RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beslissing
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/248179 KG RK 25-280
Beslissing van 19 september 2025
van de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster]
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
strekkende tot de wraking van
de leden van de wrakingskamer.
1. De procedure
Op 8 september 2025 heeft verzoekster een verzoek ingediend strekkende tot wraking van de rechter belast met de behandeling van het faillissementsverzoek met kenmerk [zaaknummer]. Dit wrakingsverzoek is geregistreerd onder het nummer [zaaknummer].
Op 12 september 2025, binnengekomen op de griffie van de rechtbank op 16 september 2025, heeft verzoekster een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend. Hierbij heeft verzoekster de leden van de wrakingskamer gewraakt.
2. Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-
Nederland.
3. De beoordeling
Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland (vastgesteld op 4 april 2023) kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek niet is gemotiveerd.
Naar het oordeel van de voorzitter van de wrakingskamer is geen sprake van een gemotiveerd wrakingsverzoek in de zin van de wet. Hiertoe overweegt de voorzitter dat verzoekster in het wrakingsverzoek de gronden waarop verzoekster de rechter in de faillissementsprocedure heeft gewraakt herhaalt, maar dat geen feiten of omstandigheden naar voren zijn gebracht waardoor volgens haar de rechterlijke onpartijdigheid van de leden van de wrakingskamer schade zou kunnen lijden. Gelet hierop verklaart de voorzitter van de wrakingskamer het verzoek tot wraking van verzoekster van 12 september 2025 van de leden van de wrakingskamer niet-ontvankelijk.
4. De beslissing
De voorzitter van de wrakingskamer verklaart het verzoek van 12 september 2025 van verzoekster niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 19 september 2025.
de griffier de voorzitter
(de griffier is verhinderd deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.