ECLI:NL:RBNHO:2026:11637

ECLI:NL:RBNHO:2026:11637

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer C/15/381762
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/381762 / JU RK 26-1373

Datum uitspraak: 2 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

het mondelinge verzoek van de GI op 2 september 2026;

de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 3 september 2026.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] woont bij zijn vader en moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 november 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van zes maanden en het verzoek voor het overige deel aangehouden voor zes maanden. Bij beschikking van 20 mei 2026 is [de minderjarige] voor de resterende zes maanden onder toezicht gesteld, dus tot 26 november 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

4. De beoordeling

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is onder toezicht gesteld, tot 25 november 2026. Het gaat niet goed met [de minderjarige] . Hij heeft al 1,5 jaar geen dagbesteding en gaat niet naar school. [de minderjarige] zou bij zowel moeder als vader verblijven. Bij moeder escaleert het echter regelmatig, bij vader zou er meer structuur en regels gelden waaraan hij zich moet houden, waardoor het daar beter zou gaan, maar vader werkt niet mee met hulpverlening en de WSS heeft geen zicht op hoe het bij vader gaat. Moeder heeft op 31 augustus de WSS gebeld omdat [de minderjarige] niet thuis was en enkele nachten is weggebleven.

Er is afgesproken om bij elkaar te komen om een plan van aanpak te maken, maar dit is niet gelukt. Er zijn spanningen tussen vader en [de minderjarige] . Bij moeder is het geëscaleerd, waarbij [de minderjarige] messen heeft gepakt en vervolgens met een mes op zijn buik op zijn moeder is afgelopen en heeft gedreigd zich zelf iets aan te doen. Hij zou al geprobeerd hebben zichzelf met zijn jas aan de kapstok op te hangen. Er is veel spanning en strijd tussen ouders, zij kunnen niet met elkaar communiceren en de vader heeft nu ook doodsbedreigingen naar de moeder geuit en een medewerker van WSS bedreigd als er een verzoek tot uithuisplaatsing gedaan zou worden. [de minderjarige] staat niet open voor hulpverlening, noch voor een uithuisplaatsing. [de minderjarige] ’s gemoedstoestand is zorgelijk en hij is momenteel zoek, het is niet bekend waar hij is. Moeder kan het momenteel niet aan en houdt zich moeizaam aan de afspraken, vader heeft aangegeven dat hij het zo ook niet vol kan houden. De politie en de crisisdienst zijn ook geïnformeerd, omdat [de minderjarige] mogelijk kampt met psychische klachten.

De kinderrechter acht een machtiging uithuisplaatsing noodzakelijk gelet op de zorgelijke gemoedstoestand van [de minderjarige] , de gespannen thuissituatie bij zowel de vader als de moeder en de veiligheid van [de minderjarige] , zijn ouders en de hulpverleners. [de minderjarige] heeft aangegeven niet terug te willen naar de vader en bij de moeder escaleert het regelmatig, waarbij het voor moeder lastig is [de minderjarige] te begrenzen en zich ook aan de afspraken te houden. Daarbij komt dat de GI geen zicht heeft op hoe het er bij vader thuis aan toe gaat omdat vader alle hulpverlening afhoudt en de hulpverlening bij hem geen ingang heeft om hier goed zicht op te krijgen. Daarnaast is er veel strijd tussen ouders waardoor het niet lukt om goede afspraken te maken en hieraan vast te houden. Dit leidt tot onduidelijkheid bij [de minderjarige] . Het is daarom van belang dat er een plek komt waar er zicht is op [de minderjarige] en waar hij rust, duidelijkheid, structuur en grenzen krijgt. Van daaruit kan worden beoordeeld wat [de minderjarige] nodig heeft, hoe de hulpverlening bij hem kan aansluiten en wat nodig is in het contact met beide ouders.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van zijn geestelijke toestand en onderzoek van zijn lichamelijke toestand alsmede de veiligheid van [de minderjarige] en anderen dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 2 september 2026 tot 30 september 2026;

verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] tijdig oproept voor de zitting.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026 door mr. M.C.A. Onderwater, kinderrechter, en op schrift gesteld en ondertekend door mr. F.W. van Dongen op 3 september 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand