ECLI:NL:RBMNE:2026:6108

ECLI:NL:RBMNE:2026:6108

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 20-07-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 16-177688-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met de medeverdachte, een doorgeladen vuurwapen inclusief munitie voorhanden heeft gehad. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden. Artikel 63 van toepassing.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/177688-24

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 juli 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [verblijfplaats] ,

[adres 1] , [postcode] in [verblijfplaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 6 juli 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

op 20 november 2023 in Maarssen, samen met een ander, een vuurwapen en vijf naar kogelpatronen omgebouwde knalpatronen voorhanden heeft gehad:

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de beschuldiging.

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte zich op 20 november 2023 bij de medeverdachte in de auto bevond. Het enkele feit dat DNA van de verdachte is aangetroffen op een drinkbeker en op het vuurwapen is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Uit de aanwezigheid van dat DNA kan immers niet worden afgeleid op welk moment en op welke wijze, zijn DNA op die voorwerpen terecht is gekomen. Medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) heeft enkel verklaard dat er vlak voor de aanhouding is gegeten. Dat het DNA van de verdachte in de auto is aangetroffen, is dus niet onverklaarbaar nu de verdachte heeft verklaard dat hij vaker in die auto heeft gezeten. Daarnaast ontkent de verdachte ook niet wel eens een wapen vastgehad te hebben. De verklaring van [medeverdachte] is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Die verklaring is juist ontlastend. [medeverdachte] heeft de verdachte weliswaar éénmaal als inzittende van de auto aangewezen, maar heeft ook verklaard dat de verdachte op de achterbank zat. Uit het dossier volgt dat [medeverdachte] later heeft verklaard over een medeverdachte die voorin op de bijrijdersstoel zat, maar daarbij heeft [medeverdachte] niet naar de verdachte gewezen.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna besproken onder paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsoverwegingen

Feiten en omstandigheden

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de politie op 20 november 2023 een melding krijgt van een verdachte situatie op [adres 2] te [plaats] in de gemeente Stichtse Vecht. Daar zouden twee personen bij een Toyota Yaris staan. Wanneer de politie ter plaatse komt zien zij één persoon (later blijkt: medeverdachte [medeverdachte] ) op de bestuurderstoel van de Toyota Yaris zitten. Een tweede persoon loopt op dat moment weg van het voertuig. Ook deze persoon wordt aangesproken, maar zet het vervolgens op een lopen. Het is de politie niet meer gelukt om hem aan te houden. De medeverdachte [medeverdachte] is na een achtervolging aangehouden op het busstation van Maarssen. In de desbetreffende Toyota Yaris wordt op de grond, voor de bijrijdersstoel, een vuurwapen aangetroffen. Het wapen was volgens de politie ‘meer dan schietklaar’. Er zat één patroon in de kamer, de hamer stond in de achterste stand en de veiligheidspal stond niet op veilig. In de patroonhouder waren vier patronen aanwezig.

Oordeel rechtbank

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de verdachte op 20 november 2023 een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. Het vuurwapen en de munitie zijn in het voertuig gevonden op de grond voor de bijrijdersstoel. Er moet daarom worden vastgesteld of het de verdachte is geweest die die betreffende avond bij [medeverdachte] in de auto heeft gezeten. De rechtbank acht dit wettig en overtuigend bewezen en zal hieronder toelichten hoe zij tot dat oordeel is gekomen.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 20 november 2023 na zijn werk met de auto naar Maarssen is gegaan, dat hij de auto bestuurde en dat hij samen met iemand anders was. In eerste instantie wil hij niet verklaren over wie bij hem in de auto zat. Hij verklaart wel dat er op enig moment ook nog een oude buurtgenoot bij de auto was. Deze buurtgenoot is volgens [medeverdachte] niet in de auto gestapt. Ze stonden met z’n drieën buiten de auto en die buurtgenoot is op enig moment weggegaan. [medeverdachte] verklaart dat hij daarna de auto is ingestapt en dat ze samen in de auto zaten te eten. Vervolgens kwam de politie ter plaatse en is hij opgepakt. Later bij de rechter-commissaris noemt [medeverdachte] toch een naam en verklaart hij dat één van de personen waarmee hij in de auto zat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: de verdachte [verdachte]) was.

De rechtbank concludeert dat de verklaring van [medeverdachte] wordt ondersteund door het forensisch DNA-onderzoek. In de middenconsole van de auto werden in de bekerhouders twee drinkbekers met deksel en rietje aangetroffen. De politieagenten omschrijven deze als een drinkbeker ‘Pepsi’ en een drinkbeker ‘KFC’. Op het aangetroffen rietje van de drinkbeker ‘Pepsi’ is het enkelvoudige DNA-profiel van een man aangetroffen, waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. Omdat het DNA-profiel van de verdachte met dit profiel overeenkomt, concludeert de rechtbank dat hij de donor is van het celmateriaal op dat rietje.

Gelet op het bovenstaande kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat de verdachte op de avond van 20 november 2023, kort voordat de politie arriveerde, in de auto heeft gezeten bij de medeverdachte [medeverdachte] . Hierbij overweegt de rechtbank dat het begrip ‘eten’ in het normale taalgebruik veelal ook ‘drinken’ omvat. Dat [medeverdachte] enkel heeft verklaard over samen eten sluit naar het oordeel van de rechtbank dus niet uit dat zij ook wat hebben gedronken bij het eten. De rechtbank verwerpt hiermee de door de advocaat gevoerde verweren ten aanzien van het aangetroffen DNA-profiel op het rietje.

De rechtbank concludeert dat de verdachte enige tijd in de auto heeft gezeten, terwijl er voor hem op de vloer van de bijrijdersstoel, op een voor hem zichtbare en eenvoudig bereikbare plaats, een schietklaar vuurwapen lag. Dit kan de verdachte niet ontgaan zijn. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte daarmee wetenschap en beschikkingsmacht had over het doorgeladen vuurwapen.

Conclusie

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 20 november 2023 in Maarssen, samen met de medeverdachte, een doorgeladen vuurwapen inclusief munitie voorhanden heeft gehad.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

op 20 november 2023 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht,

tezamen en in vereniging met een ander,

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,

te weten een van origine (gas)pistool, van het merk Blow, model mini 9, kaliber 9

mm P.A.K., omgebouwd naar scherpschietend pistool,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool

en

munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie,

te weten vijf van origine knalpatronen, van het merk

UMA(rex), kaliber 9mm P.A.Knall, omgebouwd naar kogelpatronen kaliber 6.35mm,

voorhanden heeft gehad.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26. eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26. eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid feit en de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank, indien zij tot een bewezenverklaring komt, te volstaan met een schuldigverklaring zonder verdere strafoplegging. De advocaat wijst hierbij op de toepassing van artikel 63 Sr. De verdachte is op 11 april 2025 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaar. Indien deze zaak destijds was meegenomen in de strafoplegging, zou dit volgens de advocaat niet hebben geleid tot een hogere straf, zelfs niet één dag gevangenisstraf extra. Bovendien zou een langere gevangenisstraf geen enkel strafdoel meer dienen. Ook wijst de advocaat op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte had ten tijde van dit feit een blanco strafblad. De verdachte is bovendien erg jong en hij had voor toepassing van het jeugdstrafrecht in aanmerking kunnen komen. Dit zou in strafverminderende zin moeten worden meegewogen. Tot slot wijst de advocaat op het tijdsverloop in deze zaak en stelt dat de redelijke termijn in het geding is. Als de rechtbank toch tot oplegging van een straf komt, verzoekt de advocaat om een aanzienlijke lagere straf dan geëist door het Openbaar Ministerie op te leggen. Mogelijk een voorwaardelijke straf of een taakstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft, samen met een ander, een vuurwapen en munitie voorhanden gehad terwijl hij zich in een auto bevond. Het wapen was schietklaar, er zat een patroon in de kamer, de hamer stond naar achteren en de veiligheidspal stond niet op veilig.

Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het bezit en direct voorhanden hebben van een vuurwapen leidt meer dan eens tot het daadwerkelijk gebruik ervan, waarbij (willekeurige) slachtoffers kunnen vallen. Extra zorgwekkend in deze zaak is het feit dat de verdachte, onder verdachte omstandigheden op de openbare weg, een schietklaar vuurwapen en bijbehorende munitie bij zich had.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 30 april 2026. Voorafgaand aan onderhavige zaak was de verdachte niet eerder veroordeeld. Wel volgt uit zijn strafblad dat de verdachte na dit feit, op 11 april 2025, veroordeeld is tot een gevangenisstraf van 14 jaar vanwege doodslag. Bij dat feit heeft de verdachte daadwerkelijk gebruik gemaakt van een vuurwapen.

Strafkader

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gelet op straffen die in vergelijkbare zaken

worden opgelegd en op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk

Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De oriëntatiepunten gaan voor het voorhanden

hebben van een vuurwapen in het openbaar uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf

voor de duur van acht maanden. Als strafverzwarende omstandigheden weegt de rechtbank mee dat verdachte het wapen voorzien van munitie samen met een ander, schietklaar voorhanden heeft gehad. Dat is een zeer risicovolle, zorgwekkende situatie die de nodige

vragen oproept over wat de verdachte en de medeverdachte die avond van plan waren. De ernst van dit feit maakt dan ook dat de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend vindt.

Als strafverminderde omstandigheden houdt de rechtbank rekening met artikel 63 Sr . De rechtbank moet zich op grond van dat artikel afvragen hoe zij zou hebben gestraft als een nieuw feit zou zijn meegenomen bij een eerdere veroordeling. Het feit dat vandaag bewezen is verklaard, heeft plaatsgevonden vóór het vonnis van 11 april 2025, waarbij de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar. Dit betekent dat de rechtbank zal beoordelen welke straf de rechtbank op 11 april 2025 zou hebben opgelegd, wanneer het onderhavige feit ook bij de strafoplegging was betrokken.

Daarnaast neemt de rechtbank bij de straftoemeting de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in aanmerking. Als uitgangspunt geldt dat binnen een termijn van twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis dient te worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop de verdachte door de politie als verdachte is gehoord als het moment dat de redelijke termijn is aangevangen, te weten op 3 april 2024. Tussen die datum en de datum van het vonnis, 20 juli 2026, ligt een periode die de redelijke termijn met ruim 3 maanden overschrijdt. Gelet op de geringe mate waarin deze termijn is overschreden, en gelet op de aard en de omvang van de straf, volstaat de rechtbank met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden en verbindt het aan deze overschrijding verder geen gevolgen.

Conclusie

Alles afwegende vindt de rechtbank het passend en geboden om de verdachte voor het

bewezenverklaarde feit een gevangenisstraf op te leggen van 6 maanden. De rechtbank wijkt daarmee af van de eis van de officier van justitie, met name omdat zij de eerdere veroordeling van 14 jaar zwaarder meeweegt bij de strafoplegging voor het onderhavige feit. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

6. Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

7. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Terstegge, voorzitter, mr. C.E.M. Nootenboom-Lock en mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 november 2023 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,

te weten een van origine (gas)pistool, van het merk Blow, model mini 9, kaliber 9

mm P.A.K., omgebouwd naar scherpschietend pistool,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

en/of

munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie,

te weten vijf, althans een of meerdere, van origine knalpatronen, van het merk

UMA(rex), kaliber 9mm P.A.Knall, omgebouwd naar kogelpatronen kaliber 6.35mm,

voorhanden heeft gehad;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Een proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 20 november 2023 omstreeks 20:20 uur kregen wij een melding van een verdachte situatie op [adres 2] te [plaats] in de gemeente Stichtse Vecht. Aldaar zouden twee personen bij een voertuig staan. Beide personen waren in het zwart gekleed en donkergetinte huidskleur. Het voertuig zou een Toyota Yaris betreffen.

Op diezelfde dag kwamen wij ter plaatse op [adres 2] te [plaats] . Ik zag een auto staan die ik herkende als een Toyota Yaris. Ik zag in het voertuig een persoon zitten. Ik zag dat aan de overkant van de straat een ander persoon wegliep van het voertuig. Ik stapte uit en liep naar de persoon die wegliep van het voertuig. Ik zei tegen de voor mij onbekende persoon dat hij staande moest blijven. Ik zag dat hij van mij wegrende.

Om 20:30 uur was ik terug bij het voertuig. Ik zag dat het kenteken [kenteken] betrof. Ik keek in het voertuig via het raam van de bijrijdersportier. Ik zag op de mat voor de bijrijdersportier een vuurwapengelijkend voorwerp liggen.

Een proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (Toyota [kenteken] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik zag in de personenauto, met kenteken [kenteken] , op de grond, voor de passagiersstoel, een vuurwapen liggen. Ik zag dat de hamer in de achterste stand geplaatst stond. Ik zag verder dat op de slede van het wapen "BLOW MINI 9" aangebracht was. Voorts zag ik dat de veiligheidspal niet op veilig stond. Ik zag dat er vier patronen in de houder aanwezig waren en dat er zich één patroon in de kamer bevond. De volgende sporen en sporendragers werden veiliggesteld.

Sporendragers

Goednummer : PL0900-2023356536-3254875

SIN : AAPE2205NL

Object : Vuurwapen (Pistool)

Merk/type : Blow Mini 9

Goednummer : PL0900-2023356536-3254876

SIN : AAPE2206NL

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Bijzonderheden : In kamer vuurwapen

Goednummer : PL0900-2023356536-3254878

SIN : AAPE2203NL

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Aantal/eenheid : 4 stuks

Bijzonderheden : In patroonmagazijn

Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Goednummer: PL0900-2023356536-3254875 (pistool)

SIN nummer: AAPE2205NL Wapen: vuurwapen, pistool

Categorie III sub I

Het voorwerp is van origine een gaspistool, merk Blow, model Mini 9, kaliber 9mm P.A.K.. In originele staat is, van fabriekswege, in de loop van dit gaspistool een zogenaamde sper aangebracht. Bij dit voorwerp bleek de sper te zijn verwijderd, waardoor dit gaspistool is voorzien van een volledig open loop. Hierdoor kunnen er projectielen door de loop worden verschoten.Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel l onder 3, gelet op

artikel 2 lid 1 categorie III onder 1, van de Wet wapens en munitie.

Goednummer: PLO900-2023356536-3254876 (1x) en PLO900-2023356536-3254878 (4x)

SIN nummer: AAPE2206NL en AAPE2203NL

Munitie: 5 scherpe patronen

Categorie: III

Bovengenoemde voorwerpen betreffen 5 scherpe knalpatronen, kaliber 9mm P.A.Knall, merk UMA(rex). Deze knalpatronen zijn gewijzigd naar kogelpatronen, kaliber 6,35 mm.

De bovenomschreven patronen betreffen dus munitie bestemd of geschikt om een

projectiel door middel van dit vuurwapen af te schieten.Derhalve zijn deze patronen munitie in de zin van artikel 1 aanhef onder 4, gelet op

artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.

Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer op 7 juni 2024, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :

Verdachte antwoordt op de vragen van de voorzitter, gesteld ten behoeve van het vaststellen

van de identiteit van verdachte, te zijn: [medeverdachte] .

De verdachte verklaart:

Ik ben 20 november 2023 na mijn werk met de auto naar Maarssen gegaan. Ik reed als

bestuurder in een Toyota Yaris met het kenteken [kenteken] . Ik was samen met iemand anders. Er was ook nog een oude buurtgenoot bij de auto, die is op enig moment weggegaan. We zaten daarna samen in de auto te eten. Daarna kwam de politie en werd ik opgepakt.

De buurtgenoot waar ik over verklaarde is niet in de auto gestapt. We stonden met zijn

drieën buiten de auto en hij is enig moment weggegaan. Ik ben ingestapt en heb mijn eten opgegeten.

Een proces-verbaal van verhoor van getuigen, op 9 oktober 2025 opgemaakt door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :

U zat in een rode Toyota Yaris. U zat op de bestuurdersstoel? Ja.En er zat iemand naast u. Er komt politie aan. U zit achter het stuur. Iemand anders is uitgestapt en rent weg. U probeert ook weg te rennen en wordt aangehouden. Met wie zat u de auto? Was [verdachte] er daar één van?Ja.

Een proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (Toyota [kenteken] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Voertuig

Goednummer PL0900-2023356523-3254846Merk/type Toyota Toyota Yaris CrKenteken [kenteken]

Wij zagen in de bekerhouders van het middenconsole twee drinkbekers met deksel en

rietje. Wij hebben het uiteinde van het rietje in de drinkbeker "Pepsi" bemonsterd op de

mogelijke aanwezigheid van speeksel en veiliggesteld met SIN AAQT2504NL.

Spoornummer PL0900-2023356523-198088

SIN AAQT2504NL

Spooromschrijving: epitheel.

Plaats veiligstellen: uiteinde rietje voorste beker in middenconsole.

Een rapport Forensisch DNA-onderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bemonstering:

Uiteinde rietje AAQT2504NL

DNA profiel:

enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.

Mogelijke donor van het DNA:

[verdachte] .

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand