgens geschorst.

Op 5 juni 2026 is een voornemen tot verwijdering van school gestuurd. Op 10 juni 2026 heeft verzoekster een mondelinge zienswijze gegeven. Daarna is de zienswijze nog op schrift gesteld.

Bij bestreden besluit van 16 juni 2026 heeft het college besloten [zoon] definitief van school te verwijderen. [zoon] kan met ingang van het komende schooljaar starten in Havo 4 van het [school 2] [plaats] .

Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, [gemachtigde] en [zoon] . Daarnaast hebben aan de zitting deelgenomen: de gemachtigde van het college, [rector] , mr. R.D.B. Jansen en [persoon] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Is er een spoedeisend belang?

3. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat het nieuwe schooljaar start en [zoon] belang heeft bij duidelijkheid over zijn schoolgang.

Heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen?

4. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Daarbij merkt de voorzieningenrechter nadrukkelijk op dat de bestuursrechter een ander beoordelingskader heeft dan de strafrechter.

5. Op grond van artikel 8.15, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs (hierna: WVO 2020), kan het bevoegd gezag een leerling van school verwijderen. Het bevoegd gezag verwijdert een leerling pas definitief van de school nadat de leerling, indien de leerling jonger is dan 18 jaar ook diens ouders, in de gelegenheid zijn gesteld hierover te worden gehoord, het bevoegd gezag ervoor heeft gezorgd dat het bevoegd gezag van een andere school bereid is de leerling toe te laten en overleg met de inspectie heeft plaatsgevonden.

De voorzieningenrechter overweegt dat uit artikel 8.15, eerste lid, van de WVO 2020, volgt dat het college een grote beleidsruimte heeft bij besluiten over verwijdering van een leerling van school. Een dergelijk besluit dient echter wel evenredig te zijn als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dit betekent dat het belastende besluit, in dit geval tot verwijdering van [zoon] van school, geschikt, noodzakelijk en evenwichtig moet zijn.

6. Tussen partijen is niet in geschil dat is voldaan aan de procedurele vereisten van artikel 8.15 van de WVO 2020.

7. Partijen hebben echter een andere lezing bij het incident tussen [zoon] en [leerling] en hangen hier beiden een andere kwalificatie aan. Zij zijn het oneens over de geschiktheid, de noodzaak en de evenwichtigheid van het besluit tot verwijdering van [zoon] van school.

Verzoekster spreekt van een (uit de hand gelopen) stoeipartij tussen vrienden. Volgens verzoekster was er geen sprake van een conflict of ruzie, was er geen sprake van opzet bij [zoon] en is [zoon] , nadat [leerling] buiten bewustzijn is geraakt, direct hulp gaan halen. Ook heeft [zoon] direct zijn excuses aangeboden. Verzoekster voelt zich in haar standpunt gesteund door het advies van de Raad voor de Kinderbescherming en het feit dat het Openbaar Ministerie de zaak heeft geseponeerd. [zoon] krijgt ondersteuning van Denkkracht en hij staat open voor herstelgesprekken. [zoon] wil graag terugkeren naar het [school 1] .

Het college betwist dat er sprake was van een stoeipartij tussen vrienden. [zoon] en [leerling] zijn geen vrienden en uit beeldmateriaal blijkt dat er geen stoeipartij aan de nekklem vooraf is gegaan. [zoon] heeft bij [leerling] een nekklem gezet en heeft de signalen van [leerling] om te stoppen genegeerd, waarna [leerling] buiten bewustzijn is geraakt. Het college weerspreekt dat [zoon] direct hulp is gaan halen. Het college blijft bij het standpunt dat een terugkeer van [zoon] naar school niet mogelijk is.

8. De voorzieningenrechter heeft de overgelegde stukken gelezen en het beeldmateriaal bekeken. Daar waar de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie het in de stukken hebben over een stoeipartij tussen [zoon] en [leerling] , lijkt daar naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter gezien het getoonde beeldmateriaal geen sprake van te zijn. Op het beeldmateriaal is te zien dat [leerling] en een andere jongen in gesprek/discussie zijn, dat [zoon] [leerling] benadert en dat [zoon] vervolgens van achteren de nek van [leerling] klemt, waarna [leerling] buiten bewustzijn raakt. Dat [zoon] niet de opzet had om [leerling] buiten bewustzijn te brengen (dan wel erger), zoals ook in de verschillende strafrechtelijke beoordelingen is aangegeven en dat er daarom geen aanleiding was voor strafrechtelijke vervolging, is iets wat de voorzieningenrechter geheel kan volgen. Het gaat bij de beoordeling door de bestuursrechter echter om de vraag of er sprake is van ernstig wangedrag van de leerling, waardoor de leerling een ernstige bedreiging vormt voor de

