ECLI:NL:RBMNE:2026:6146

ECLI:NL:RBMNE:2026:6146

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 05-09-2026
Zaaknummer C/16/615280 / FV RK 26-1886
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Klacht tegen medicatie ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/615280 / FV RK 26-1886

Beschikking van 7 augustus 2026

op het ingediende verzoekschrift van

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

verblijvend bij [Instelling] in [plaats] ,

advocaat: mr. C.H. Dijkstra.

1. De procedure

Betrokkene heeft op 24 juli 2026 een verzoekschrift (met bijlagen) bij de rechtbank ingediend. [Instelling] (hierna: de zorgaanbieder) heeft op 3 augustus 2026 een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op

7 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door de advocaat;

[A.] en [B.] , beiden psychiater, namens de zorgaanbieder.

Aan het einde van de zitting heeft de rechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die beslissing.

2. Waar de procedure over gaat

Op 23 april 2026 heeft deze rechtbank een zorgmachtiging verleend voor betrokkene. De zorgmachtiging geldt tot en met 23 oktober 2026. De rechtbank heeft onder andere het toedienen van medicatie als vorm van verplichte zorg toegewezen.

De instelling heeft op 1 juli 2026 een schriftelijke aanzegging voor verplichte zorg aan betrokkene afgegeven, onder meer om medicatie (een antipsychoticum) aan betrokkene te kunnen toedienen.

Betrokkene heeft tegen deze aanzegging op 2 juli 2026 een klacht bij de klachtencommissie ingediend. Betrokkene is het niet eens met het toedienen van medicatie.

De klachtencommissie heeft op 7 juli 2026 de klacht ongegrond verklaard.

Betrokkene verzoekt de rechtbank om de beslissing van de klachtencommissie te schorsen, de klacht gegrond te verklaren en te bepalen dat aan betrokkene een schadevergoeding wordt toegekend van € 20,- per dag voor de periode dat de behandeling met dwangmedicatie heeft geduurd. Betrokkene vindt dat geen sprake is van een psychose. Volgens hem is dan ook geen medicatie nodig. Bovendien is betrokkene van mening dat zijn gezondheid achteruit gaat, als gevolg van de medicatie.

De zorgaanbieder voert verweer tegen het verzoek van betrokkene.

3. De beoordeling

De rechtbank zal de klacht van betrokkene ongegrond verklaren. De rechtbank zal deze beslissing hierna uitleggen.

Betrokkene vindt allereerst dat hij niet ziek is. Hij betwist dat hij een psychische stoornis heeft. In de beschikking van 23 april 2026 is die stoornis al vastgesteld. Deze procedure leent zich niet om die diagnose opnieuw te beoordelen. Daarmee zou de klachtprocedure namelijk een verkapt hoger beroep zijn van die beslissing. De rechtbank gaat daarom aan dit standpunt voorbij.

De rechtbank moet verder beoordelen of de instelling aan betrokkene medicatie mag toedienen. Bij de beantwoording van deze vraag zijn de algemene uitgangspunten en de eisen van artikel 2:1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van toepassing. Dit houdt in dat de inzet van verplichte zorg moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid en veiligheid. Dit betekent dat het belang van de behandeling in verhouding moet staan tot de inbreuk en dat de minst ingrijpende vorm van behandeling moet worden gebruikt. Ook mag de verplichte zorg niet langer dan nodig worden toegepast en moet de behandeling in de gegeven omstandigheden effectief en veilig zijn.

De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van 1 juli 2026 voldoet aan deze eisen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat het toedienen van medicatie noodzakelijk is en dat het niet mogelijk is om een minder ingrijpend middel in te zetten. Uit de stukken blijkt dat het gedrag van betrokkene als gevolg van de psychische stoornis tot ernstig nadeel kan leiden, onder meer maatschappelijke teloorgang, agressie tegen derden en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Bij betrokkene is met name sprake van desorganisatie. Het lukt betrokkene niet om zijn leven te organiseren qua huisvesting, financiën en dagbesteding. In het voorjaar van 2025 kwam betrokkene in beeld bij het gebiedsteam van [Instelling] na verschillende zorgmeldingen. De zorgaanbieder heeft toegelicht dat gedurende een jaar is geprobeerd om betrokkene op vrijwillige basis te helpen en te behandelen, maar dat dit niet is gelukt. Betrokkene was vaak uit beeld en verbleef bij verschillende familieleden, waar hij vaak na ernstige ruzies weer op straat werd gezet. Ook werd een vrijwillige diagnostische opname ingezet, maar die werd al snel afgebroken in verband met het overtreden van de afdelingsregels. Er was geen perspectief meer op verbetering van het toestandsbeeld van betrokkene. Daarom is het nodig dat betrokkene wordt behandeld met medicatie.

De inzet van de verplichte zorg acht de rechtbank ook doelmatig en veilig. Op de zitting is gebleken dat op de afdeling waar betrokkene verblijft inmiddels duidelijke verbeteringen in het toestandsbeeld van betrokkene waarneembaar zijn. Hij heeft baat bij de medicatie. Betrokkene is beter in contact en er is minder sprake van desorganisatie.

Schorsing

Betrokkene heeft op grond van artikel 10:9 lid 1 van de Wvggz verzocht om de beslissing waartegen de klacht is gericht, te schorsen. Omdat de rechtbank de klacht van betrokkene ongegrond zal verklaren, is er geen grond voor een schorsing. De rechtbank zal dat verzoek dus afwijzen.

Schadevergoeding

Nu de door verzoeker ingediende klacht ongegrond wordt verklaard, is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding voor toekenning van de verzochte schadevergoeding. De rechtbank wijst het verzoek om een schadevergoeding dan ook af.

4. Beslissing

De rechtbank:

verklaart de klacht ongegrond;

wijst af het verzoek tot schorsing;

wijst af het verzoek tot schadevergoeding.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. M.M.E. Manning, rechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 14 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

LMFC

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.M.E. Manning

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand