ECLI:NL:RBMNE:2025:5843

ECLI:NL:RBMNE:2025:5843, Rechtbank Midden-Nederland, 01-09-2025, UTR 23/5288, UTR 23/6542 en UTR 24/4196

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-09-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer UTR 23/5288
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

PKV na intrekking beroepen.

Uitspraak

[verzoekster] ., uit [vestigingsplaats 1] , verzoekster

(gemachtigde: S.R. van Uffelen),

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Venema).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [derde-partij], uit [vestigingsplaats 2] ,

(gemachtigde: mr. W.J.W. van Eijk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de verzoeken van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft deze verzoeken gedaan bij de intrekking van haar beroepen over drie beslissingen op bezwaar die het college heeft genomen naar aanleiding van haar handhavingsverzoeken over de asfaltcentrale van derde-partij aan de [adres] in [vestigingsplaats 2] .

2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op de verzoeken om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank wijst de verzoeken om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

4. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is het college aan verzoekster tegemoetgekomen?

5. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

6. Het college heeft met het besluit van 31 december 2024 aan derde-partij een last onder dwangsom opgelegd, die ziet op het overschrijden van de emissiegrenswaarde voor PAK-16. Op 8 april 2025 heeft een ambtshalve wijziging plaatsgevonden van de vergunningvoorschriften van derde-partij met betrekking tot de luchtkwaliteit. Met twee besluiten van 4 juli 2025 heeft het college aan derde-partij lasten onder dwangsom opgelegd die zien op het continu registreren en bewaken van de emissierelevante parameter(s) en het meten van de uitstoot van benzeen.

7. Conform de door partijen gemaakte afspraken die zijn neergelegd in het verkort proces-verbaal van 6 februari 2025 heeft eiseres de beroepen ingetrokken. Het college heeft toegezegd om in dat geval de proceskosten te vergoeden.

Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoekster vergoeden?

8. De rechtbank wijst de verzoeken als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft drie beroepschriften ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.628,-.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

9. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van driemaal € 365,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 3.628,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. van der Linde

Griffier

  • mr. M.H.L. Debets

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand