RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/360719 / JU RK 25-20
Datum uitspraak: 7 januari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Jeugd- en Gezinsbeschermers Haarlem,
hierna te noemen de GI,
wonende in Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] binnen het netwerk (bij de tante van haar halfzus) te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen.
[de minderjarige] ’s moeder is eind december 2024 plotseling vertrokken uit haar woning, zonder [de minderjarige] en de GI in kennis te stellen. Het is onbekend waar de moeder nu verblijft. [de minderjarige] was als gevolg daarvan een nacht alleen thuis en heeft de volgende dag haar ambulant begeleider ingelicht over de ontstane situatie.
In april vorig jaar is de moeder ook vertrokken zonder iemand op de hoogte te stellen. Zij is toen naar het buitenland gegaan en pas na een paar maanden teruggekomen. [de minderjarige] verbleef toen enige tijd bij haar vader, maar voelde zich daar niet veilig, is vervolgens bij Eigen Kracht geplaatst en sinds oktober 2024 woonde ze weer volledig bij de moeder.
Beide ouders zijn onvoldoende beschikbaar voor [de minderjarige] en hebben persoonlijke problematiek. Bij de vader van [de minderjarige] is daarnaast sprake van signalen van alcoholgebruik, waarna werd gekozen voor begeleide omgang met [de minderjarige] .
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] , gelet op de ontstane crisissituatie. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , binnen het netwerk met ingang van 7 januari 2025 voor de duur van 4 weken;
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de belanghebbenden, de GI en [de minderjarige] op voor een nader te bepalen zitting.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.