RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
StrafrechtZittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/286894-20 (vordering verlenging tbs)
Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 13 oktober 2025
in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:
[betrokkene] ,
geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1. De stukken
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:
2. Het onderzoek ter terechtzitting
De behandeling van de zaak heeft op 29 september 2025 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie, mr. mr. L.H.J. Verheijden;- de betrokkene, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage;
- de reclasseringswerker middels een digitale (video)verbinding.
3. Het standpunt van de reclassering
Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de reclassering toegelicht.
Het standpunt luidt – zakelijk weergegeven – dat er bij de betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Ook is het recidiverisico nog aanwezig. Dit risico wordt bij beëindiging van de maatregel ingeschat als laag.
Vanaf oktober 2023 werd betrokkene in het kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden opgenomen in de FPA [instelling 1] te [plaats] . Daar verliep de behandeling onrustig. Er waren vermoedens van seksueel contact met een medepatiënt, een seksueel grensoverschrijdende relatie met een sociotherapeut (waarvan zij zelf aangifte heeft gedaan) en zorgwekkend gebruik van verdwijnende WhatsApp-berichten. In april 2024 volgde overplaatsing naar de FPA [instelling 2] . Tijdens een urinecontrole in augustus 2024 werd aanvankelijk positief gescoord op meerdere middelen, maar een hercontrole enkele dagen later was negatief. Deze eerste controle is door het behandelteam als onbetrouwbaar beoordeeld. Het verdere verloop van de klinische behandeling kenmerkte zich door wisselende relaties, drugsgebruik en het niet nakomen van afspraken. Uiteindelijk is betrokkene in december 2024 doorgestroomd naar een gezamenlijke woonvorm van het Leger des Heils, waar zij sindsdien redelijk stabiel functioneert.
Momenteel lijkt betrokkene, mede door de structuur van het begeleid wonen, in staat tot een meer stabiel functioneren. Zij erkent zelf dat verdere stappen nodig zijn om voldoende zelfstandigheid en stabiliteit te laten zien, onder meer richting eigen woonruimte via Clusterwonen. Ondanks het verloop in de klinische setting wordt het recidiverisico in het huidige kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden ingeschat als laag. De positieve ontwikkeling van de afgelopen periode, gecombineerd met het ingezette resocialisatietraject, geeft voldoende perspectief om het toezicht en de maatregel voort te zetten.
Gelet op het voorgaande adviseert de reclassering om de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen voor de duur van een jaar. Daarbij wordt geadviseerd enkele voorwaarden aan te passen aan de huidige richtlijnen: de voorwaarden omtrent verblijf in het buitenland en beschermd/begeleid wonen dienen te worden herzien, terwijl daarnaast een standaardvoorwaarde omtrent een time-out wordt toegevoegd. Hiertoe kan de bestaande bepaling inzake kortdurende opname in de voorwaarde ‘begeleid wonen of maatschappelijke opvang’ worden aangepast.
4. Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundige
De deskundige concludeert dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Zij acht het recidiverisico bij een beëindiging van de terbeschikkingstelling laag.
Het huidige risicomanagement blijkt effectief, met als belangrijkste pijlers de ambulante behandeling bij De Waag, reclasseringstoezicht, verblijf in een beschermde woonvorm van het Leger des Heils, middelencontroles en schuldsanering. Deze structuur biedt betrokkene de nodige ondersteuning en waarborgen voor haar verdere ontwikkeling en resocialisatie.
Gelet op de vele eerdere terugvallen in middelengebruik, de beperkte behandelrespons in vrijwillig kader en het wisselvallige beloop in meerdere klinieken sinds het indexdelict, acht de deskundige de huidige stabiliteit nog te pril om de maatregel te beëindigen. Betrokkene heeft nog stappen te zetten in behandeling en resocialisatie, waarbij het van belang is te volgen hoe zij zich staande houdt in de maatschappij en in de opbouw van een zelfstandig bestaan. Het advies luidt de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen voor de duur van een jaar.
5. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter zitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar gehandhaafd en daarbij verzocht de voorwaarden overeenkomstig het advies van de reclassering te wijzigen.
6. Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit voor een verlenging van de maatregel voor de duur van een jaar. Daartoe is aangevoerd dat het recidiverisico als laag wordt ingeschat en dat zelfs is overwogen om de terbeschikkingstelling met voorwaarden te beëindigen, maar dat dit op dit moment nog te prematuur zou zijn. Betrokkene erkent zelf eveneens dat zij nog hulp en begeleiding nodig heeft en onderschrijft daarmee de adviezen van de deskundigen. Betrokkene woont inmiddels zelfstandig en laat zien daarin stappen te maken richting meer stabiliteit en zelfstandigheid. Het is wenselijk om over een jaar opnieuw te beoordelen hoe de situatie zich heeft ontwikkeld.
Wat betreft het wijzigen van de voorwaarden kan de verdediging zich vinden in de voorgestelde wijziging.
7. Het oordeel van de rechtbank
Stoornis en/ of gebrekkige ontwikkeling van geestvermogens
Uit het verlengingsadvies en de Pro Justitia-rapportage blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten een persoonlijkheidsstoornis met als kenmerken enige impulsiviteit, een kwetsbaar zelfgevoel, mogelijke hechtingsproblematiek, een verstoorde emotieregulatie en gebrekkige coping vaardigheden, daarnaast is sprake van een posttraumatische stress stoornis (PTSS), en diverse stoornissen in het middelengebruik (onder toezicht in remissie).
Recidivegevaar
Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als laag ingeschat.
De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies en de rapportage van de deskundige te twijfelen en neemt deze over.
Verlenging
Gelet op het advies van de reclassering en de niet aan de inrichting verbonden deskundige en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Uit het verlengingsadvies en de rapportage komt naar voren dat sinds de doorstroom van betrokkene in december 2024 naar een gezamenlijke woonvorm van het Leger des Heils betrokkene redelijk stabiel functioneert. Mede door de structuur van het begeleid wonen is zij beter in staat tot een evenwichtiger functioneren. Betrokkene heeft goede stappen gezet, maar zij erkent ook dat zij nog ondersteuning en begeleiding nodig heeft hierbij. Ondanks eerdere problemen binnen de klinische behandeling wordt het recidiverisico in het huidige kader van de terbeschikkingstelling met voorwaarden als laag ingeschat, wat perspectief biedt om het ingezette resocialisatietraject voort te zetten. Het is wel nog van belang dat betrokkene langer wordt begeleid bij het verder opbouwen van zelfstandigheid.
De rechtbank acht het aangewezen om de terbeschikkingstelling met voorwaarden voor de duur van een jaar te verlengen, zodat over een jaar opnieuw kan worden beoordeeld in hoeverre betrokkene erin is geslaagd de bereikte stabiliteit vast te houden en verdere stappen te zetten richting een zelfstandig functioneren. Een dergelijke termijn biedt de mogelijkheid om haar ontwikkelingen te volgen en tijdig te bezien of verlenging van de maatregel nog noodzakelijk is of dat de maatregel mogelijk kan worden beëindigd.
Ten aanzien van de wijziging van de voorwaarden zal de rechtbank aansluiten bij het door de reclassering uitgebrachte advies.
8. De beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van [betrokkene] met een jaar.
De rechtbank wijzigt de voorwaarden die bij vonnis van 2 maart 2022 aan betrokkene zijn gesteld (waarbij de gewijzigde voorwaarden ‘vet’ zijn gedrukt), in die zin dat deze voorwaarden thans komen te luiden:
o betrokkene meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
o betrokkene laat één of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien;
o betrokkene houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
o betrokkene verstrekt de reclassering een actuele foto waarop haar gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
o betrokkene werkt mee aan huisbezoeken;
o betrokkene geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
o betrokkene vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
o betrokkene werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;
Deze beslissing is genomen door mr. H. den Haan, voorzitter, mrs. S.C. Hagedoorn en
D.S. Terporten-Hop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dieren als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2025.
Mrs. H. den Haan en S.C. Hagedoorn zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.