orde, rust en/of veiligheid op school, zoals is bepaald in het ‘Protocol schorsing en verwijdering’ van de Stichting Quadraten. In de toelichting op deze bepaling is daarover het volgende opgenomen: Te denken valt bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, aan herhaalde driftbuien of mishandeling van een medeleerling. Het kan hier gaan om een enkele actie, maar ook om een herhaalde actie of om een gedragspatroon. Het wonderlijke is dat in het genoemde protocol exact dezelfde woorden worden gebruikt onder het kopje ‘Schorsen’. Het is voor de voorzieningenrechter dan ook moeilijk om een duiding te geven aan dit incident en om te beoordelen of het bestreden besluit in bezwaar in stand kan blijven. Om die reden zal de voorzieningenrechter zich in het kader van deze procedure beperken tot een belangenafweging.

Belangenafweging

9. De voorzieningenrechter weegt in dat kader de belangen van verzoekster (en [zoon] ) af tegen die van het college.

De belangen van verzoekster zijn dat [zoon] terug kan keren naar het [school 1] en daar zijn opleiding kan afmaken. Op zitting hebben verzoekster en [zoon] toegelicht dat [zoon] destijds bewust voor deze school heeft gekozen vanwege het sportelement en [zoon] later een opleiding in de sport wil volgen. Daarnaast is de school een vertrouwde omgeving en hij heeft daar zijn sociale netwerk. Bovendien heeft [zoon] nooit eerder problemen op school veroorzaakt. [zoon] staat open voor een herstelgesprek. De veiligheid op school komt niet in het geding bij een terugkeer van [zoon] naar school.

Het college heeft op zitting toegelicht dat school verantwoordelijk is voor de rust en veiligheid op school en er veel aan doet om deze veiligheid te waarborgen. Het gaat om een heftig incident dat veel indruk heeft gemaakt op het personeel, de leerlingen en de ouders van de leerlingen. Het college heeft naar aanleiding van dit incident veel reacties ontvangen.

Daarnaast heeft het incident een grote impact gehad op [leerling] . De school hecht er bijzonder aan het gevoel van veiligheid van [leerling] te waarborgen. [leerling] heeft bij school aangegeven dat het voor hem erg belastend zal zijn om [zoon] weer op school tegen te komen.

10. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat het belang van school bij rust en veiligheid zwaarder weegt dan het belang van [zoon] om in het nieuwe schooljaar weer te starten bij het [school 1] . De school is verantwoordelijk voor de rust en de veiligheid van de leerlingen en de voorzieningenrechter kan zich voorstellen dat een dergelijk heftig incident daar gevolgen voor heeft. Daarbij mag het college naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ook het gevoel van veiligheid van [leerling] afwegen en meenemen in de besluitvorming. Het college heeft aangegeven dat met een terugkeer van [zoon] naar school met ingang van het nieuwe schooljaar de rust en veiligheid onvoldoende kan worden gewaarborgd. Daarvoor is eerst nodig dat herstel/bemiddelinggesprekken plaatsvinden en er afspraken worden gemaakt met [zoon] . Die gesprekken zouden worden opgestart door de Raad voor de Kinderbescherming, maar hebben (nog) niet plaatsgevonden. Evenmin zijn er afspraken gemaakt. Dit traject is voor de start van het nieuwe schooljaar niet meer te realiseren.

De voorzieningenrechter beseft dat de impact voor [zoon] om van school te wisselen groot is, maar acht het voor [zoon] minder belastend om met ingang van het nieuwe schooljaar te starten op de nieuwe school en in een nieuwe klas dan later in het jaar. Mocht [zoon] na de beslissing op bezwaar terug mogen keren naar het [school 1] , dan zal het voor [zoon] gaan om een terugkeer naar een vertrouwde omgeving. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat het college op zitting heeft toegelicht dat de toekomstdroom van [zoon] om een sportopleiding te volgen niet in gevaar komt, omdat hij ook na het behalen van het diploma op de nieuwe school deze opleiding kan gaan volgen. Ook het vak filosofie zou hij op de nieuwe school moeten kunnen volgen, zo heeft de rector ter zitting aangegeven. Voorts meent de voorzieningenrechter dat [zoon] vriendschappen die hij heeft met medeleerlingen ook buiten schooltijd kan onderhouden.

Alles afwegend is het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dat het belang van school zwaarder weegt dan het belang van [zoon] . De voorzieningenrechter zal daarom het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.

Conclusie en gevolgen

11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand