ECLI:NL:RBGEL:2026:6838

ECLI:NL:RBGEL:2026:6838

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer ARN 24/8660
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Het UWV heeft een maatregel van 50% aan eiseres opgelegd op grond van de Ziektewet (ZW). De rechtbank is van oordeel dat eiseres een benadelingshandeling heeft gepleegd. Het UWV heeft terecht geconcludeerd dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid en daarom terecht een maatregel van 50% opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2026

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/8660

in de zaak tussen

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Innoforte uit Velp, ex-werkgever

(gemachtigde: mr. R.W. Verheul).

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van 50% die het UWV aan eiseres heeft opgelegd op grond van de Ziektewet (ZW). Eiseres is het niet eens met deze opgelegde maatregel. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de maatregel die het UWV aan eiseres heeft opgelegd.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 29 mei 2024 is aan eiseres meegedeeld dat de ex-werkgever per 1 april 2024 geen ziekengeld aan haar uitbetaalt, omdat zij onnodig een beroep doet op ziekengeld. Haar dienstverband is namelijk tijdens haar ziekte beëindigd, omdat eiseres niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. Met het bestreden besluit van 19 november 2024 (bestreden besluit 1) op het bezwaar van eiseres heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard, maar heeft het UWV de grondslag van het besluit gewijzigd. Het ziekengeld kan niet worden uitbetaald, omdat als gevolg van een gerechtelijke hoger beroepsprocedure tegen het ontslag van eiseres onzekerheid bestaat over het recht op loon en daarom kan het recht op ziekengeld niet worden vastgesteld.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit 1. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Op 12 januari 2026 heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar (bestreden besluit 2) genomen. Het UWV heeft het bezwaar tegen het besluit van 29 mei 2024 gegrond verklaard en bepaald dat wel recht bestaat op ziekengeld, maar dat deze slechts voor 50% tot uitbetaling komt, omdat eiseres een benadelingshandeling heeft gepleegd.

De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het UWV en de gemachtigde van de ex-werkgever. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de zaak ARN 25/1883. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Medische gegevens

3. De rechtbank stelt bij de beoordeling van het beroep voorop dat zij de medische omstandigheden van de zaak niet expliciet kan bespreken, nu eiseres geen toestemming heeft gegeven om medische gegevens te delen met de ex-werkgever.

Totstandkoming van de bestreden besluiten

4. Eiseres is sinds 1 oktober 1998 werkzaam bij de ex-werkgever in de functie van Verzorgende IG Plus voor 24 uur per week. Op 27 juni 2022 heeft eiseres zich ziekgemeld. Op 22 augustus 2022 is gestart met de re-integratie. Tijdens het re-integratietraject is een arbeidsconflict ontstaan.

Op 13 juli 2023 heeft eiseres een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV over de re-integratie inspanningen van de ex-werkgever.

Eiseres heeft op 12 september 2023 een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de rechtbank ingediend. De ex-werkgever heeft een tegenverzoek tot ontbinding ingediend. Op 2 oktober 2023 heeft de ex-werkgever een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV of eiseres haar re-integratie-inspanningen voldoende is nagekomen.

Op 10 november 2023 heeft het UWV eiseres bericht dat de re-integratie-inspanningen van de ex-werkgever voldoende zijn. Op 15 november 2023 heeft het UWV de ex-werkgever bericht dat de re-integratie-inspanningen van eiseres onvoldoende zijn.

De kantonrechter heeft in de beschikking van 19 januari 2024 overwogen dat geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de ex-werkgever en dat eiseres verwijtbaar haar re-integratieverplichtingen heeft geschonden. Als eiseres haar verzoek tot ontbinding intrekt, wordt per 1 april 2024 de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens verwijtbaar handelen en nalaten van eiseres.

De ex-werkgever, die ook eigenrisicodrager is voor de ZW, heeft het UWV vervolgens op 2 mei 2024 verzocht om een besluit te nemen waarin eiseres een maatregel van 100% wordt opgelegd in verband met de benadelingshandeling die eiseres heeft gepleegd zoals is omschreven in de beschikking van de kantonrechter.

Met het besluit van 29 mei 2024 is aan eiseres meegedeeld dat de ex-werkgever per 1 april 2024 geen ziekengeld aan eiseres heeft betaald, omdat eiseres onnodig een beroep doet op ziekengeld. Haar dienstverband is namelijk tijdens haar ziekte beëindigd, omdat eiseres niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen. Met het bestreden besluit 1 van 19 november 2024 op het bezwaar van eiseres heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard, maar heeft het UWV de grondslag gewijzigd. Het ziekengeld kan niet worden uitbetaald, omdat als gevolg van een gerechtelijke hoger beroepsprocedure tegen het ontslag van eiseres onzekerheid bestaat over het recht op loon en daarom het recht op ziekengeld niet kan worden vastgesteld. Eiseres heeft beroep ingesteld.

Bij beschikking van 17 februari 2025 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwaren de beschikking van de kantonrechter onder verbetering van gronden bevestigd. De redelijke grond voor ontbinding is gelegen in een verstoorde arbeidsverhouding. Geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de ex-werkgever en aan de zijde van eiseres is geen sprake van verwijtbaarheid in de zin van artikel 7:669, derde lid, aanhef en onder e, van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Met het bestreden besluit 2 heeft het UWV bepaald dat wel recht bestaat op ziekengeld, maar dat deze slechts voor 50% tot uitbetaling komt, omdat eiseres een benadelingshandeling heeft gepleegd. Eiseres heeft tijdens haar ziekte verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het UWV is tot de conclusie gekomen dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid en dat de maatregel daarom dient te worden vastgesteld op 50%.

Goede procesorde

5. Eiseres heeft op 17 juli 2026 nog aanvullende gronden en stukken ingediend. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder heeft overwogen kunnen ook na afloop van de beroepstermijn en, als die termijn is gegeven, na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), ter motivering van een eerdere beroepsgrond, nieuwe argumenten worden aangevoerd en kan nieuw bewijs worden ingediend, tenzij dat in strijd is met de goede procesorde. De goede procesorde stelt dus grenzen aan de mogelijkheid om in een lopende procedure nieuwe argumenten of nieuw bewijs in te brengen. Dat geldt ook als het nog meer dan tien dagen duurt voordat de zitting plaatsvindt, zoals geregeld in artikel 8:58 van de Awb. De Afdeling hanteert twee vragen om te beoordelen of de goede procesorde wordt geschonden. De eerste vraag is of voor de overige partij(en) te weinig tijd resteert om zich er inhoudelijk over uit te laten. De tweede vraag is of de zaak moet worden aangehouden met als gevolg een onwenselijke of onaanvaardbare vertraging van de procedure in het licht van de belangen van de overige partij(en) en een goede rechtspleging. Onder dat laatste valt ook de voorbereiding van de zitting door de bestuursrechter. Bij de invulling van deze twee vragen speelt in ieder geval een rol of het bewijsmiddel eerder had kunnen worden ingediend, de omvang van het bewijsmiddel, de complexiteit ervan en de deskundigheid die vereist is om daar adequaat op te reageren.

De rechtbank betrekt de op 17 juli 2026 binnengekomen stukken niet bij de beoordeling van het beroep, omdat de goede procesorde zich daartegen verzet. De gemachtigde van eiseres heeft tijdens de zitting vermeld dat pas op 17 juli 2026 aanvullende gronden en stukken zijn ingediend, omdat de gemachtigde ziek is geweest en het dossier zeer omvangrijk is. De gemachtigde van eiseres had de rechtbank in het kader van zijn ziekte kunnen verzoeken om aanhouding, maar heeft dat niet gedaan. Juist gelet op het omvangrijke dossier had het op de weg van (de gemachtigde van) eiseres gelegen om tijdig aanvullende gronden en stukken in te dienen, zodat het UWV en de ex-werkgever zich inhoudelijk over de stukken hadden kunnen uitlaten en de rechtbank zich tijdig op de zitting had kunnen voorbereiden. De zaak aanhouden leidt tot een onwenselijke vertraging van de procedure.

Omvang van het geding

6. Het beroep wordt gelet op artikel 6:19 van de Awb mede gericht geacht te zijn tegen het bestreden besluit 2. Het UWV is met bestreden besluit 2 deels teruggekomen van bestreden besluit 1. Daarmee is het belang van eiseres bij een beoordeling van bestreden besluit 1 in beginsel komen te vervallen. Er kan nog steeds sprake zijn van een actueel procesbelang, indien door eiseres gesteld wordt dat zij schade heeft geleden door de bestuurlijke besluitvorming en zij een uitspraak wenst met het oog op een eventuele vordering tot schadevergoeding. Daarvoor is wel vereist dat de stelling dat schade is geleden als gevolg van de besluitvorming niet op voorhand onaannemelijk is.

In het geval van eiseres is niet aan dit criterium voldaan. Eiseres heeft niet duidelijk gemaakt, laat staan onderbouwd, in welke zin en tot welk bedrag zij schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit 1. Bij gebreke van enig concreet gegeven over mogelijke schade, wordt op voorhand onaannemelijk geacht dat eiseres schade in enigerlei vorm heeft geleden door het bestreden besluit 1. Aan de gestelde schade kan dan ook geen actueel procesbelang worden ontleend.

Is er sprake van een benadelingshandeling?

7. Volgens vaste rechtspraak is er sprake van een benadelingshandeling in de zin van artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW in situaties waarin een werknemer zijn recht op loon prijsgeeft op een moment dat het arbeidsongeschiktheidsrisico al is ingetreden. Hiermee is immers een einde gekomen aan de loondoorbetalingsverplichting van een werkgever op grond van artikel 7:629 van het BW, ter vervanging waarvan nu ziekengeld wordt gevraagd. Zodoende doet een werknemer onnodig een beroep op de ZW.

De rechtbank stelt voorop dat het UWV een eigen beoordeling mocht maken of sprake is geweest van een benadelingshandeling, maar dat het UWV daarbij wel rekening moest houden met de beschikkingen van het gerechtshof en de kantonrechter die er al lagen. Dit heeft het UWV dan ook terecht gedaan. Het is de rechtbank niet gebleken dat onvoldoende informatie aanwezig was om tot een besluit te komen. De rechtbank kan het UWV volgen dat eiseres een benadelingshandeling gepleegd, omdat zij tijdens haar ziekte heeft verzocht om haar arbeidsovereenkomst te laten ontbinden. Eiseres heeft na het advies van de bedrijfsarts om een mediator in te zetten, zodat partijen konden zien hoe en of ze er met elkaar uitkwamen, meerdere malen aangegeven dat zij de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. Eiseres heeft de kantonrechter uiteindelijk op 12 september 2023 verzocht om haar arbeidsovereenkomst te ontbinden. Dat eiseres het verzoek tot ontbinding na de beschikking van de kantonrechter heeft ingetrokken, maakt dat niet anders, omdat eiseres zelf het initiatief tot ontbinding heeft genomen. Ook blijkt dat het verzoek tot ontbinding is ingetrokken, zodat eiseres nog aanspraak kon maken op een transitievergoeding. Daarom is de rechtbank van oordeel dat eiseres een benadelingshandeling heeft gepleegd.

Kan de benadelingshandeling eiseres in overwegende mate worden verweten?

8. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid, omdat er over en weer verwijten kunnen worden gemaakt over de verstoorde arbeidsverhouding, die heeft geleid tot het verzoek om ontbinding van eiseres. De rechtbank kan deze motivering volgen. Niet blijkt dat aan de voortzetting van het dienstverband zodanige bezwaren waren verbonden dat die voortzetting redelijkerwijs niet gevergd kon worden van eiseres. De verzekeringsarts van het UWV heeft in zijn rapport van 9 november 2023 alleen gesteld dat gelet op de negatieve gevolgen voor de gezondheid van eiseres, afscheid van elkaar nemen een plausibele keuze was, maar niet dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet meer van eiseres kon worden gevergd. Met de kwetsbare medische situatie van eiseres is verder in het kader van de beoordeling van de verwijtbaarheid expliciet rekening gehouden. Dat het UWV zich volgens eiseres niet voor de verminderde verwijtbaarheid op de uitspraak van het gerechtshof mocht baseren kan de rechtbank niet volgen, nu het hier niet gaat om de vraag op welke grond de arbeidsovereenkomst mocht worden ontbonden, maar om de vraag of de benadelingshandeling eiseres in overwegende mate kan worden verweten. In de beschikking van het gerechtshof staat vermeld dat beide partijen een aandeel hebben gehad in de verstoring. De rechtbank is van oordeel dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid en dat daarom terecht een maatregel van 50% is opgelegd.

Zorgvuldigheid

9. Eiseres heeft aangevoerd dat het bestreden besluit 2 buiten de omvang van het verzoek van de eigenrisicodrager is genomen en dat dit besluit niet kon worden genomen, zonder dat eerst een toekenningsbesluit ziekengeld was genomen. Deze beroepsgrond slaagt niet. In het bestreden besluit 2 is ziekengeld toegekend aan eiseres. Verder heeft het UWV het verzoek van de eigenrisicodrager om een maatregel op te leggen aan eiseres gevolgd.

Eiseres heeft aangevoerd dat geen volledige heroverweging heeft plaatsgevonden in bezwaar, omdat niet is ingegaan op alle bezwaren, waaronder de bezwaren over de deskundigenoordelen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn, nu de deskundigenoordelen niet ten grondslag zijn gelegd aan de beschikking van het gerechtshof en het bestreden besluit 2, de deskundigenoordelen niet relevant voor de beoordeling of eiseres een benadelingshandeling heeft gepleegd. De bezwaren van eiser tegen de deskundigenoordelen kunnen daarom niet in deze zaak aan de orde worden gesteld. Verder is de rechtbank ook niet gebleken dat geen volledige heroverweging heeft plaatsgevonden op grond van artikel 7:11 van de Awb.

In het midden kan worden gelaten of het UWV alvorens bestreden besluit 2 te nemen eiseres, zoals zij heeft aangevoerd, in de gelegenheid had moeten stellen te worden gehoord over de wijziging van bestreden besluit 1. Eiseres heeft bij de rechtbank haar visie op het gewijzigde besluit van het UWV naar voren kunnen brengen. Daaruit volgt dat deze beroepsgrond van eiseres alleen betekenis kan hebben voor de vergoeding van haar proceskosten. Eiseres maakt al aanspraak op de vergoeding van haar proceskosten, omdat het bestreden besluit 2 tijdens de beroepsprocedure is genomen.

Uitbetalen ziekengeld door de ex-werkgever

10. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat het UWV tijdens de zitting heeft uitgelegd dat een eigenrisicodrager in principe bij een beëindiging van het dienstverband tijdens ziekte tot het einde van de wachttijd van 104 weken ziekengeld moet doorbetalen.

De ex-werkgever heeft tijdens de zitting bevestigd dat dit niet is gebeurd op het moment dat het dienstverband van eiseres werd beëindigd, omdat het UWV was verzocht om een maatregel op te leggen. Die maatregel werd echter pas twee maanden na de beëindiging opgelegd. Tijdens de zitting heeft de ex-werkgever ook vermeld dat tot op dat moment nog geen ziekengeld was uitbetaald aan eiseres, terwijl het UWV op 12 januari 2026 heeft bepaald dat wel recht bestaat op ziekengeld, maar dat deze slechts voor 50% tot uitbetaling komt. De rechtbank wil de ex-werkgever meegeven dat het ziekengeld eerder al had moeten worden uitbetaald aan eiseres.

Verzoek om schadevergoeding

11. Eiseres heeft aangevoerd dat het UWV bij de wijziging van de grondslag van het bestreden besluit meermaals het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Eiseres verzoekt de rechtbank om vast te stellen dat de onrechtmatige handelswijze van het UWV heeft geleid tot schade, onder meer omdat eiseres genoodzaakt is geweest aanvullende rechtsbijstand in te schakelen.

De rechtbank begrijpt het schadeverzoek van eiseres zo dat zij, naast de vergoeding die in het bestreden besluit 2 is toegekend voor de bezwaarkosten en de proceskostenvergoeding in beroep, eventuele aanvullende proceskosten vergoed wil krijgen op grond van artikel 8:88 van de Awb. In artikel 8:75 Awb heeft de wetgever bepaald dat de bestuursrechter bevoegd is om een partij te veroordelen in de kosten die een partij in verband met de behandeling van het beroep en bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. Artikel 8:88 van de Awb kan niet worden gebruikt om proceskosten vergoed te krijgen die niet op basis van artikel 8:75 van de Awb in samenhang met het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. De wetgever heeft in artikel 8:75 van de Awb een als lex specialis aan te merken regeling getroffen. Voor het overige heeft eiseres haar verzoek om schade niet onderbouwd. Het verzoek om schadevergoeding moet daarom worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep tegen bestreden besluit 1 is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen bestreden besluit 2 is ongegrond. Het UWV moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden. Dit omdat het bestreden besluit 2 pas in beroep is genomen. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868 omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De reiskosten van € 17,96 die door eiseres zijn gemaakt om de zitting bij te wonen worden ook vergoed. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond;

- wijst het verzoek om veroordeling van het UWV tot vergoeding van schade af;

- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 51 aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.885,96 aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G. Cornelisse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Ziektewet

Artikel 45

In het eerste lid, aanhef en onder j, van artikel 45 is bepaald dat het UWV het ziekengeld geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend weigert, indien de verzekerde door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid, de Werkhervattingskas of de eigenrisicodrager benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit onderdeel is niet begrepen het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 31, eerste lid en 49. In het tweede lid van artikel 45 is bepaald dat een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging kan worden verweten. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

(…)In het zevende lid van artikel 45 is bepaald dat onder benadeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, mede wordt verstaan de situatie dat de verzekerde zonder deugdelijke grond heeft nagelaten verweer te voeren tegen of heeft ingestemd met een beëindiging van de dienstbetrekking in de periode, bedoeld in artikel 29, eerste lid.

(…)

Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten Artikel 2

Op grond van artikel 2, eerste lid, voor zover hier van belang, wordt de hoogte en duur van een op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met n, genoemde wetten, op te leggen maatregel, met dien verstande dat de hoogte van de maatregel ten minste € 25,- bedraagt, vastgesteld op:

(…)

c. 25 procent van het uitkeringsbedrag, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het uitkeringsbedrag, gedurende ten minste vier maanden bij verplichtingen uit de derde categorie, bedoeld in de artikelen 5 en 6;

d. een blijvend gehele weigering van de uitkering bij verplichtingen uit de vierde categorie, bedoeld in artikel 7, tenzij het niet nakomen van de verplichting de belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten, in welk geval onderdeel c van toepassing is.

(…)

Artikel 7

Op grond van artikel 7, aanhef en onder a, is de verplichting van de verzekerde zich te onthouden van een benadelingshandeling als bedoeld in onder meer artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW, een verplichting van de vierde categorie.

(…)

Beleidsregel maatregelen UWV

Artikel 8 Bijzonderheden vierde categorie

Op grond van artikel 8, eerste lid, wordt de hoogte van de maatregel vastgesteld op 50% indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid.

(…)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand