ECLI:NL:RBOBR:2025:925

ECLI:NL:RBOBR:2025:925, Rechtbank Oost-Brabant, 20-02-2025, 10899355 \ CV EXPL 24-595

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 20-02-2025
Datum publicatie 01-10-2025
Zaaknummer 10899355 \ CV EXPL 24-595
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Eindhoven
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0031432

Samenvatting

Aanneming van werk; toewijzing vordering tot betaling aanneemsom (nakoming); verweer ontbinding slaagt niet; geen verzuim want geen laatste gelegenheid voor herstel binnen redelijke termijn gegeven; afwijzing vordering in reconventie tot terugbetalen van aanbetaalde bedrag en schadevergoeding

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 10899355 \ CV EXPL 24-595

Vonnis van 20 februari 2025

in de zaak van

[eiser] B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: [gemachtigde] .

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en [gedaagde] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 januari 2024 met 10 producties;- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met 13 producties;

- de conclusie van antwoord in reconventie; - het bericht van 6 januari 2025 met 8 producties van [gedaagde] ;- de mondelinge behandeling van 17 januari 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2. De beoordeling

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie (tegenvordering) zullen deze vorderingen hierna gezamenlijk worden besproken.

De zaak in het kort

[eiser] heeft op 23 april 2020 een aannemingsovereenkomst gesloten met [gedaagde] . Afgesproken is dat [eiser] een tuin aanlegt en een pergola plaatst tegen betaling van € 12.500,00 door [gedaagde] . [gedaagde] heeft een bedrag van € 3.000,00 aanbetaald. [eiser] wil dat [gedaagde] het restantbedrag van € 9.500,00 betaalt, vermeerderd met rente en kosten.

[gedaagde] is het daar niet mee eens. [gedaagde] vindt dat hij niet hoeft te betalen voor de uitgevoerde werkzaamheden, omdat de overeenkomst is ontbonden vanwege tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen die [eiser] heeft.

[gedaagde] heeft tegenvorderingen ingesteld. Vanwege de ontbinding van de overeenkomst wil hij de aanbetaling van € 3.000,00 (met rente) terug. Ook vordert [gedaagde] betaling van een bedrag van € 2.250,00 als vergoeding voor door hem geleden schade en betaling van een bedrag van € 850,00 voor het verweer.

Het beroep van [gedaagde] op ontbinding slaagt niet. [eiser] krijgt in deze procedure gelijk. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] toe. De kantonrechter wijst de tegenvorderingen van [gedaagde] af. Hierna wordt uitgelegd waarom dit zo is.

Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [gedaagde]

[eiser] heeft opdracht tot het aanleggen van een tuin en het plaatsen van een pergola. [gedaagde] moet daarvoor de overeengekomen aanneemsom van € 12.500,00 voldoen. Voor de start van de werkzaamheden heeft [gedaagde] een bedrag van € 3.000,00 aanbetaald. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verbintenis, omdat hij het resterende bedrag van € 9.500,00 niet heeft betaald. [gedaagde] moet dit bedrag in principe alsnog betalen. Dat is anders als het verweer van [gedaagde] slaagt.

Het verweer van [gedaagde] : beroep op ontbinding

Volgens [gedaagde] mag hij de overeenkomst met [eiser] ontbinden en heeft hij dat ook met succes gedaan in juli 2020. Daarom is hij niet langer verplicht is om het resterende bedrag aan aanneemsom te betalen. [gedaagde] stelt onder meer dat [eiser] de overeengekomen werkzaamheden niet volledig heeft uitgevoerd, dat hij daarover tijdig heeft geklaagd en dat [eiser] de werkzaamheden niet heeft afgemaakt, ondanks dat hij daarvoor voldoende gelegenheid heeft gehad.

Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [eiser]

Niet in geschil is dat [eiser] verschillende werkzaamheden in het kader van de tuinaanleg heeft verricht. De pergola is echter niet geplaatst. Daar komt bij dat [eiser] de andere werkzaamheden weliswaar heeft verricht, maar dat er vier kleinere punten zijn die nog moeten worden afgewerkt. [eiser] heeft de overeengekomen werkzaamheden dus niet of niet volledig (juist) uitgevoerd. Aan de kant van [eiser] is dus sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.

Ontbinding gerechtvaardigd?

[gedaagde] heeft per e-mail van 24 juni 2020 aan [eiser] bericht welke werkzaamheden nog niet zijn afgerond. [eiser] heeft nadien erkend dat de volgende onderdelen van het werk nog niet zijn uitgevoerd:

het aanvullen van de voegen van het 120x60 tegelpad;

het plaatsen van extra haringen ter bevestiging van het kunstgras;

het vervangen van 1 gebroken tegel;

het plaatsen van een strookje grind voor afvoer van water van het pad en het gedeelte voor de schuur;

het plaatsen van de pergola.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De tekortkoming ten aanzien van de aanleg-werkzaamheden is niet dusdanig ernstig dat (volledige) ontbinding van de overeenkomst is gerechtvaardigd (artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] onweersproken verklaard dat de benodigde materialen (haringen, grind) een relatief lage waarde hebben en dat de benoemde opleverpunten waarschijnlijk binnen het tijdsbestek van een uur kunnen worden afgewerkt. Dit maakt dat de gevolgen van (volledige) ontbinding van de overeenkomst niet in verhouding staan tot de aard en de ernst van de vier niet afgewerkte opleverpunten bij de aanlegwerkzaamheden, zodat ontbinding op deze vier punten niet is gerechtvaardigd.

De tekortkoming bij het plaatsen van de pergola betreft een van de belangrijkste onderdelen van de prestatie die [eiser] moest leveren. Daarmee is de tekortkoming dusdanig ernstig dat (volledige) ontbinding van de overeenkomst is gerechtvaardigd.

[gedaagde] heeft op 5 juli 2020 per e-mail aan [eiser] weten dat hij de pergola en het zonwerende doek niet meer wenst te hebben en dat hij de overeenkomst aangaande de pergola en het zonwerende doek ontbindt. [gedaagde] geeft daarbij als redenen het herhaaldelijk niet nakomen van (op)leveringsafspraken, het verstrijken van een redelijke termijn daarvoor en gebrekkige communicatie daarover.

Op 27 juli 2020 heeft [gedaagde] per brief aan [eiser] laten weten dat hij de overeenkomst ontbindt en dat [eiser] niet binnen de afgesproken termijn heeft geleverd en gemaakt wat is overeengekomen.

De door [gedaagde] beoogde ontbinding van de overeenkomst had echter geen effect. Dat komt omdat [eiser] niet in verzuim is.

Verzuim is vereist; [eiser] niet in verzuim

Hoewel in dit geval sprake is van een tekortkoming die zo ernstig is dat ontbinding is gerechtvaardigd, betekent dit niet dat [gedaagde] de overeenkomst met [eiser] zonder meer mocht ontbinden. De bevoegdheid om te ontbinden ontstaat namelijk pas op het moment dat [eiser] in verzuim is. Dat komt omdat [eiser] in dit geval haar verplichtingen tegenover [gedaagde] nog had kunnen nakomen. [eiser] raakt kort gezegd pas in verzuim als een fatale termijn voor het voldoen aan de verplichtingen is verstreken of als zij schriftelijk een laatste gelegenheid heeft gekregen om binnen een redelijke termijn alsnog te voldoen aan haar verplichtingen en zij dat vervolgens niet doet.

Op basis van de stukken en dat wat partijen tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht stelt de kantonrechter vast dat geen sprake is van een fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a BW. Niet gebleken is dat 28 mei 2020 (of enige andere datum) voor [gedaagde] als een absolute einddatum voor de werkzaamheden gold in die zin dat [eiser] direct in verzuim zou zijn als de werkzaamheden niet op dat specifieke moment gereed zouden zijn en dat [eiser] dit wist of behoorde te weten. Daar komt bij dat [gedaagde] tijdens de mondeling behandeling heeft verklaard dat hij tijdens de werkzaamheden ermee heeft ingestemd dat bepaalde spullen na 28 mei 2020 werden geleverd.

Ook heeft [gedaagde] aan [eiser] geen laatste gelegenheid gegeven om binnen een redelijke termijn alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. Van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 6:82 BW is geen sprake. De brief van [gedaagde] van 24 juni 2020 is daarvoor namelijk niet genoeg. In die brief heeft [gedaagde] wel aan [eiser] meegedeeld wat er nog moet gebeuren en gevraagd om hem inzicht te geven wanneer dit kan worden gerealiseerd, maar [eiser] wordt in de brief niet gesommeerd om de werkzaamheden binnen een laatste door [gedaagde] gegeven (redelijke) termijn af te ronden. - Het gevolg is dat [eiser] niet in verzuim is geraakt. Dat [eiser] niet heeft gereageerd op het bericht van 24 juni 2020 maakt dit niet anders.

Ook de brief van [gedaagde] aan [eiser] van 9 juli 2020 kan niet beschouwd als de voor ontbinding vereiste ingebrekestelling. Ook in deze brief geeft [gedaagde] aan [eiser] namelijk geen redelijke termijn voor nakoming van haar verplichtingen. Dat komt omdat [gedaagde] in die brief [eiser] enkel verzoekt om binnen drie dagen te laten weten of de te verrichten werkzaamheden nog kunnen en zullen worden uitgevoerd. Daarin leest de kantonrechter niet het stellen van een termijn waarbinnen [eiser] alsnog had moeten nakomen. Een dergelijke termijn volgt ook niet uit de toevoeging “(…) zodat uiterlijk 24 juli 2020 het werk opgeleverd kan worden.” Uit die bewoordingen blijkt onvoldoende duidelijk dat [eiser] tot 24 juli 2020 de gelegenheid zou hebben gekregen om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen.

Het voorgaande betekent dat [eiser] ook op 24 juli 2020 niet in verzuim is geraakt, omdat [gedaagde] hem niet heeft aangemaand om de overeenkomst binnen een redelijke termijn na te komen. Dat er eind juli 2020 feitelijk wel geruime tijd is verstreken sinds het bericht van [gedaagde] over de tekortkomingen maakt hierbij geen verschil.

Overeenkomst niet ontbonden; toewijzing van vorderingen van [eiser]

Omdat [eiser] niet in verzuim is, heeft [gedaagde] op grond van de wet niet de bevoegdheid om de overeenkomst met [eiser] op 5 juli 2020 of op 27 juli 2020 te ontbinden. Van een succesvolle ontbinding van de overeenkomst is dus geen sprake. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet. De overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] is in stand gebleven. Dit betekent dat [gedaagde] de overeengekomen aanneemsom van € 12.500,00 moet voldoen, zodat de kantonrechter de vorderingen van [eiser] zal toewijzen.

De tegenvorderingen van [gedaagde]

Uit dat wat hiervoor is overwogen vloeit voort dat de vordering in reconventie tot terugbetaling van € 3.000,00 (met rente) zal worden afgewezen. Nu de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] niet is ontbonden, is de aanbetaling van € 3.000,00 niet onterecht (niet onverschuldigd betaald). De overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] vormt namelijk de rechtsgrond voor de aanbetaling.

De vordering tot vergoeding van de schade van € 2.255,00 zal de kantonrechter ook afwijzen. [eiser] is zoals hiervoor is overwogen niet in verzuim geraakt, zodat een grondslag voor de gevorderde schadevergoeding ontbreekt. -

Buitengerechtelijke incassokosten

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 van het BW. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 850,00 toegewezen.

Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:

- hoofdsom

9.500,00

- buitengerechtelijke incassokosten

850,00

+

Totaal

10.350,00

Proceskosten in conventie

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] (in conventie) worden vastgesteld op:

- kosten van de dagvaarding

113,54

- griffierecht

524,00

- salaris gemachtigde

812,00

(2 punten × € 406,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.584,54

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Proceskosten in reconventie

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eiser] (in reconventie) worden vastgesteld op:

- salaris gemachtigde

339,00

(2 punten × factor 0,5 × € 339,00)

Totaal

339,00

3. De beslissing

De kantonrechter

in conventie

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 10.350,00 aan hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom van € 9.500,00, met ingang van 4 juli 2022, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 1.584,54;

in reconventie

wijst de vorderingen van [gedaagde] af;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 339,00;

in conventie en in reconventie

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de eventuele explootkosten van betekening van het vonnis;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten, gerekend vanaf de 15e dag na betekening van het vonnis tot de dag van volledige betaling;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand