VONNIS TOELATING WSNP
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/366523 FT RK 25/444
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/25/142
uitspraakdatum: 26 augustus 2025
in de zaak van: [schuldenares] (hierna: schuldenares)geboren op: [geboortedatum] 1983 te [plaats 1]wonende te: [plaats 2]
schuldhulpverlener: Kredietbank Nederland.
1. Samenvatting
Schuldenares heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenares voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.
2. Beslissing van de rechtbank
De rechtbank laat schuldenares met ingang van datum 26 augustus 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 30 januari 2024. De rechtbank verlengt de looptijd van de regeling tot 26 februari 2026. De rechtbank stelt schuldenares vanaf 26 augustus 2025 vrij van de verplichting tot afdracht aan de boedel en van haar inspanningsverplichting.
3. Gevolgen voor schuldenares
4. Redenen voor deze beslissing
Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 zal de rechtbank (ambtshalve) onderzoeken of er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de wsnp te bepalen dan het moment waarop de wsnp met dit vonnis wordt toegepast.
Vanaf januari 2024 heeft schuldenares in het minnelijke voortraject maandelijks afgelost ten behoeve van haar schuldeisers. Schuldenares heeft in minnelijk traject niet voltijds arbeid verricht, maar 32 uur per week, en zij heeft niet aanvullend gesolliciteerd. Schuldenares heeft, ondanks dat zij niet voltijds heeft gewerkt, in totaal meer afgedragen dan met haar afloscapaciteit op basis van het vrij te laten bedrag (vtlb) had moeten doen. De rechtbank stelt vast dat schuldenares daarmee hetgeen zij meer had kunnen verdienen als zij voltijds (minimaal 36 uur per week) zou hebben gewerkt, voldoende heeft gecompenseerd, ook omdat zij met haar laatste afdracht in juli 2025 inmiddels gedurende 19 maanden heeft gespaard (in plaats van 18 maanden gedurende de standaardtermijn van 18 maanden in het minnelijke traject en de wsnp). De rechtbank zal daarom het begin van de looptijd van de wsnp bepalen op 30 januari 2024 (datum eerste aflossing) zonder het tekort aan gewerkte uren in de lengte van de termijn te compenseren.
De wsnp duurt standaard 18 maanden te rekenen vanaf 30 januari 2024. Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Hoge Raad volgt dat na het materiële einde van de wsnp enige tijd nodig is om de regeling ook formeel te laten eindigen, en dat de wsnp daarom vanaf de uitspraak in beginsel tenminste zes maanden moet worden toegepast. De rechtbank zal de looptijd van de regeling daarom verlengen tot 26 februari 2026. De bewindvoerder is hierdoor voldoende in de gelegenheid de benodigde werkzaamheden te verrichten. Nu het er vooralsnog voor gehouden moet worden dat schuldenares zich in het minnelijk voortraject al voldoende heeft gehouden aan de aflosverplichting zoals die geldt in de wsnp, hoeft zij zich vanaf 26 augustus 2025 daaraan niet meer te houden. Schuldenares zal zich dan nog wel moeten blijven houden aan de medewerkings- en informatieplichten tegenover de bewindvoerder.
5. Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd
6. Andere gevolgen van dit vonnis
[bewindvoerder]
De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenares en mag deze inzien.
7. Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten
Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter