ECLI:NL:RBNNE:2025:4178

ECLI:NL:RBNNE:2025:4178, Rechtbank Noord-Nederland, 01-10-2025, 24/1024

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 01-10-2025
Datum publicatie 15-10-2025
Zaaknummer 24/1024
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Varia. Beroep tegen de afwijzing van het verzoek om een Vog af te geven. Eiser is onderwijs assistent. In dat kader wordt van hem een Vog verlangd. In het JDS is bij eiser een registratie aangetroffen van een veroordeling voor een zedenmisdrijf met een minderjarige. In dat geval geldt er een verscherpt toetsingskader. Naar het oordeel van de rechtbank kan het bestreden besluit de (verscherpte) toets doorstaan van zowel het objectieve als het subjectieve criterium. Verweerder heeft het verzoek dus op juiste gronden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser] uit [woonplaats] , eiser

de minister voor Rechtsbescherming, verweerder.

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 24/1024

(gemachtigde: mr. K.E. Wielenga),

en

1. Deze uitspraak gaat over het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om een Verklaring omtrent gedrag (Vog) af te geven. Eiser is het daar niet mee eens en voert een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek.

In deze uitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. In de bijlage staan wetsartikelen die van belang zijn.

Procesverloop

2. Eiser is onderwijs assistent. In dat kader wordt van hem een Vog verlangd. Met het besluit van 27 september 2023 heeft verweerder het verzoek van eiser om een Vog af te geven afgewezen, omdat bij eiser in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) een veroordeling voor een zedenmisdrijf staat geregistreerd. Met het bestreden besluit van

29 januari 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Partijen hebben de rechtbank laten weten dat zij niet aanwezig zullen zijn bij de behandeling van het beroep op de zitting van 27 augustus 2025. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Heeft verweerder het verzoek om afgifte van de Vog op juiste gronden afgewezen?

3. Eiser vindt het niet terecht dat zijn Vog-aanvraag is afgewezen. Hij voert aan dat het geregistreerde zedenmisdrijf alleen maar strafbaar is, vanwege de 15-jarige leeftijd van het slachtoffer. Was zij op dat moment 16 jaar geweest, dan was eiser niet veroordeeld en had hij wel een Vog gekregen. Het slachtoffer was ten tijde van het misdrijf, op vier maanden na, 16 jaar oud. Volgens eiser had verweerder dit moeten meewegen in het besluit. Dat geldt ook voor het feit dat hij in zijn functie werkt met minderjarigen die ouder zijn dan 16 jaren. Verder voert eiser aan dat ook de omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd meegewogen hadden moeten worden. Hij was toen namelijk niet op de hoogte van de minderjarige leeftijd van het slachtoffer. Ook heeft het slachtoffer er zelf een actieve rol in gehad, zo stelt hij. Er was geen sprake van dwang of een afhankelijkheidsrelatie. Tot slot voert eiser aan dat de risico-inschatting van de reclassering niet juist is, omdat deze voornamelijk is gebaseerd op het feit dat hij een ontkennende verdachte was.

4. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van eiser niet slagen. Zij overweegt als volgt.

Bij beoordeling van deze Vog-aanvraag worden de criteria gehanteerd die zijn neergelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2023 (de Beleidsregels). Als de aanvrager voorkomt in het JDS, wordt volgens de Beleidsregels de aanvraag beoordeeld aan de hand van een objectief criterium en een subjectief criterium. De beroepsgronden van eiser zien op beide criteria.

Het objectieve criterium

Het objectieve criterium gaat over de beoordeling of de registratie in het JDS die is aangetroffen, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormt voor een behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de Vog is aangevraagd.

Bij eiser is in het JDS een veroordeling geregistreerd voor een zedenmisdrijf met een minderjarige. In zijn functie als onderwijs assistent geeft eiser met name les aan (kwetsbare minderjarigen en) jongvolwassenen. In het misdrijf is, indien herhaald, een risico aanwezig voor de samenleving en de aangetroffen registratie vormt een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat deze gegevens in het JDS, in de weg staan aan het doel waarvoor de Vog is aangevraagd. Voor de volledigheid voegt de rechtbank nog toe dat uit vaste rechtspraak volgt dat de omstandigheden waaronder het strafbare feit zou zijn begaan, niet relevant zijn voor de beoordeling of aan het objectieve criterium is voldaan en dat deze beoordeling los staat van de persoon van eiser.

Het subjectieve criterium

Het subjectieve criterium betreft de beoordeling of het belang dat eiser heeft bij het verstrekken van de Vog zo zwaar weegt, dat de Vog moet worden verleend ondanks de risico's voor de samenleving.

Uit de Beleidsregels volgt een verscherpt toetsingskader in het geval van een zedenmisdrijf. Er bestaat dan slechts zeer beperkte ruimte om alsnog over te gaan tot de afgifte van een Vog, als het gaat om een functie met een gezags- of afhankelijkheidsrelatie, of aanwezigheid van kwetsbare personen, en er een belemmering wordt aangenomen voor een behoorlijke uitoefening van de functie.

De rechtbank heeft gelet op bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en op rechtspraak van de Afdeling. Zij ziet geen aanleiding om te oordelen dat verweerder van het verscherpte toetsingskader had moeten afwijken. Tegenover eisers individuele belang van het mogen uitoefenen van zijn functie, staat het zwaarwegende algemene belang van het beschermen van de samenleving. Deze constatering kan volgens de rechtbank niet tot het oordeel leiden dat verweerder alsnog een Vog had moeten afgeven. Voor de volledigheid voegt de rechtbank hieraan toe dat eiser op grond van de Beleidsregels niet voorgoed is uitgesloten voor een dergelijke functie. Ook kan eiser zich laten omscholen, gezien zijn jonge leeftijd. Tot slot merkt de rechtbank op dat uit de stukken blijkt dat eiser de opleiding voor onderwijs assistent heeft afgerond, ná zijn veroordeling voor een zedenmisdrijf. Dit terwijl hij had kunnen weten dat aan hem voor zo’n functie mogelijk geen Vog zou worden afgegeven.

5. Dit alles leidt tot het oordeel dat het bestreden besluit de toets kan doorstaan van zowel het objectieve criterium als het subjectieve criterium. Verweerder heeft het verzoek van eiser om afgifte van de Vog dus op juiste gronden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Het besluit om eiser geen Vog af te geven, blijft daarmee in stand. Hij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Er bestaat ook geen aanleiding voor het vergoeden van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Knuttel, rechter, in aanwezigheid van

K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3:4

(…)

2 De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Artikel 4:84

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Beleidsregels VOG-NP-RP 2023

Paragraaf 3.1.3. Het objectieve criterium;

en,

Paragraaf 3.1.4. Het subjectieve criterium.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand