ECLI:NL:RBMNE:2026:6178

ECLI:NL:RBMNE:2026:6178

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer 12290900 \ LV EXPL 26-27
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Kort geding. De (geluids)overlast die huurder veroorzaakt rechtvaardigt de gevorderde ontruiming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: 12290900 \ LV EXPL 26-27

Vonnis in kort geding van 7 september 2026

in de zaak van

de stichting

WOONSTICHTING CENTRADA,

te Lelystad,

eisende partij,

hierna te noemen: Centrada,

gemachtigde: mr. L. Wanders,

tegen

de vennootschap onder firma

[gedaagde] , HANDELEND IN HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN DE HEER [onderbewindgestelde],

te [plaats 1] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

gemachtigden: mr. F. van Laaren en E.P. de Jong.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 juli 2026, met 24 producties;

- de akte van Centrada met aanvullende producties 25 tot en met 30;

- de akte van [gedaagde] met één productie;

- de akte van Centrada met aanvullende producties 31 en 32.

Op 24 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens Centrada waren [A] ( [functie] ) en [B] ( [functie] ) aanwezig. Centrada werd bijgestaan door haar gemachtigde mr. L. Wanders. Namens [gedaagde] waren [C] en [D] aanwezig. [gedaagde] werd bijgestaan door mr. F. Van Laaren en E.P. de Jong. [onderbewindgestelde] was ook aanwezig en werd vergezeld door [E] (waarnemend mentor voor [F] ). Centrada en de bewindvoerder hebben het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder op de zitting is besproken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van de zaak

[onderbewindgestelde] huurt van Centrada de woning aan de [adres] in [plaats 2] (hierna: de woning). Centrada stelt dat [onderbewindgestelde] al lange tijd ernstige overlast veroorzaakt voor omwonenden. Centrada wil daarom dat [onderbewindgestelde] de woning verlaat en ontruimt. [onderbewindgestelde] is het daar niet mee eens. De kantonrechter stelt Centrada in het gelijk. Dit betekent dat [onderbewindgestelde] de woning moet verlaten en ontruimen. Omdat [onderbewindgestelde] onder bewind staat zal dit vonnis worden gewezen tussen Centrada en [gedaagde] in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde] , zoals in de kop van dit vonnis is vermeld.

3. De beoordeling

Beoordelingskader in kort geding

In dit kort geding moet de kantonrechter allereerst beoordelen of Centrada een spoedeisend belang bij haar vordering tot ontruiming heeft. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is en van Centrada niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De kantonrechter is van oordeel dat Centrada een spoedeisend belang heeft. Centrada heeft gesteld dat [onderbewindgestelde] ernstige overlast veroorzaakt, waardoor de situatie voor omwonenden onhoudbaar is geworden. Van Centrada kan daarom niet worden verlangd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

Vervolgens moet de kantonrechter beoordelen of de kans dat de vordering van Centrada in een bodemprocedure wordt toegewezen zo groot is dat zij de ontruiming nu al kan toewijzen. Bij die beoordeling moet rekening worden gehouden met het feit dat een ontruiming ingrijpend is en meestal niet kan worden teruggedraaid.

[onderbewindgestelde] moet de woning verlaten en ontruimen

Centrada legt aan haar vordering ten grondslag dat [onderbewindgestelde] is tekortgeschoten in zijn verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. Centrada stelt dat [onderbewindgestelde] ernstige (geluids)overlast veroorzaakt en dat verschillende toegangsdeuren zijn vernield door (de bezoekers van) [onderbewindgestelde] . Daarnaast is er sprake van vervuiling van algemene ruimten en (vermoedens van) drugsgebruik en criminele activiteiten. Omwonenden voelen zich daardoor niet veilig in hun eigen woning. Centrada stelt dat zij een verplichting heeft naar de omwonenden om de overlast te laten eindigen. Zij wil daarom dat [onderbewindgestelde] de woning verlaat en ontruimt.

De kantonrechter is van oordeel dat [onderbewindgestelde] ernstige overlast veroorzaakt voor omwonenden. Dit volgt uit het overlastdossier dat Centrada bij dagvaarding heeft overgelegd. In het dossier zit een groot aantal overlastmeldingen van omwonenden. Ook medewerkers van Centrada hebben meermaals geconstateerd dat [onderbewindgestelde] overlast veroorzaakt. Daarnaast blijkt uit het dossier dat de voordeur van [onderbewindgestelde] verschillende keren is vernield en [onderbewindgestelde] een cilinder uit de berging heeft gestolen. [onderbewindgestelde] heeft op de zitting de door Centrada gestelde overlastgevende gedragingen ook niet overtuigend betwist. Hij erkent dat er verschillende incidenten zijn geweest bij zijn woning en dat er sprake is van drugsgebruik. Dit lijkt ook in lijn met de inhoud van de allonge (gedragsaanwijzing) waarin [onderbewindgestelde] heeft erkend dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Na de ondertekening van de gedragsaanwijzing heeft Centrada echter nog steeds overlastmeldingen van omwonenden ontvangen. [onderbewindgestelde] heeft weliswaar tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat hij niet de enige is in het complex die drugs gebruikt en overlast veroorzaakt, maar dat maakt het oordeel niet anders. Hoewel de kantonrechter niet kan vaststellen dat (het bezoek van) [onderbewindgestelde] bij alle incidenten betrokken is geweest, blijkt uit het dossier wel dat hij daar vaak een aandeel in heeft gehad. De kantonrechter is van oordeel dat hiermee voldoende vaststaat dat [onderbewindgestelde] ernstige overlast veroorzaakt voor omwonenden.

Gelet op de inhoud van de overgelegde stukken – zeker in onderling verband bezien – staat dan ook vast dat [onderbewindgestelde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen en dat hij daardoor ernstig tekort is geschoten in zijn verplichtingen als huurder. Op grond van artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW) rechtvaardigt iedere tekortkoming ontbinding van de overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Van die uitzondering is naar het oordeel van de kantonrechter – ook wanneer het woonbelang van [onderbewindgestelde] in aanmerking wordt genomen – geen sprake. De kantonrechter realiseert zich dat een ontruiming ingrijpende gevolgen heeft voor [onderbewindgestelde] . Daar staat echter tegenover dat sprake is van ernstige tekortkomingen van [onderbewindgestelde] en van zwaarwegende belangen van Centrada (en haar andere huurders/omwonenden). Daarbij weegt ten nadele van [onderbewindgestelde] mee het structurele karakter van de overlast gedurende een lange periode en de omstandigheid dat [onderbewindgestelde] daarmee is blijven doorgaan ondanks meerdere waarschuwingen, gesprekken met Centrada en een gedragsaanwijzing. Bovendien lijkt [onderbewindgestelde] zich nog steeds niet te realiseren in hoeverre zijn gedragingen overlast veroorzaken bij omwonenden. Omwonenden geven aan dat zijn drugsgebruik veel van de overlast veroorzaakt, maar de noodzaak om met het gebruik van drugs te stoppen en daar hulp bij te aanvaarden lijkt bij [onderbewindgestelde] echter (nog) niet door te dringen. [onderbewindgestelde] heeft ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de situatie zal verbeteren en hij structureel hulp zal aanvaarden. Daar komt bij dat tot vlak voor de zitting door omwonenden nog overlast is gemeld, zodat de slotsom is dat het niet langer houdbaar is dat [onderbewindgestelde] in de woning blijft wonen.

Ontruimingstermijn

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] aangevoerd dat de korte ontruimingstermijn van zeven dagen grote gevolgen voor [onderbewindgestelde] heeft. [onderbewindgestelde] komt op straat te staan. De kantonrechter begrijpt dat het in dat geval moeilijk wordt om [onderbewindgestelde] de hulp te bieden die hij nodig heeft. De ontruimingstermijn zal daarom worden gesteld op één maand na betekening van het vonnis. Met deze termijn wordt [gedaagde] een redelijke termijn gegund om (samen met [onderbewindgestelde] ) de ontruiming te realiseren, alternatieve woonruimte te vinden waarbij samen met de begeleiding (mentor) gekeken kan worden of er toegewerkt kan worden naar een andere – bijvoorbeeld begeleide of beschermde – woonvorm.

Uitvoerbaar bij voorraad

Centrada heeft de kantonrechter gevraagd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Centrada het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt – zeker bij een kort geding – is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Centrada om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van Centrada zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde] . Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Proceskosten

[gedaagde] , handelend in hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde] , is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonstichting Centrada worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

156,74

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.304,74

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] , handelend in hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde] , om binnen één maand na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] in [plaats 2] met alle daarin aanwezige personen en zaken (tenzij deze zaken van Centrada zijn), te verlaten, te ontruimen en in oorspronkelijke, onbeschadigde schone en lege staat op te leveren aan Centrada, onder afgifte van de sleutels aan Centrada, met het verbod om de woning na ontruiming opnieuw te betrekken of te gebruiken,

veroordeelt [gedaagde] , handelend in hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde] , in de proceskosten van € 1.304,74, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] , handelend in hoedanigheid van bewindvoerder [onderbewindgestelde] , tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026.

BS/43497

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand