ECLI:NL:RBGEL:2026:6837

ECLI:NL:RBGEL:2026:6837

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer ARN 25/1883
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Weigering van het UWV om de tijdelijke urenuitbreiding van eiseres aan te merken als tweede dienstverband, zodat zij geen recht heeft op ziekengeld voor die uren. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/1883

in de zaak tussen

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Innoforte uit Velp, ex-werkgever

(gemachtigde: mr. R.W. Verheul).

1. Deze uitspraak gaat over de weigering van het UWV om de tijdelijke urenuitbreiding van eiseres aan te merken als een tweede dienstverband, zodat zij geen recht heeft op ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) voor die uren. Eiseres is het niet eens met die beslissing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of terecht is geweigerd om de tijdelijke urenuitbreiding van eiseres als tweede dienstverband aan te merken.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 22 oktober 2024 heeft het UWV bepaald dat op basis van de gegevens sprake is van een tweede dienstverband en dus ook van een tweede ziekmelding. Het UWV zal de tweede ziekmelding daarom in behandeling nemen. De ex-werkgever van eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het bestreden besluit van 13 maart 2025 heeft het UWV het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard, in die zin dat met ingang van 1 januari 2024 geen recht bestaat op ziekengeld, omdat de tijdelijke urenuitbreiding niet kan worden aangemerkt als een tweede dienstverband.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het UWV, en de gemachtigde van de ex-werkgever. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de zaak ARN 24/4660. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Medische gegevens

3. De rechtbank stelt bij de beoordeling van het beroep voorop dat zij niet ingaat op de medische omstandigheden, nu eiseres geen toestemming heeft gegeven om medische gegevens te delen met de ex-werkgever.

Totstandkoming van het bestreden besluit

4. Eiseres is sinds 1 oktober 1998 werkzaam in de functie van Verzorgende IG Plus voor 24 uur per week op basis van een contract voor onbepaalde tijd. Sinds 2016 heeft eiseres voor vijf uur per week werkzaamheden verricht voor de ondernemingsraad (OR). Deze uren werden middels tijd voor tijd gecompenseerd. Op 27 juni 2022 heeft eiseres zich ziekgemeld.

Per 1 augustus 2022 is er een ‘Wijziging Arbeidsovereenkomst’ opgesteld. Het gaat om een urenuitbreiding van vijf uur per week voor OR-werkzaamheden, over de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2023 of tot het moment waarop eiseres haar werkzaamheden voor de OR beëindigt.

Eiseres heeft in verband met de beëindiging van de tijdelijke urenuitbreiding per 1 januari 2024 ziekengeld aangevraagd. Met het besluit van 22 oktober 2024 heeft het UWV bepaald dat op basis van de gegevens sprake is van een tweede dienstverband en dus ook van een tweede ziekmelding. Het UWV zal de tweede ziekmelding daarom in behandeling nemen. De ex-werkgever van eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Met het bestreden besluit heeft het UWV het bezwaar van de ex-werkgever gegrond verklaard, in die zin dat met ingang van 1 januari 2024 geen recht bestaat op ziekengeld, omdat de tijdelijke urenuitbreiding niet kan worden aangemerkt als een tweede dienstverband. In de opgestelde ‘Wijziging Arbeidsovereenkomst’ is vermeld dat partijen wensen één of meerdere onderdelen van de arbeidsovereenkomst te wijzigen en dat het de bedoeling van partijen is dat deze wijzigingsovereenkomst deel uitmaakt van de bestaande arbeidsovereenkomst. In de Wijziging arbeidsovereenkomst is niet vermeld wat de specifieke reden is van de uitbreiding van uren. Ook verschilt de arbeid volgens het UWV niet wezenlijk van de eerder afgesproken arbeid, nu eiseres al sinds langere tijd OR-werkzaamheden verrichtte.

