ECLI:NL:RBNHO:2025:13097

ECLI:NL:RBNHO:2025:13097, Rechtbank Noord-Holland, 06-11-2025, 11113363 \ CV EXPL 24-1198

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-11-2025
Datum publicatie 24-11-2025
Zaaknummer 11113363 \ CV EXPL 24-1198
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Tussenvonnis. Voldaan aan precontractuele informatieverplichtingen. Administratiekostenbeding in algemene voorwaarden vermoedelijk oneerlijk. Gelegenheid eisende partij om zich hierover uit te laten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 11113363 \ CV EXPL 24-1198

Uitspraakdatum: 6 november 2025

Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

AVIS Budget Autoverhuur B.V.

te 's-Gravenhage

de eisende partij

gemachtigden: mr. Th. van Wijngaarden en [gemachtigde]

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1. De procedure

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2. De beoordeling

De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.768,46, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten

De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.

De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).

Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: ‘Algemene Voorwaarden BOVAG Verhuurbedrijven’ van november 2012 (hierna: de algemene voorwaarden).

Artikel 13 van de algemene voorwaarden luidt – voor zover relevant – als volgt:‘Artikel 13 - Overheidsmaatregelen en informatie aan autoriteiten 1. Voor rekening van huurder zijn alle sancties en gevolgen van maatregelen die in verband met het ter beschikking hebben door huurder c.q. gebruiken van het voertuig van overheidswege worden opgelegd, tenzij deze verband houden met een defect dat bij aanvang van de huur reeds aanwezig was of de sancties verband houden met omstandigheden die in de risicosfeer van verhuurder liggen.

2. Indien deze sancties en maatregelen aan verhuurder worden opgelegd, is huurder gehouden verhuurder op diens eerste verzoek schadeloos te stellen, waarbij huurder aanvullend de kosten van administratie verschuldigd wordt, met een minimum van € 25,- (inclusief BTW). Verhuurder dient die kosten zoveel mogelijk te beperken. Indien verhuurder in verband met enige gedraging of nalaten van huurder, zoals een verkeersovertreding, informatie aan autoriteiten verstrekt, is huurder gehouden de daarmee gepaard gaande kosten te vergoeden, met een minimum van € 10,- (inclusief BTW). (…)’

De voorwaarde dat (kort gezegd) eventuele bekeuringen voor rekening van de huurder komen is op zichzelf niet oneerlijk, omdat het redelijk is dat de huurder zelf betaalt voor de verkeersovertredingen die met het gehuurde voertuig worden begaan. Ten aanzien van de administratieve kosten is het beding echter wel oneerlijk omdat het de eisende partij de mogelijkheid biedt om eenzijdig kosten te bepalen en door te belasten. Dat in het beding is opgenomen dat de kosten ‘zoveel mogelijk’ dienen te worden beperkt, neemt niet weg dat er geen objectief maximum voor de hoogte van de kosten is vastgesteld. Dit maakt het beding onevenredig nadelig voor de huurder. Daarom is het beding vermoedelijk oneerlijk. De kantonrechter is voornemens om het beding op dit punt te vernietigen en de gevorderde administratiekosten af te wijzen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich over dit voornemen uit te laten.

De andere bepaling uit de algemene voorwaarden die verband houdt met de vordering, te weten artikel 7 lid 4, is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Conclusie

De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.

Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rol van 4 december 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P.E. Oomens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand