ECLI:NL:RBMNE:2026:6128

ECLI:NL:RBMNE:2026:6128

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 30-04-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer C/16/606923 / JE RK 26-212
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

wijziging verdeling zorg- en opvoedingstaken

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/606923 / JE RK 26-212

Datum uitspraak: 30 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND,

gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. K.R. Koopman,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .,

advocaat: mr. W.N. Sardjoe.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de heer [informant] ,

namens De Rading.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2026;

het verweerschrift van de vader.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de advocaat van de moeder;

mevrouw [A.] namens de GI;

mevrouw [B.] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad);

de heer [informant] namens De Rading (hierna te noemen: De Rading).

De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief aan de rechter gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

Deze zaak is- op verzoek van de advocaat van de moeder- op zitting gelijktijdig behandeld met de gezag- en omgangszaak tussen de ouders, waarvan een aparte beschikking is opgemaakt (zaaknummer C/16/538004 /FO RK 22-452).

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft sinds september 2022 in een gezinshuis.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 september 2025 de ondertoezichtstelling en de machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 17 september 2026.

De rechtbank heeft bij beschikking van 3 april 2025 de volgende voorlopige zorgregeling vastgesteld:

De vader en [minderjarige] hebben een keer per twee weken contact onder begeleiding van een professionele instelling:

gedurende de eerste twee maanden na de datum van deze beschikking (3 april 2025) gedurende drie uur per keer;

vanaf twee maanden na de datum van deze beschikking gedurende vier uur per keer.

Het is aan het oordeel van de GI om te beslissen of en wanneer de contacten (deels) zonder begeleiding kunnen plaatsvinden.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de door de rechtbank op 3 april 2025 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en te bepalen dat [minderjarige] om de week twee uur begeleide omgang met de vader heeft, waarbij de regie van de opbouw bij de GI ligt.

De GI heeft aangegeven dat er in de afgelopen periode zorgen zijn ontstaan over het contact tussen de vader en [minderjarige] . Alhoewel dit contact in eerste instantie goed verliep en sinds vorig jaar ook is uitgebreid, wil de GI het contact tussen de vader en [minderjarige] nu toch verminderen. Enerzijds is een warme band tussen de vader en [minderjarige] zichtbaar en verloopt het contact op momenten goed, maar tegelijkertijd zijn er zorgen over de opmerkingen die de vader maakt richting [minderjarige] , en ook tegen de omgangsbegeleiding. De opmerkingen van de vader, die vooral voortkomen uit frustratie, hebben invloed op het gevoel van veiligheid van [minderjarige] en dat is goed te merken aan het gedrag van [minderjarige] rondom de contactmomenten met de vader. Zo is hij dan meer gespannen, boos en zelfbepalend, zoekt hij de grenzen van anderen op (zowel thuis als op school of bij de sporttraining) en eist hij meer regie op allerlei gebieden. De afgelopen zes maanden heeft de GI ingezet op de begeleiding van de vader binnen de omgang, maar dat heeft tot onvoldoende duurzame verandering geleid. De emoties van de vader staan een constructieve samenwerking met de hulpverlening in de weg.

De vader heeft andere hulpverlening nodig dan de hulp die tot nu toe is ingezet om met zijn frustraties en triggers te leren omgaan. Dat vindt de Rading, die een 2thepointtraject was gestart, ook. Alhoewel de Rading een liefdevolle en goede vader zag die vol goede moed was gestart met dit traject, is het traject uiteindelijk voortijdig beëindigd omdat de Rading tot de conclusie kwam dat de vader op dit moment onvoldoende emotionele stabiliteit en draagkracht heeft om samen te werken met de GI, [naam] en andere betrokken instanties, terwijl die samenwerking gelet op de problematiek rondom [minderjarige] wel belangrijk is. Voor de Rading is deze problematiek voorliggend en moet de vader hier eerst mee aan de slag voordat onderzoek kan worden gedaan naar het perspectief van [minderjarige] . [minderjarige] kan hier echter niet op wachten. In het kader van zijn sociaal-emotionele ontwikkeling heeft [minderjarige] nu duidelijkheid nodig over zijn opgroeiperspectief. Ook de GI vindt de hulpverlening voor de vader noodzakelijk en verbindt dit daarom als voorwaarde aan uitbreiding van de zorgregeling. De GI is daarbij van mening dat moet terug gegaan naar de basis van twee uur per keer, omdat er dan minder ruimte is voor belastende opmerkingen. De GI wil de omgang op deze manier stabiliseren en de emotionele belasting voor [minderjarige] verminderen. De GI wil verder de regie over de omgang, zodat zij vanuit een veilige en overzichtelijke basis kunnen beoordelen wanneer en op welke wijze uitbreiding van de omgang mogelijk is.

4. De standpunten

De moeder is het eens met het verzoek van de GI. De afgelopen maanden laat [minderjarige] een achteruitgang in zijn ontwikkeling zien wat volgens de betrokken professionals gerelateerd kan worden aan het contact met de vader. De moeder mist daarbij een stukje zelfinzicht vanuit de vader. Zo wijst de moeder er bijvoorbeeld op dat de omgang tussen de vader en [minderjarige] een tijdje heeft stilgelegen omdat de vader uit boosheid en frustratie de omgang had beëindigd. De vader laat daarmee zien dat hij niet (altijd) in het belang van [minderjarige] handelt. De moeder vindt contact tussen de vader en [minderjarige] belangrijk, maar vindt dat het belang van [minderjarige] daarin leidend moet zijn, en niet de wensen van [minderjarige] en de vader.

De vader is het niet eens met het verzoek van de GI. Hij vindt dat het verzoek van de GI moet worden afgewezen. De vader is erg gefrustreerd door de gehele gang van zaken. Hij is ervan overtuigd dat hij wordt tegengewerkt in het opbouwen van het contact met [minderjarige] en hij vindt dat de oorzaak van het gedrag van [minderjarige] onterecht bij hem wordt gelegd. De vader vindt dat onrechtvaardig, zeker omdat [minderjarige] vertelt en laat zien dat hij juist graag bij de vader wil zijn. De pijnlijke of ingewikkelde opmerkingen die [minderjarige] daarbij soms maakt, komen volgens de vader vooral voort uit de manier waarop de omgang nu wordt ingericht en het feit dat [minderjarige] nu eenmaal een kind met een rugzakje en gedragsproblemen is. Een andere bron van frustratie is dat de uitbreiding van de omgang door de GI afhankelijk is gemaakt van een persoonlijk GGZ-traject van de vader. Dit traject is, om redenen die buiten de invloedsfeer van vader liggen, niet van de grond gekomen en dus is de omgang ook niet verder uitgebreid. Desondanks heeft de vader zich via de huisarts wel weer aangemeld voor een GGZ-traject waarmee hij hoopt zijn draagkracht te vergroten. Vanwege een wachtlijst is het traject nog niet gestart, maar dit hoeft volgens de vader niet in de weg te staan aan uitbreiding van het contact met [minderjarige] . Er is volgens hem namelijk geen reden om dit als voorwaarde te stellen voor uitbreiding van de omgang. Het is volgens de vader juist beter voor [minderjarige] om de omgang uit te breiden en ook te verplaatsen naar andere locaties, zodat er meer ruimte ontstaat om activiteiten te ondernemen. De vader en [minderjarige] zijn namelijk ‘doeners’ en vinden het fijn om bijvoorbeeld met elkaar te voetballen of te vissen. Door hen deze ruimte te geven, zal het contact minder krampachtig en verstikkend voelen. Dat zal zorgen voor een losser contact, waardoor [minderjarige] minder pijnlijke of ingewikkelde opmerkingen zal maken en de vader op zijn beurt minder frustratie zal ervaren. Gelet op de manier waarop de GI zich de afgelopen periode heeft opgesteld, heeft de vader er geen vertrouwen in als de regie voor de uitbreiding van de omgang bij de GI wordt gelegd. De vader doet daarom een beroep op de kinderrechter en de actieve opstelling die van haar verwacht kan worden en spreekt de hoop uit dat de kinderrechter een tijdspad voor de opbouw en uitbreiding van het contact zal vaststellen waarbij uiteindelijk wordt toegewerkt naar een overnachting.

5. De beoordeling

De beslissing

De kinderrechter zal de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt wijzigen:

De vader en [minderjarige] hebben een keer per twee weken contact onder begeleiding van een professionele instelling:

gedurende de eerste drie maanden na de datum van deze beschikking (30 april 2026) gedurende twee uur per keer;

vanaf drie maanden na de datum van deze beschikking dient het contact in twee maanden stapsgewijs te worden uitgebreid naar vier uur per keer.

Het is aan het oordeel van de GI om te beslissen of en wanneer het contact verder kan worden uitgebreid en of de contacten (deels) zonder begeleiding kunnen plaatsvinden.

De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

Het wettelijk kader

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265g lid 1 BW gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken wijzigen of vaststellen indien dat in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

De motivering

De kinderrechter kan de eerder vastgestelde zorgregeling wijzigen wanneer nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of wanneer bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

De kinderrechter stelt vast dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. De opbouw en bestendiging van de omgang tussen [minderjarige] en zijn vader stagneert en ook [minderjarige] loopt de afgelopen maanden vast in zijn ontwikkeling. [minderjarige] laat zien dat het contact met de vader – meer dan het contact met de moeder – spanning met zich meebrengt. Dat is te zien aan het gedrag dat [minderjarige] voor en na de contactmomenten laat zien. Hij laat dan meer gespannen, boos en zelfbepalend gedrag zien, gaat over grenzen van anderen heen, zoekt meer regie op allerlei gebieden en kan niet zonder nabijheid van zijn opvoeders functioneren. Dit wordt niet alleen gezien in het gezinshuis, maar ook op school en bij de sporttraining. Er bestaat dus reden om opnieuw naar de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te kijken.

Het is voor alle betrokkenen helder dat de vader en [minderjarige] genieten van het contact met elkaar. [minderjarige] is blij als hij zijn vader ziet en tijdens de omgang hebben de vader en [minderjarige] het zichtbaar fijn samen. Contact met de vader is dus zeker in het belang van [minderjarige] . Dit erkent de GI ook. De GI is zeker een voorstander van het behouden van contact tussen de vader en [minderjarige] , maar dit moet wel veilig zijn. Want tegelijkertijd wordt gezien dat de vader veel spanning en frustratie ervaart en dat hij deze emoties meeneemt tijdens de contactmomenten met [minderjarige] . Hier heeft [minderjarige] last van. Volgens de GI is een verandering in het gedrag van [minderjarige] duidelijker zicht- en merkbaar sinds de contactmomenten zijn uitgebreid naar vier uur per keer. In die vier uur is er namelijk meer tijd voor de vader en [minderjarige] en is er dus ook meer ruimte om die spanning en frustratie te uiten. Deze emoties van de vader komen vooral tot uitdrukking via belastende opmerkingen die de vader tijdens de contactmomenten maakt richting [minderjarige] of de omgangsbegeleiding. De kinderrechter deelt de zorg van de GI. Want alhoewel het – gelet op de voorgeschiedenis – zeer begrijpelijk is dat de vader frustraties ervaart en vindt dat het allemaal veel te lang duurt, is dit niet in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] is een kwetsbaar jongetje dat veel heeft meegemaakt. Hij heeft ontwikkelingskwetsbaarheden, zoals regulatieproblemen, prikkelgevoeligheid en laat signalen zien die passend zijn bij zorgen rondom hechting en zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. Hij raakt overbelast bij onduidelijkheid of veranderende verwachtingen. Dat uit zich bij hem in verhoogde spanning, dwingend gedrag en moeite met sociale interactie. Het is daarom, nog meer dan gewoonlijk, belangrijk om voorzichtig te zijn met uitspraken en/of opmerkingen. Het brengt [minderjarige] nu eenmaal sneller uit balans. Naast de belastende opmerkingen voelt [minderjarige] ook dat de vader gespannen en gefrustreerd is tijdens de contactmomenten en dat de vader (mogelijk) niet helemaal achter de plaatsing van [minderjarige] in het gezinshuis staat. Ook dat is belastend voor [minderjarige] ; het veroorzaakt spanning, verwarring en onrustig gedrag bij hem.

Ondanks dat de omgangsbegeleiding en de GI veelvuldig hebben geprobeerd hierover in gesprek te gaan met de vader, is gebleken dat de vader tijdens deze gesprekken snel getriggerd wordt en het dan lastig is om een inhoudelijk en constructief gesprek te voeren. De Rading heeft dat ook geconstateerd tijdens het 2thepointtraject. Tegelijkertijd heeft de Rading ook gezien dat de vader wel in staat is om reflecterende gesprekken te voeren, bijvoorbeeld over het al dan niet starten van het 2thepointtraject. Waar het de vader in gesprekken met de Rading dus wel lukte om te reflecteren, lukt hem dat in gesprekken met andere hulpverlening niet. De voorgeschiedenis lijkt daarin een grote rol te spelen. Contact met de hulpverlening levert bij de vader veel spanning, angst en boosheid op. Dat is begrijpelijk, maar deze emoties beïnvloeden wel de voortgang en inhoud van gesprekken en belemmeren daarmee de samenwerking met de hulpverlening, terwijl die samenwerking gelet op de problematiek rondom [minderjarige] wel belangrijk is.

De GI heeft gelet op dit alles verzocht om terug te gaan naar de basis van twee uur per keer begeleide omgang. Door de omgang te beperken tot twee uur ontstaat minder ruimte voor het maken van belastende opmerkingen of het (onbewust) delen van belastende emoties. In deze twee uur kunnen de vader en [minderjarige] onder begeleiding van een (nieuwe) professionele omgangsbegeleider weer werken aan zo onbelast mogelijk contact. De Raad staat achter dit verzoek en de kinderrechter is het met de GI en de Raad eens dat de omgang gestabiliseerd moet worden. Dit betekent dat in eerste instantie weer moet worden gestart met twee uur begeleide omgang per keer.

De kinderrechter is echter ook van oordeel dat de omgang binnen afzienbare tijd (weer) verder moet worden opgebouwd. Dit vindt de kinderrechter in het belang van [minderjarige] , omdat de omgang (ook) fijn en goed is voor hem. Daar komt bij dat de vader en de GI in een neerwaartse spiraal terecht zijn gekomen die op één of andere manier doorbroken moet worden. De kinderrechter hoopt dat te bereiken door zelf een opzet te geven voor uitbreiding van het contact tussen de vader en [minderjarige] naar ten minste vier uur per keer. Het is vervolgens aan de GI om te beslissen of dit in uren en/of frequentie kan worden uitgebreid en of het (deels) zonder begeleiding kan plaatsvinden. Hieronder valt dus uitdrukkelijk niet de bevoegdheid van de GI om – zonder nieuwe procedure – de door de kinderrechter vastgestelde duur van twee en later vier uur (weer) te beperken. Dit is ook ingegeven door de voorgeschiedenis tussen de vader en de hulpverlening en de triggers die de vader ervaart in contact met de hulpverlening.

Door het vaststellen van deze zorgregeling stelt de kinderrechter op relatief korte termijn uitbreiding van de omgang in het vooruitzicht zonder dat dat afhankelijk is van het oordeel van de GI en zonder de mogelijkheid van de GI om die uitbreiding zonder rechterlijke toets weer terug te draaien. De kinderrechter verwacht dat dat de vader (en [minderjarige] ) meer rust geeft en daarmee de ruimte en de mogelijkheid om te werken aan zijn eigen emoties en houding richting de GI, zonder daarbij direct de angst te ervaren dat de GI het contact ‘zomaar’ weer kan beperken. De kinderrechter drukt de vader daarbij op het hart om zich tijdens de omgang met [minderjarige] te concentreren op het fijne contact met hem, en zich niet te laten leiden door zijn negatieve emoties. [minderjarige] is nog jong en moet niet belast worden met de problemen van volwasssenen. Dat levert de vader niets op, maar ook zeker [minderjarige] niet.

Anders dan de GI wil zal de kinderrechter geen voorwaarden verbinden aan de toekomstige uitbreiding van de contactmoment naar vier uur per keer. De kinderrechter wil de vader namelijk het vertrouwen geven dat hij op een fijne manier contact kan hebben met [minderjarige] , zonder hem met zijn eigen emoties te belasten. Dat neemt niet weg dat de kinderrechter, net als de GI en de Rading, wel van mening is dat het belangrijk is dat de vader een GGZ-traject gaat volgen voor het ondersteunen bij zijn emotieregulatie, het leren omgaan met triggers en het voeren van constructieve gesprekken met de hulpverlening. Het is namelijk gebleken dat de vader die hulp nodig heeft. De kinderrechter gunt de vader dat ook, want naast de gespannen en gefrustreerde houding is door de Rading ook gezien dat de vader een intelligente en sensitieve man is die goede vragen kan stellen en een open en betrokken houding kan aannemen. De kinderrechter hoopt dat de vader met behulp van een GGZ-traject meer die kant van zichzelf kan laten zien, ook in contact met de hulpverlening. Dat is ook in het belang van [minderjarige] . Want op het moment dat de vader minder spanning en frustratie ervaart, zal dat een positief effect hebben op het verloop van de omgangsmomenten en de manier waarop [minderjarige] op het contact met de vader reageert.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De kinderrechter zal deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt deze als volgt:

de vader en [minderjarige] hebben een keer per twee weken contact onder begeleiding van een professionele instelling:

gedurende de eerste drie maanden na de datum van deze beschikking (30 april 2026) gedurende twee uur per keer;

vanaf drie maanden na de datum van deze beschikking dient het contact in twee maanden stapsgewijs te worden uitgebreid naar vier uur per keer.

Het is aan het oordeel van de GI om te beslissen of en wanneer het contact verder kan worden uitgebreid en of de contacten (deels) zonder begeleiding kunnen plaatsvinden;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.J. van der Weide, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

MHVDV

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand