RECHTBANK Noord-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: C/18/256080 / KG ZA 26-169
Vonnis in kort geding van 30 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. R.M. Beltzer,
tegen
GRASSMEIJERS B.V.,
te Nieuw Beerta,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Grassmeijers,
advocaat: mr. W.F. Bos.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de producties van [eiser]- de producties van Grassmeijers- de mondelinge behandeling van 16 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van [eiser]- de pleitnota van Grassmeijers.
2. De feiten
Grassmeijers is op 19 juni 2020 opgericht en is een onderneming die zich bezighoudt met het kweken en telen van legale cannabis voor recreatief gebruik. Grassmeijers maakt deel uit van het Experiment Gesloten Coffeeshopketen.
[bedrijf] is een organisatieadviesbureau. Enig aandeelhouder en bestuurder is [eiser]. [bedrijf] bezit 5% van de aandelen in Grassmeijers. Ter uitvoering van een door Grassmeijers met [bedrijf] gesloten overeenkomst van opdracht heeft [eiser] werkzaamheden voor Grassmeijers verricht. Tussen [bedrijf] en Grassmeijers bestaat een geschil over door [bedrijf] in dat verband gestuurde facturen.
Op 13 oktober 2025 heeft [eiser] bij Grassmeijers een interne melding gedaan, zijnde een integriteitsmelding in het kader van de Wet bescherming Klokkenluiders (hierna: de melding). De melding is verzonden aan de bestuurders [bestuurder 1] en [bestuurder 2].
Op 17 oktober 2025 heeft Grassmeijers de ontvangst van de melding erkend.
[eiser] heeft meermaals bij Grassmeijers verzocht om informatie over, afschriften van, dan wel inzage in de gegevens en bescheiden over de behandeling van zijn melding. Vervolgens heeft [eiser] de dagvaarding voor dit kort geding doen uitgaan. Op 25 juni 2025 is namens Grassmeijers als volgt gereageerd op het in de dagvaarding onder a. tot en met k. gevorderde:
‘’(…)
a. Er was op 13 oktober 2025 nog geen sprake van een dergelijke regeling en zodoende is het ook niet mogelijk om een afschrift van de op voornoemde datum geldende regeling toe te zenden. Overigens is bij cliënte sinds begin dit jaar wel een interne meldregeling van kracht;
b. Per e-mail d.d. 17 oktober 2025 is de ontvangst van de melding door cliënte bevestigd. Nadien heeft ook nog correspondentie tussen partijen en/of met het huis voor de klokkenluiders plaatsgevonden. Naar mening van cliënte is hiermee de melding voldoende geregistreerd, althans is het uw cliënt voldoende duidelijk dat geen andere registratie met kenmerk etcetera heeft plaatsgevonden;
c. Per e-mail d.d. 17 oktober 2025, die uw cliënt in zijn bezit heeft, is de ontvangst
van de melding door cliënte bevestigd;
d. Ten tijde van de melding was er geen sprake van een persoon of functionaris die belast was met de behandeling van de melding. Zodoende is de melding en de daaropvolgende correspondentie behandeld door de bestuurder(s) van cliënte;
e. Voor zover deze er zijn heeft uw cliënt deze reeds in zijn bezit, zie ook de producties bij de dagvaarding in onderhavige kwestie en de eerder door de heer [eiser] via zijn B.V. gevoerde procedure jegens cliënte waarbij zowel u als ondergetekende als advocaten betrokken zijn geweest;
f. Zie dit schrijven, in het bijzonder hetgeen hier achter a. tot en met e. is weergegeven;
g. Uw cliënt heeft al de beschikking over afschriften van deze e-mails voor zover deze zijn verzonden en deze niet in het kader van een vertrouwens- c.q. geheimhoudingsrelatie zijn gedeeld;
h. De melding is gedeeld tussen c.q. met de bestuurder(s), de aandeelhouders en de juridisch adviseurs van cliënte en met het huis voor de klokkenluiders. Voor het overige heeft cliënte de melding niet gedeeld. Dit neemt niet weg dat ook uw cliënte de inhoud van de melding heeft c.q. zou kunnen hebben gedeeld met derden en hierdoor (de inhoud van) de melding verder verspreid is en cliënte genoodzaakt is geweest om daarop te reageren;
i. Zie achter g. en/of h.;
j. Zie hiervoor;
k. Zie hiervoor.
(…)’’
3. Het geschil
[eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. Grassmeijers te bevelen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] en diens advocaat (uitsluitend) reeds bestaande gegevens en bescheiden schriftelijk te verstrekken of mede te delen, voor zover Grassmeijers daarover beschikt of daarover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, waaronder via haar statutair bestuurder:
a. een afschrift van de op 13 oktober 2025 geldende interne meldprocedure;
b. of de melding van 13 oktober 2025 is geregistreerd en, zo ja, op welke datum en onder welk kenmerk;
c. een afschrift van de Wbk-conforme ontvangstbevestiging van die melding, voor zover die bestaat;
d. welke persoon of functionaris binnen Grassmeijers belast was of is met de
beoordeling en eventuele opvolging van die melding;
e. een afschrift of uittreksel van de reeds bestaande, voldoende bepaalbare interne registraties, verslagen, notities, beslisdocumenten en terugkoppelingsdocumenten die specifiek op de melding van 13 oktober 2025 zien, met vermelding van de datum waarop elk document is opgesteld;
f. voor zover de onder a tot en met e bedoelde gegevens of documenten ontbreken: een schriftelijke bevestiging dat zij ontbreken;
g. een afschrift of uittreksel van de reeds bestaande e-mailberichten en bijlagen uit de periode 13 oktober 2025 tot en met 27 februari 2026, tussen of afkomstig van personen aan wie de melding van 13 oktober 2025 of daartoe herleidbare informatie door of namens Grassmeijers of haar statutair bestuurder is doorgestuurd of gedeeld, voor zover die berichten specifiek zien op de ontvangst, registratie, doorgeleiding, beoordeling, opvolging, terugkoppeling of vertrouwelijke afscherming van die melding en berusten onder Grassmeijers of redelijkerwijs door haar kunnen worden verkregen, waaronder via haar statutair bestuurder;
h. een uittreksel van de reeds bestaande metadata of loggegevens waaruit blijkt
wanneer, door wie en aan wie de melding van 13 oktober 2025 is ontvangen, doorgestuurd, geregistreerd, doorgeleid of anderszins in het kader van de behandeling is verwerkt, voor zover zulke gegevens bestaan;
i. een afschrift of uittreksel van de reeds bestaande administratieve registraties, workflowgegevens, audittrailgegevens en verwerkingslogs in door Grassmeijers gebruikte meld-, compliance-, financiële of administratieve systemen, voor zover dezespecifiek betrekking hebben op de ontvangst, registratie, doorgeleiding, beoordeling, opvolging of terugkoppeling van de melding van 13 oktober 2025, dan wel op een in dat kader aan de melding gekoppelde status, blokkade, routing of vertrouwelijkheids- of afschermingsmaatregel, voor zover zulke gegevens bestaan;
j. voor zover ten aanzien van de hiervoor genoemde gegevens, documenten, berichten of berichtketens een beroep wordt gedaan op geheimhouding, verschoningsrecht of andere gewichtige redenen als bedoeld in art. 194 lid 2 jo. 195 Rv: een categoriegewijs overzicht per stuk, bericht of berichtketen met datum, globale aard van het stuk, hoedanigheid van opsteller of afzender, geadresseerde(n) en de grond van weigering, zonder prijsgeving van de inhoud van stukken of berichten waarop het beroep op verschoningsrecht of geheimhouding ziet;
k. alle redelijke medewerking te verlenen die nodig is om het onder a tot en met i gevorderde daadwerkelijk te achterhalen, op te vragen en te verstrekken, waaronder voor zover nodig het opvragen daarvan bij haar statutair bestuurder of bij degene die de melding feitelijk behandelde;
een en ander voor zover nodig met anonimisering van persoonsgegevens van derden en
afscherming van bedrijfsgeheimen die voor deze procedure niet noodzakelijk zijn;
II. te bepalen dat Grassmeijers een dwangsom verbeurt van € 5.000,- per dag of gedeelte daarvan dat zij na afloop van de onder I. genoemde termijn in gebreke blijft, met een maximum van € 150.000,-;
III. Grassmeijers te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis tijdig wordt betaald, alsmede in eventuele nakosten.
Grassmeijers voert verweer. Grassmeijers concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Grassmeijers vordert primair de volledige proceskosten, nader op te maken aan de hand van een kostenoverzicht en daarbij behorende declaraties, subsidiair de proceskosten volgens het liquidatietarief.
4. De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningen-rechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Het belang dat [eiser] heeft om te weten met wie zijn melding is gedeeld is op zichzelf spoedeisend.
Bij de behandeling van het kort geding is echter gebleken dat hij al beschikt over de informatie waar zijn vordering betrekking op heeft. De in de vordering onder a. tot en met k. genoemde punten zijn alle besproken tegen de achtergrond van de reactie die de advocaat van Grassmeijers daar bij brief van 25 juni 2026 op heeft gegeven. In aanvulling daarop heeft zij ter zitting meegedeeld dat, naast de in haar brief genoemde personen, aan twee met name genoemde medewerkers van de bank van Grassmeijers mondeling is meegedeeld dat een melding in het kader van de Wbk is gedaan en dat dat ook bij [eiser] bekend was. [eiser] heeft dat niet weersproken.
Desgevraagd heeft [eiser] niets verklaard waaruit zou kunnen volgen dat hij nog enig rechtens te respecteren belang heeft bij (enig onderdeel van) zijn vordering. Daarom zal die worden afgewezen.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Grassmeijers heeft verzocht om vergoeding van de werkelijk gemaakte advocaatkosten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de reactie van de advocaat van Grassmeijers van 25 juni 2026 is gekomen nadat [eiser] de kort gedingdagvaarding had doen uitgaan. In zoverre had [eiser] belang bij het instellen van de vordering. Om die reden zal bij de begroting van de proceskosten niet worden uitgegaan van de werkelijke kosten van Grassmeijers, zoals zij heeft gevraagd, maar van het gebruikelijke liquidatietarief.
De proceskosten van Grassmeijers worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.
873