ECLI:NL:RBNHO:2025:10074

ECLI:NL:RBNHO:2025:10074, Rechtbank Noord-Holland, 23-07-2025, 8967999 \ CV EXPL 21-231

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 23-07-2025
Datum publicatie 11-11-2025
Zaaknummer 8967999 \ CV EXPL 21-231
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

EU:32004R0261

Samenvatting

Luchtvaart. Beroep op BO (de-icing) slaagt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8967999 \ CV EXPL 21-231

Uitspraakdatum: 23 juli 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],beiden wonende te [plaats 1]

3. [eiser 3],

4. [eiser 4],

beiden wonende te [plaats 2]

5. [eiser 5]wonende te [plaats 3]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff

tegen

buitenlandse vennootschap:

FZE Free Zone Establishment (Verenigde Arabische Emiraten) Emirates

gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Volgens de vervoerder moest het toestel waarmee de vlucht is uitgevoerd ijsvrij worden gemaakt (de-icing), wat heeft geleid tot enige vertraging. Dit verweer slaagt. Verder is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder gemotiveerd heeft aangevoerd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. De gevorderde compensatie wordt afgewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 5 november 2018 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Ngurah Rai Airport, Indonesië, via Dubai Airport, Verenigde Arabische Emiraten, met vluchtcombinatie EK150 en EK398.

Vlucht EK150 van Amsterdam naar Dubai, (hierna: de vlucht), is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 november 2018, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 544,50 dan wel € 514,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht is veroorzaakt door slechte weersomstandigheden en de noodzaak het toestel waarmee de vlucht werd uitgevoerd ijsvrij te maken (de-icing).

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.

De vervoerder heeft in dit verband betoogd dat de vlucht met een vertraging van vier minuten gereed stond voor vertrek. Om 22:12 uur (lokale tijd) kreeg het toestel van de luchtverkeersleiding pas de vereiste push back clearance. Het toestel moest daarnaast ijsvrij worden gemaakt, ook wel de-icing genoemd. Hierbij heeft de vervoerder benadrukt dat alle vertrekkende toestellen ijsvrij moesten worden gemaakt, dus niet alleen het toestel van de vervoerder. Als gevolg van voornoemde omstandigheid is de vlucht met ongeveer 30 minuten vertraging uitgevoerd. Dergelijke omstandigheden zijn volgens de vervoerder niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaarmaatschappij. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de vervoerder, onder meer, het vluchtrapport van de vlucht en een ‘movement message’ overgelegd. Uit het ‘movement message’ volgt dat de vlucht is vertraagd door “SI LATE T/O DUE TO REMOTE DEICING”.

De passagiers betwisten het verweer en stellen dat uit de door de vervoerder overgelegde stukken niet volgt dat de vlucht is vertraagd door restricties van de luchtverkeersleiding dan wel dat de de-icing als buitengewone omstandigheid moet worden aangemerkt. Het ‘de-icen’ van een toestel hoort bij de standaardprocedure bij het vliegen bij lage temperaturen.

De kantonrechter overweegt dat zowel het wachten op als de uitvoering van de de-icing procedure kunnen worden aangemerkt als buitengewone omstandigheden, mits dit voldoende concreet wordt gesteld en onderbouwd. Dit heeft de vervoerder in dit geval gedaan. De vervoerder heeft gemotiveerd weersproken dat de ‘de-icingprocedure’ bij de standaard procedure bij vertrek op Schiphol hoort. Ook heeft de vervoerder met de door hem overgelegde documenten en zijn toelichting daarop dan voldoende aannemelijk gemaakt dat de vertraging van de vlucht voor de duur van 30 minuten het gevolg was van het (moeten wachten op) de-icen van het toestel. Daarmee is de vertraging van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.

De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de vertraging niet kon voorkomen en dat hij passagiers op de eerstvolgende beschikbare vlucht met plaats naar de eindbestemming heeft geplaatst. Hiermee zijn de passagiers met een vertraging van 23 uur en 48 minuten later op de eindbestemming aangekomen. De passagiers betwisten dit en voeren aan dat er een aantal alternatieve vluchten zijn waarmee zij sneller vervoerd hadden kunnen worden.

Uit de rechtspraak van het Hof volgt dat het aanbieden van een door een luchtvaartmaatschappij zelf uitgevoerde alternatieve vlucht die de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt, in beginsel geen redelijke maatregel is. Dit is anders als er geen enkele andere mogelijkheid voor een alternatieve vlucht bestond die op een minder laat tijdstip aankwam of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer betekende voor de luchtvaartmaatschappij. Hierbij ziet de kantonrechter het woord ‘dag’ als een tijdruimte. Voor de uitleg wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, namelijk een tijdsduur van 24 uur.

Dit betekent dat de door de vervoerder aangeboden alternatieve vlucht, mede gelet op de eindbestemming in beginsel een redelijke maatregel vormt. De passagiers verwijzen naar een lijst van alternatieve vluchten die sneller zouden zijn. De vervoerder heeft gemotiveerd aangevoerd dat niet zeker was dat er daadwerkelijk plaatsen aan boord van die alternatieve vluchten beschikbaar waren en dat de door de passagiers gestelde combinaties van vluchten mogelijk waren. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers te beperken. De vordering van de passagiers zal daarom worden afgewezen.

De passagiers zijn in het ongelijk gesteld. Daarom worden zij veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Kleij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand