ECLI:NL:RBMNE:2026:6109

ECLI:NL:RBMNE:2026:6109

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 10-08-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 16-273008-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vrijspraak voor poging tot zware mishandeling. Veroordeling voor mishandeling van zijn begeleider door hem tegen zijn gezicht/hoofd te slaan. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het beschadigen van twee auto’s. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 330 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 28 dagen voorwaardelijk. De verdachte hoeft niet terug naar de gevangenis. De proeftijd bij de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt vastgesteld op 2 jaar met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden (dut).

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/273008-25; 08/142223-25 (vord. tul)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 augustus 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,

post of correspondentieadres:

[adres] , [postcode] in [plaats] ,

nu gedetineerd in [verblijfplaats] ,

hierna: de verdachte.

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 10 augustus 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

2. Tenlastelegging

De strafbare feiten waarvan een verdachte door de officier van justitie wordt beschuldigd staan in de ‘tenlastelegging’. Bij het beoordelen van die beschuldiging moet de rechter op grond van de wet een aantal vragen beantwoorden. De rechter doet dat op basis van die tenlastelegging (hierna: de beschuldiging) en naar aanleiding van het onderzoek op de zitting.

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

primair: op 14 oktober 2025 in Utrecht heeft geprobeerd om bij [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door meermalen in/tegen het gezicht/hoofd van [slachtoffer] te stompen en/of slaan;

subsidiair is dit ten laste gelegd als mishandeling;

feit 2: op 14 oktober 2025 in Utrecht een auto (merk: Hyundai) van [slachtoffer] heeft beschadigd;

feit 3: op 14 oktober 2025 in Utrecht een auto (merk: Tesla) van [benadeelde] heeft beschadigd.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 primair, omdat het daarvoor vereiste opzet ontbreekt.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 subsidiair, feit 2 en feit 3 heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, besproken in paragraaf 3.3.

Standpunt van de verdediging

Feit 1

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 1. De verdachte heeft wellicht enig geweld gebruikt, maar er is sprake van zelfverdediging aan de kant van de verdachte en hij is daarmee niet strafbaar.

Bovendien is er slechts sprake van licht letsel aan de zijde van aangever. Een klap tegen het hoofd kan in theorie tot ernstiger letsel leiden, maar dat is puur theoretisch.

Feit 2

De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van feit 2.

Feit 3

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 3, aangezien het niet de verdachte, maar [slachtoffer] is geweest die de Tesla heeft beschadigd.

De bewijsverweren worden, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna besproken onder paragraaf 3.3.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1 primair

De rechtbank is het met de officier van justitie en de verdediging eens dat niet kan worden bewezen dat de verdachte het primaire feit van de beschuldiging heeft gepleegd. Niet kan worden bewezen dat de verdachte met zijn handelen opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank spreekt de verdachte hiervan vrij. Omdat de officier van justitie en de verdediging tot dezelfde conclusie zijn gekomen, zal de rechtbank dit niet verder motiveren.

Bewijsmiddelen feit 1 subsidiair, feit 2 en feit 3

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.

Bewijsoverwegingen feit 2 en feit 3

Feit 2

De verdachte heeft verklaard dat hij, toen hij door aangever werd gefilmd, de telefoon van aangever heeft afgepakt. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het in eerste instantie de verdachte was die fysiek reageert. De beelden in het dossier bieden geen steun voor de stelling dat de verdachte door aangever werd aangevallen en ook niet voor de stelling dat de verdachte geen andere mogelijkheid had dan zich te verdedigen. Wel blijkt uit de beelden dat de verdachte de mogelijkheid had om de auto te verlaten, maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt en zich juist heeft verzet tegen het verlaten van de auto. Bovendien is op de beelden te zien dat in de auto juist de verdachte degene is die tekeergaat. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verklaring van de verdachte op dit punt ongeloofwaardig is.

Voor zover de verdachte een beroep op noodweer heeft gedaan, verwerpt de rechtbank gezien het voorgaande dit verweer. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een noodweersituatie. De verklaring van de verdachte over de vermeende wederrechtelijke aanranding vindt geen steun in het dossier en is bovendien in strijd met de verklaring van aangever.

De rechtbank acht, op grond van de bewijsmiddelen en het hiervoor overwogene, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer] .

Feit 3

De rechtbank stelt op basis van de camerabeelden vast dat de autodeur van de Hyundai, op het moment dat [slachtoffer] deze opent weliswaar tegen de Tesla is aangekomen, maar dat dit niet op een harde of krachtige manier is gedaan. Nadat de verdachte op de grond is komen te liggen, trapt hij daarentegen wel met aanzienlijke kracht tegen de autodeur van de Hyundai, waardoor deze hard tegen de Tesla aankomt. Dit blijkt ook uit de camerabeelden, waarop te zien is dat de Hyundai als gevolg daarvan beweegt. Voor zover door het handelen van [slachtoffer] al een kras of enige beschadiging aan de Tesla zou zijn ontstaan, is naar het oordeel van de rechtbank bewezen dat de daadwerkelijke schade aan de Tesla door het handelen van de verdachte is veroorzaakt, of in ieder geval aanzienlijk is verergerd.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank, net zoals de officier van justitie, tot de conclusie dat de verdachte de Tesla heeft beschadigd. De rechtbank verwerpt hiermee het door de advocaat gevoerde verweer.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

1

op 14 oktober 2025, te Utrecht, [slachtoffer]

heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meermalen,

tegen het gezicht/hoofd te slaan;

2

op 14 oktober 2025, te Utrecht, opzettelijk en

wederrechtelijk een auto (merk: Hyundai), die geheel aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft beschadigd;

3

op 14 oktober 2025, te Utrecht, opzettelijk en

wederrechtelijk een auto (merk: Tesla), die geheel aan een ander, te weten aan [benadeelde] , toebehoorde heeft beschadigd.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: mishandeling;

Feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

Feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid feiten en de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar. Voor zover er een beroep op noodweer is gedaan, verwerpt de rechtbank dit verweer, zoals hierboven onder paragraaf 3.3. gemotiveerd is. Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 302 dagen, met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

Primair verzoekt de advocaat de rechtbank, indien zij tot een bewezenverklaring komt, te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest. Volgens de advocaat is er geen ruimte meer voor een aanvullend (voorwaardelijk) strafdeel. De verdediging verzoekt de rechtbank om de verdachte onmiddellijk vrij te laten. Daarnaast heeft de advocaat verzocht om de feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Ter onderbouwing van zijn verzoek verwijst de advocaat naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Volgens de advocaat is de verdachte enorm gemotiveerd om ook op vrijwillige basis aan de slag te gaan met zichzelf en daarvoor moet hij een kans krijgen.

Subsidiair verzoekt de advocaat de rechtbank om te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest, aangevuld met een voorwaardelijk strafdeel en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn begeleider [slachtoffer] . Het slachtoffer is door de verdachte meermaals tegen het hoofd geslagen en heeft hierbij letsel opgelopen. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer nog altijd last heeft van klachten, waaronder oorsuizen en chronische vermoeidheid. Ook zou zijn kortetermijngeheugen aangetast zijn. Naast de mishandeling heeft de verdachte zich, kort daarna, schuldig gemaakt aan de beschadiging van twee auto’s, waaronder ook de auto van [slachtoffer] . De verdachte heeft geen respect getoond voor andermans eigendommen en heeft geen oog gehad voor de overlast en schade die hij veroorzaakte.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 16 december 2025. Hieruit volgt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit is naar het oordeel van de rechtbank strafverhogend.

Pro Justitia-rapport

De rechtbank heeft kennisgenomen van het Pro Justitia-rapport bestaande uit het psychiatrisch onderzoek van 17 juni 2026, opgesteld door psychiater F.M.J. Bruggeman en het psychologisch onderzoek van 22 mei 2026, opgesteld door psycholoog E.C.W. Spreeuwenberg.

Uit het rapport van de psychiater blijkt onder meer dat er sprake is van een ernstige en invaliderende autismespectrumstoornis, afhankelijkheid van verschillende middelen en een disharmonisch intelligentieprofiel. Deze aandoeningen waren ook aanwezig ten tijde van de beschuldiging. Volgens de psychiater kent de verdachte van jongs af aan woede-uitbarstingen en heeft hij moeite om zijn emoties en impulsen adequaat te reguleren. De situatie in de auto heeft de verdachte als bedreigend ervaren. De verdachte heeft zich door aangever niet gehoord gevoeld in zijn verzoek om medische hulp, hetgeen maakte dat angst hem overspoelde en hij niet in staat was tot een adequate regulatie van zijn emoties en impulsen. De weigering om hem naar het ziekenhuis te brengen maakte angst en woede bij de verdachte los die hij niet meer kon controleren. Aangezien de verdachte over onvoldoende coping vaardigheden beschikt, vanuit zijn fundamentele tekorten op basis van zijn autismespectrumstoornis, heeft hij uit angst en de daaropvolgende woede gehandeld hetgeen heeft geleid tot de fysieke agressie. Tegelijkertijd gebruikte de verdachte dagelijks middelen zoals speed en cannabis hetgeen de controle over zijn impulsen verder verminderde, hetzij door onthouding hetzij door de uitwerking van de middelen zelf. De psychiater adviseert de rechtbank om de verdachte op basis van de beschreven doorwerking het ten laste gelegde verminderd toe te rekenen.

De psychiater benoemt dat de verdachte de afgelopen jaren structureel overvraagd is en de noodzakelijke structuur, zorg en begeleiding passend bij zijn autismespectrumstoornis en de verslavingsproblematiek mist. Indien de verdachte niet geplaatst wordt binnen een beschermde woonvorm waar structuur, duidelijkheid en dagbesteding passend bij zijn autismespectrumstoornis en geen forensisch (ambulant) verslavingsbehandeling met signaleringsplan en preventieplan wordt aangeboden zal het recidiverisico volgens de psychiater hoog zijn. De psychiater adviseert daarom een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden op te leggen, zoals door de reclassering geformuleerd.

De psycholoog stelt in haar rapport vast dat sprake is van een autismespectrumstoornis enernstige verslavingsproblematiek. Deze aandoeningen waren ook aanwezig ten tijde van de beschuldiging. Gegeven de ernstige invaliderende problematiek, neemt de psycholoog aan dat diverse forensisch relevante functiestoornissen - zoals instabiliteit, gebrekkig inzicht, coping, frustratietolerantie, impulsiviteit en mogelijk ook realiteitstoetsing - de handelingsvrijheid van de verdachte in elk geval gedeeltelijk hebben ingeperkt. De psycholoog adviseert dan ook om de feiten, indien bewezen, in een tenminste verminderde mate toe te rekenen.

Volgens de psycholoog zijn er weinig beschermende functies en de kans op herhaling wordt als een matig risico ingeschat. Risicovolle situaties ontstaan wanneer de verdachteuit zorg raakt, zich niet geholpen, begrepen of onveilig voelt en steeds verder afglijdt (in middelengebruik) en mogelijk ook de realiteitstoetsing onder druk komt te staan. Volgens de psycholoog is het van belang om de risicofactoren te behandelen en te werken aan de verslavingsproblemen. De verdachte zal baat hebben bij een drugsvrije en gestructureerde setting waar hij kan wonen en waar ruimte voor hem is om sociale contacten aan te gaan en zichzelf naar draagkracht te ontwikkelen. Behandeling en begeleiding dient te focussen op stabiliteit (op het vlak van wonen en dagstructuur), leren omgaan met frustraties en het aanreiken van adequate coping strategieën. Gedacht kan worden om dit vorm te geven vanuit een zorgboerderij of een beschermde woonvorm. Dit zou kunnen worden gerealiseerd in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank neemt de conclusies van deze deskundigen ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid over en maakt die tot de hare. De rechtbank concludeert dat het bewezen verklaarde in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend.

Reclasseringsadvies

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 22 juli 2026 opgesteld door reclasseringswerker [A] . Hieruit blijkt dat de reclassering het recidiverisico momenteel als gemiddeld inschat. Het ontbreekt de verdachte aan stabiliteit op alle leefgebieden. Hij heeft geen huisvesting, geen dagbesteding en geen steunend sociaal netwerk. Naast de problemen op praktisch gebied is er bij de verdachte een autismespectrumstoornis vastgesteld en een stoornis in het gebruik van cannabis, alcohol, cocaïne, speed en methamfetamine. Sinds zijn detentie is hij abstinent van middelen en is hij gemotiveerd om dit ook na detentie vast te houden. Door de huidige detentie gaat het beter met de verdachte. Hij is goed in contact en laat enig inzicht in zijn gedrag zien, mogelijk dat de gedwongen abstinentie hieraan bijdraagt.

Gelet op de kwetsbaarheid van de verdachte en het feit dat hij niet in staat is zijn leven op adequate wijze op te bouwen vindt de reclassering het zeer belangrijk dat hij na detentie niet (opnieuw) dakloos wordt. De kans dat de verdachte dan terugvalt in middelengebruik en weer met justitie in aanraking komt is dan zeer hoog. Het inzetten van beschermd wonen en ambulante behandeling wordt als noodzakelijk gezien.

De reclassering adviseert bij een veroordeling om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:

Meldplicht;

Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;

Verblijf in beschermd- of begeleid wonen;

Verbod verdovende middelen;

Alcoholverbod;

Dagbesteding.

De reclassering adviseert de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden en het toezicht.

Uit aanvullende informatie, namelijk een mail gericht aan de officier van justitie, van de reclassering van 10 augustus 2026 blijkt dat de verdachte vanaf die datum kan verblijven bij [instelling] in [plaats] . De teamleider heeft aangegeven dat ze de plaats niet vrij blijven houden.

Strafkader

Gelet op de hiervoor beschreven ernst van de feiten, het strafblad van de verdachte en kijkend naar de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, is in beginsel een gevangenisstraf van meerdere maanden passend.

Naast vergelding, is een ander belangrijk doel van het opleggen van straf ook het voorkomen dat de verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan het plegen van dit soort feiten. Om dit te voorkomen legt de rechtbank de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op. Enerzijds vormt dit de stok achter de deur voor de verdachte om op het nu ingeslagen rechte pad te blijven. Door de huidige detentie gaat het immers beter met de verdachte. Ook is hij sinds zijn detentie abstinent van middelen en is hij gemotiveerd om dit vast te houden. Anderzijds biedt het ruimte de door de reclassering geadviseerde voorwaarden op te leggen en in te zetten op de noodzakelijke structuur, zorg en begeleiding passend bij de autismespectrumstoornis en verslavingsproblematiek van de verdachte.

Conclusie

Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden om de verdachte voor het bewezen verklaarde feit een gevangenisstraf op te leggen van 330 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan een gedeelte van 28 dagen voorwaardelijk. Het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf is gelijk aan het voorarrest. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De proeftijd bij de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt vastgesteld op twee jaar, met – kort gezegd – als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich meldt bij de reclassering, meewerkt aan ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijft in een instelling voor beschermd- of begeleid wonen, zich houdt aan een verdovende middelen- en alcoholverbod en zich inzet voor dagbesteding, zoals opgenomen in het dictum van dit vonnis.

Dadelijk uitvoerbaar

De rechtbank is van oordeel dat er, zonder een beschermend kader, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De rechtbank zal daarom de op te leggen voorwaarden en het daarop uit te voeren toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren.

De voorlopige hechtenis

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6. Vordering benadeelde partij

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 7.626,14 voor de gevolgen van feit 1 en 2 van de beschuldiging, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 2.626,14 voor vergoeding van materiële schade en € 5.000,- voor vergoeding van immateriële schade.

De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

Herstelkosten kapotte bril: € 395,20;

Herstelkosten schade auto: € 2.230,94;

Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt van de officier van justitie

Materiële schade

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover deze ziet op de gevorderde € 2.626,14,- aan materiële schade, kan worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover. Daarnaast vordert zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Immateriële schade

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het bedrag moet worden gematigd tot € 1.100,- onder verwijzing naar de categorie ‘licht letsel’ van de Rotterdamse Schaal. Daarnaast vordert de officier van justitie de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

Primair verzoekt de advocaat de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting is van het strafproces.

Subsidiair stelt de advocaat zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade op het standpunt dat deze onvoldoende is onderbouwd. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat de bril van de benadeelde partij kapot is gegaan en is vervangen. Ten aanzien van de schade aan de auto is slechts een offerte overgelegd. Hieruit blijkt niet dat de auto daadwerkelijk is gerepareerd. De verdachte zal schade hebben veroorzaakt aan onder meer de spiegels en de ruitenwissers van de auto, maar in het dossier zitten geen stukken waarop schade aan het dashboard zichtbaar is. De advocaat verzoekt de rechtbank daarom, indien en voor zover zij tot toewijzing van de materiële schade komt, slechts een beperkt bedrag toe te wijzen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade stelt de advocaat zich op het standpunt dat deze onvoldoende is onderbouwd. Zo ontbreken medische stukken waaruit de gestelde immateriële schade blijkt. De advocaat verzoekt de rechtbank daarom, indien en voor zover zij tot toewijzing van de immateriële schade komt, de gevorderde immateriële schadevergoeding sterk te matigen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer dat de behandeling van de vordering van [slachtoffer] een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De vordering is tijdig ingediend. De vordering is bovendien niet zodanig complex of omvangrijk dat de behandeling in het kader van het strafgeding niet mogelijk is.

Materiële schade

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder feit 1 subsidiair en feit 2 bewezen verklaarde en voldoende is onderbouwd. De rechtbank wijst dit deel (€ 2.626,14) van de vordering daarom toe.

Immateriële schade

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit, te weten de mishandeling. Uit de letselrapportage volgt dat er sprake was van bloeduitstortingen en schaaf/krasletsel ter hoogte van het(voor)hoofd en het gelaat, een bloeduitstorting onder de linkerschouder en schaaf/krasletsel aan beide onderbenen. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 500,00 billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij heeft gesteld dat hij als gevolg van de mishandeling tinnitus heeft opgelopen en lijdt aan chronische vermoeidheid en geheugenproblemen. De vordering bevat daaromtrent onvoldoende medische informatie. De benadeelde partij heeft dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat zou leiden tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf

De politierechter heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 08/142223-25 op 21 mei 2025 een gevangenisstraf van 27 dagen voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 3 jaar.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de rechtbank de proeftijd verlengt en dat aan die proeftijd worden verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies van 22 juli 2026.

Standpunt van de verdediging

De advocaat heeft geen standpunt ingenomen over de vordering tot tenuitvoerlegging.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen, gelet op de straf die in de onderhavige zaak wordt opgelegd.

8. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

14a, 14b, 14c, 36f, 57, 300, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart feit 1 primair niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bewezenverklaring

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 subsidiair, feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde;

straf

verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de

gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

Meldplicht bij reclasseringDat de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak. Tijdens de gehele proeftijd houdt de verdachte zich aan de aanwijzingen van de reclassering en stemt hij in met huisbezoeken.

Ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opnameDat de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden,sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag, schuldenproblematiek, woonoverlast en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

Verblijf in beschermd of begeleid wonenDat de verdachte gedurende de proeftijd verblijft in [instelling] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de detentie. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de reclassering dadelijk uitvoerbaar zijn;

vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer] (feit 1 en feit 2)

- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 3.126,14, bestaande uit € 2.626,14 materiële schade en € 500,- immateriële schade (smartengeld).

vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 08-142223-25

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;

voorlopige hechtenis

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. E.H.M. Druijf en mr. E. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2026.

De oudste en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij, op of omstreeks 14 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer]

meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht/hoofd van die [slachtoffer]

heeft gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 14 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, [slachtoffer]

heeft mishandeld, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal,

in/tegen het gezicht/hoofd van die [slachtoffer] te stompen en/of te slaan;

2

hij, op of omstreeks 14 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk en

wederrechtelijk een auto (merk: Hyundai), in elk geval enig goed, dat/die geheel of

ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] , toebehoorde heeft

vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

3

hij, op of omstreeks 14 oktober 2025, te Utrecht, althans in Nederland, opzettelijk en

wederrechtelijk een auto (merk: Tesla), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan een ander, te weten aan [benadeelde] , toebehoorde heeft vernield,

beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand