RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/381695 / JU RK 26-1364
Datum uitspraak: 1 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. M.J. Bouwman uit Zaandam.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 1 september 2026.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] is onder toezicht gesteld tot 20 januari 2027. Op 7 mei 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank een voorwaardelijke machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 20 januari 2027.
[de minderjarige] verblijft nu op de Kleinschalige woongroep [woongroep] van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] .
3. Het verzoek
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Er zijn al lange tijd zorgen over [de minderjarige] , waarvoor hij eerder ook gesloten is geplaatst. Hoewel het een periode beter is gegaan, zijn de zorgen nu weer toegenomen. [de minderjarige] is een kwetsbare jongen die verbaal en fysiek grensoverschrijdend gedrag laat zien wanneer hij boos wordt. Het is voor [de minderjarige] moeilijk om zich aan afspraken te houden. Daarnaast maakt men zich zorgen over mogelijke criminele activiteiten en middelengebruik. De afgelopen periode zijn er conflicten geweest met de begeleiding op de groep, fysiek en verbaal. Omdat [de minderjarige] bang is voor een gesloten plaatsing is hij diverse keren weggelopen van de groep. Bij terugkeer blijft hij grenzen opzoeken, houdt hij zich niet aan afspraken en is hij dreigend naar groepsleiding. Op de momenten dat [de minderjarige] wegloopt, is onvoldoende duidelijk waar hij verblijft, met wie hij contact heeft en wat hij doet. Op dit moment is hij opnieuw weggelopen van de groep. Hoewel er al een regulier verzoek voor een gesloten machtiging was ingediend, kan hier niet langer op worden gewacht. [de minderjarige] lijkt de spanning niet meer te kunnen reguleren waardoor zijn veiligheid niet langer gewaarborgd kan worden op de open groep. De voorwaardelijke machtiging is kennelijk reeds ingezet in juli 2026, zo begrijpt de kinderrechter na een mondelinge toelichting van de GI op het verzoek. 4.2. Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . De gedragswetenschapper heeft een instemmingsverklaring afgegeven zonder met [de minderjarige] te kunnen spreken. Het was niet mogelijk hem te spreken, omdat hij was weggelopen en er zorgen zijn over zijn veiligheid zodra hij hoort van de inhoud van het verzoek. De kinderrechter zal daarom de machtiging verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken onder de voorwaarde dat [de minderjarige] de eerstvolgende dag na plaatsing wordt onderzocht en de instemmingsverklaring wordt gehandhaafd Deze aanvullende verklaring dient vervolgens de eerstvolgende werkdag uiterlijk 16.00 uur op schrift gesteld binnen te komen bij de rechtbank.
De GI, [de minderjarige] , zijn advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 1 september 2026 tot 29 september 2026 onder de voorwaarde dat [de minderjarige] de eerstvolgende dag na plaatsing wordt onderzocht door een gedragswetenschapper en de eerder afgegeven instemmingsverklaring wordt gehandhaafd. Deze aanvullende verklaring dient vervolgens de eerstvolgende werkdag uiterlijk 16.00 uur op schrift gesteld binnen te komen bij de rechtbank;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nog nader te bepalen zitting;
bepaalt dat de griffier de GI, de moeder, de vader en [de minderjarige] en zijn advocaat tijdig zal oproepen voor die zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Beek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.