Goede procesorde

5. Eiseres heeft op 17 juli 2026 nog aanvullende gronden en stukken ingediend. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder heeft overwogen kunnen ook na afloop van de beroepstermijn en, als die termijn is gegeven, na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), ter motivering van een eerdere beroepsgrond, nieuwe argumenten worden aangevoerd en kan nieuw bewijs worden ingediend, tenzij dat in strijd is met de goede procesorde. De goede procesorde stelt dus grenzen aan de mogelijkheid om in een lopende procedure nieuwe argumenten of nieuw bewijs in te brengen. Dat geldt ook als het nog meer dan tien dagen duurt voordat de zitting plaatsvindt, zoals geregeld in artikel 8:58 van de Awb. De Afdeling hanteert twee vragen om te beoordelen of de goede procesorde wordt geschonden. De eerste vraag is of voor de overige partij(en) te weinig tijd resteert om zich er inhoudelijk over uit te laten. De tweede vraag is of de zaak moet worden aangehouden met als gevolg een onwenselijke of onaanvaardbare vertraging van de procedure in het licht van de belangen van de overige partij(en) en een goede rechtspleging. Onder dat laatste valt ook de voorbereiding van de zitting door de bestuursrechter. Bij de invulling van deze twee vragen speelt in ieder geval een rol of het bewijsmiddel eerder had kunnen worden ingediend, de omvang van het bewijsmiddel, de complexiteit ervan en de deskundigheid die vereist is om daar adequaat op te reageren.

De rechtbank betrekt de op 17 juli 2026 binnengekomen stukken niet bij de beoordeling van het beroep, omdat de goede procesorde zich daartegen verzet. De gemachtigde van eiseres heeft tijdens de zitting vermeld dat pas op 17 juli 2026 aanvullende gronden en stukken zijn ingediend, omdat de gemachtigde ziek is geweest en het dossier zeer omvangrijk is. De gemachtigde van eiseres had de rechtbank in het kader van zijn ziekte kunnen verzoeken om aanhouding, maar heeft dat niet gedaan. Juist gelet op het omvangrijke dossier had het op de weg van (de gemachtigde van) eiseres gelegen om tijdig aanvullende gronden en stukken in te dienen, zodat het UWV en de ex-werkgever zich inhoudelijk over de stukken hadden kunnen uitlaten en de bestuursrechter zich op de zitting kon voorbereiden. De zaak aanhouden leidt tot een onwenselijke vertraging van de procedure.

Toetsingskader

6. Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de ZW wordt geen ziekengeld uitgekeerd aan de verzekerde die recht heeft op doorbetaling van loon tijdens ziekte op grond van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van artikel 29, tweede lid, derde volzin en onder c, van de ZW, voor zover hier van belang, wordt aan de verzekerde van wie de dienstbetrekking, zoals bedoeld in artikel 3 van de ZW, binnen het in het vijfde lid van artikel 29 van de ZW genoemde tijdvak van 104 weken eindigt, ziekengeld uitgekeerd vanaf de eerste dag van ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in de uitspraken van 18 februari 2003 en 18 januari 2012 overwogen dat er geen grond is om een splitsing in twee dienstbetrekkingen tussen dezelfde werknemer en werkgever te maken als de werkzaamheden in de extra uren niet wezenlijk verschillen van het werk binnen de al eerder contractueel vastgelegde uren en er ook overigens geen verschillende arbeidsvoorwaarden gelden. Wordt aan deze voorwaarden niet voldaan, dan kan ook worden gesproken van te onderscheiden dienstbetrekkingen als blijkt dat partijen specifieke redenen hebben waarom zij die overeenkomst(en) zijn aangegaan en wat de arbeidsomvang en (maximum)duur van die overeenkomst(en) is.

Tweede dienstverband

7. Eiseres heeft aangevoerd dat het UWV ten onrechte heeft geconcludeerd dat geen recht bestaat op ziekengeld per 1 januari 2024. Volgens eiseres heeft het UWV de arbeidsovereenkomst onjuist geïnterpreteerd. De tijdelijke urenuitbreiding moet worden gezien als een aparte overeenkomst voor bepaalde tijd. Eiseres was voor haar reguliere werkzaamheden verantwoordelijk tegenover haar teamleider, maar voor de OR-werkzaamheden tegenover de voorzitter van de OR. De werkzaamheden verschillen wezenlijk van elkaar. Daarnaast was eiseres zich er niet van bewust dat ze heeft ingestemd met een beperking van haar sociale zekerheidsrechten. Ze heeft geen adequate informatie ontvangen over de gevolgen van de tijdelijke uitbreiding voor haar sociale zekerheidsrechten.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake geweest van een beëindiging van een tweede dienstverband. Uit de ‘Wijziging Arbeidsovereenkomst’ blijkt dat partijen wensen één of meerdere onderdelen van de bestaande overeenkomst te wijzigen. Ook is opgemerkt dat de wijzigingsovereenkomst deel uitmaakt van de bestaande overeenkomst. Partijen hebben hiermee geen blijk gegeven dat zij afzonderlijke rechtsgevolgen aan de wijzigingsovereenkomst wilden verbinden. De arbeidsduur werd tijdelijk gewijzigd. Dat het volgens eiseres de bedoeling van de ex-werkgever was om de OR-werkzaamheden buiten het bestaande zorgcontract te plaatsen, maakt niet dat gesteld kan worden dat sprake is van een tweede dienstverband. Van wezenlijk te beschouwen verschillen in arbeid of verschillende arbeidsvoorwaarden is de rechtbank ook niet gebleken. Zoals eiseres tijdens de zitting ook heeft bevestigd, verrichtte zij de OR-werkzaamheden al sinds 2016. Sinds 2016 moest eiseres voor de OR-werkzaamheden ook verantwoording afleggen aan de OR-voorzitter. Dat in de wijzigingsovereenkomst staat vermeld dat op grond van de faciliteitenregeling Medezeggenschap een tijdelijke urenuitbreiding aan eiseres wordt gegeven maakt dat niet anders.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de beroepsgrond van eiseres dat de ex-werkgever haar had moeten informeren over de implicaties van de constructie voor haar uitkeringsrechten, niet maken dat sprake is van een tweede dienstverband. Dat gaat namelijk om de arbeidsrechtelijke verhouding tussen eiseres en haar ex-werkgever. Wat tijdens de zitting is aangevoerd over strijd met artikel 21 van de Wet op de Ondernemingsraad gaat hier daarom ook niet op.

Eiseres heeft tijdens de zitting aangevoerd dat de huidige uitleg van de ‘Wijziging Arbeidsovereenkomst’ leidt tot uitholling van haar recht op sociale zekerheid. Dat is volgens haar in strijd met artikel 9 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR). Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Daargelaten of de huidige uitleg van artikel 9 daadwerkelijk leidt tot uitholling van het recht op sociale zekerheid van eiseres, is artikel 9 van het IVESCR gelet op de bewoordingen en strekking van dat artikel en de rechtspraak van de CRvB over dat artikel geen bepaling die naar zijn inhoud eenieder kan verbinden.

Eiseres heeft aangevoerd dat sprake is van strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat het UWV in het besluit van 22 oktober 2024 expliciet heeft vastgesteld dat sprake was van een tweede dienstverband en van recht op ziekengeld. Deze beroepsgrond slaagt ook niet. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat een toezegging is gedaan dat zij recht had op ziekengeld. Er is geen ziekengeld aan eiseres toegekend in het besluit van 22 oktober 2024. In het besluit staat alleen vermeld dat sprake was een tweede dienstverband en dat de ziekmelding in behandeling zou worden genomen. Daarbij komt dat het gaat om een niet in rechte vaststaand besluit, waartegen bezwaar kan worden gemaakt en is gemaakt door de ex-werkgever.

Eiseres heeft aangevoerd dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is. Niet blijkt volgens eiseres hoe rekening is gehouden met de door haar ingediende zienswijze. Deze beroepsgrond slaagt ook niet. Het bezwaar is gemaakt door de ex-werkgever en daarom is het bestreden besluit ook gericht aan de ex-werkgever. Daarbij komt dat het UWV inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom geen sprake is van een tweede dienstverband. Het UWV heeft bovendien in beroep ook nog gereageerd op de standpunten van eiseres.

Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het UWV te verplichten het ziekengeld over te nemen. Dat verzoek valt buiten de omvang van het geding, omdat het bestreden besluit daar niet over gaat en daarom kan in deze zaak niet aan dit verzoek worden toegekomen.

Schadevergoeding

8. Eiseres heeft verzocht om een schadevergoeding, omdat zij als gevolg van de onrechtmatige besluitvorming en de daaropvolgende vertraging in de procedure financiële schade heeft geleden. Daarnaast verzoekt eiseres om een immateriële schadevergoeding wegens de zeer onzorgvuldige behandeling door het UWV.

Op grond van artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van de schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit. Uit wat hierboven is overwogen volgt dat het bestreden besluit niet onrechtmatig is. Het verzoek om schadevergoeding wordt alleen om die reden al afgewezen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Daarnaast wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om veroordeling van het UWV tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G. Cornelisse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand