RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11591706 \ CV EXPL 25-1680
Uitspraakdatum: 28 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar buitenlands recht
Skycop
gevestigd te Vilnius (Litouwen)
eiseres
hierna te noemen: Skycop
gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
American Airlines
gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten van Amerika)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer
De zaak in het kort
Skycop heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist dat de passagier haar vermeende vorderingsrecht middels cessie aan Skycop heeft overgedragen. Dit verweer slaagt. De handtekening op de akte van cessie wijkt teveel af van de handtekening op het paspoort van de passagier. Skycop is niet-ontvankelijk in haar vordering.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 1 juli 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Dallas-Fort Worth-Arlington, Dallas (Verenigde Staten van Amerika), met vlucht AA221 (hierna: de vlucht).
De vlucht is geannuleerd.
Skycop heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
Skycop vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Skycop baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Skycop stelt dat de passagier haar vermeende vorderingsrecht middels cessie heeft overgedragen aan Skycop, zodat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De vervoerder betwist primair dat de passagier haar vermeende vorderingsrecht middels cessie heeft overgedragen aan Skycop. Hierbij heeft de vervoerder, onder meer, aangevoerd dat de handtekening op de akte van cessie in sterke mate afwijkt van de handtekening op het paspoort van de passagier. Skycop heeft hiertegen ingebracht dat de handtekeningen niet identiek zijn, maar wel goedgelijkend.
Naar het oordeel van de kantonrechter wijkt de handtekening van de passagier op de akte van cessie teveel af van de handtekening op het paspoort van de passagier. Hierdoor kan niet zonder meer worden aangenomen dat het de passagier zelf is geweest die de akte van cessie heeft ondertekend. Dat Skycop onder meer een kopie van het paspoort van de passagier, de boekingsbewijzen en een foto van de tickets van de boardingpasses van de omgeboekte vlucht heeft overgelegd, maakt dit niet anders. Het had op de weg van Skycop gelegen om stukken in het geding te brengen waaruit blijkt dat het vermeende vorderingsrecht daadwerkelijk aan haar is overgedragen, hetgeen zij heeft nagelaten zodat niet van een rechtsgeldige cessie kan worden gesproken. Skycop zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De overige verweren van de vervoerder behoeven dan ook geen bespreking.
Skycop zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart Skycop niet-ontvankelijk in haar vordering;
veroordeelt Skycop tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Skycop tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter