ECLI:NL:RBOBR:2026:6332

ECLI:NL:RBOBR:2026:6332

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 11-06-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 11489532 \ CV EXPL 25-216
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Eindhoven

Samenvatting

Non-conformiteit tweedehands auto. De door de verkoper geleverde auto beantwoordt niet aan de koopovereenkomst, zodat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door de verkoper. Deze tekortkoming is, gelet op de aard en ernst van het gebrek, niet van geringe betekenis en rechtvaardigt de ontbinding van de koopovereenkomst. De koopovereenkomst is door koper rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden, waardoor ongedaanmakingsverplichtingen zijn ontstaan. Daarnaast moet de verkoper de schade vergoeden die de koper door de tekortkoming en ontbinding lijdt.

Uitspraak

4. INSPECTIE / SCHADE

(…)

EXPERTISE

(…)

(…) In het eerst oogopslag zien we direct dat de auto aan de voorzijde wat heeft meegemaakt. De motorkap moeren zijn los geweest. Dit gebeurt vrijwel alleen met schade reparatie. We houden dit in ons achterhoofd.

We starten de motor koud. Om te horen hoe deze klinkt. We merken direct dat de distributieketting opgerekt is. Dit merken we aan een luide ratel wat de eerste paar seconden te horen is tijdens het draaien van de motor. Daarna verdwijnt deze weer omdat de distributieketting spanner voldoende motorolie krijgt.

De hoofdklacht is momenteel dat de airco niet werkt. Dit is al sinds de koop van de auto. Er is door een garage aan gewerkt alleen deze komt er niet meer uit. Deze heeft meerdere onderdelen vervangen. De aircocompressor is als eerste vervangen omdat deze uit elkaar is geknald tijdens het rijden. Een aircocompressor ploft niet zomaar. Dit kan alleen als de druk in het airco systeem te hoog wordt of als de compressor inwendig vastloopt. De monteur welke eraan gewerkt heeft, hebben we gesproken. Hij legt uit dat hij de aircocompressor vervangen heeft. Waarna de airco nog steeds niet werkte. Er is verder gezocht en er zijn nog meer onderdelen vervangen. Tot op heden werkt de airco nog steeds niet.

Wanneer we de BMW uitlezen komt er een storing naar boven welke betrekking heeft op het aircosysteem. De storing 8011CD – Bedieningskast airconditioning: Verkeerde versie geïnstalleerd staat opgeslagen. De auto heeft een schade verleden. De airbags zijn vervangen. Als de dashboardairbag ploft dient het dashboard vervangen te worden. Dit is gedaan. Alleen is er toen een verkeerd airco bedieningspaneel ingebouwd. Dit paneel communiceert niet goed met de auto waardoor de airco continue wordt aangestuurd en hierdoor de aircodruk veel te hoog oploopt. Met als gevaar dat de compressor weer ploft.

(…)

5. ONDERHOUD / SCHADEVERLEDEN

De auto heeft een digitaal service register. Er is tot en met 2021 onderhoud gepleegd. Daarna is niks meer gebeurd aan onderhoud of het is niet gedocumenteerd. Dit kunnen we niet achterhalen. Hiermee kunnen we concluderen dat het onderhoud matig is.

De auto heeft op veel plekke schade gehad. De voorkant heeft in elkaar gelegen. Hier zijn nog sporen van te zien. De auto lijkt hagelschade te hebben gehad. Op meerdere plekken op het dak meten we een hele dikke lakdikte, welke alleen gemeten kan worden als er plamuur gebruikt is om deuken glad te krijgen.

6. OORZAAK / CONCLUSIE

Naar aanleiding van onze bevinden aan bovengenoemd voertuig en diens klachten hebben we als volgt geconcludeerd.

De BMW heeft sinds de koop problemen met de airco. Hiervoor dient het goede ventilatie bedieningspaneel te worden gemonteerd, om dit weer te laten werken. De distributieketting dient vervangen te worden. Verder zijn er andere problemen welke meneer [eiser] al heeft hersteld om toch met de auto te kunnen rijden omdat hij de auto nodig heeft. Er zijn flinke kosten gemaakt. Wat niet bij het onderhoud van de auto hoort. Het gaat hier om verborgen gebreken.

(…)”

Een brief van de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagde] van 18 september 2024 - met het daarbij gevoegde rapport van [A] - luidt, voor zover relevant, als volgt:

“(…)

(…) Als verkoper van deze auto wordt u in gebreke gesteld.

De gebreken aan de door u aan cliënt verkochte auto zijn hierna omschreven.

- Oliehuis beschadigd, hersteld door eigen garage.

- Airco/aircopomp defect.

- Accu laadt niet bij.

- Motor wordt te heet (reeds hersteld?).

- Aircopomp ontploft.

(…)

U dient binnen zeven dagen na dagtekening van dit schrijven:

(…)

- Het gebrek herstellen (nakoming door u van de overeenkomst).

- Geen kosten in rekening brengen bij cliënt.

(…)

Als u niet, niet tijdig of niet volledig voldoet aan deze ingebrekestelling wordt deze koop als ontbonden beschouwd vanwege non-conformiteit en dient u de koopsom ad € 17.000 aan cliënt te voldoen en aan hem een vrijwaringsbewijs van deze auto te overleggen.

Tevens worden alsdan de nevenvorderingen gevorderd bestaande uit vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ad € 1.143,45 , vergoeding van de MRB en WA naar rato en extra kosten (€ 1.124,86). (…)”

[gedaagde] heeft niet gereageerd op voormelde brief, waarna de gemachtigde van [eiser] de tussen partijen gesloten koopovereenkomst bij brief/e-mail van 22 november 2024 buitengerechtelijk heeft ontbonden.

3. Het geschil

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I. voor recht zal verklaren dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst op 22 november 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden;

II. [gedaagde] zal veroordelen tot (terug)betaling van de koopprijs ten bedrage van € 17.000,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen evenredig deel van de koopprijs in het geval van partiële ontbinding van de koopovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de datum van verzuim, althans de datum van ontbinding van de koopovereenkomst, althans de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

subsidiair

III. de tussen partijen gesloten koopovereenkomst zal ontbinden op grond van non-conformiteit dan wel zal vernietigen op grond van dwaling;

IV. [gedaagde] zal veroordelen tot (terug)betaling van de koopprijs ten bedrage van € 17.000,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen evenredig deel van de koopprijs in het geval van partiële ontbinding dan wel vernietiging van de koopovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de datum van verzuim, althans de datum van ontbinding van de koopovereenkomst, althans de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

meer subsidiair

V. [gedaagde] zal veroordelen om de auto op te (laten) halen, de gebreken kosteloos te herstellen en aan [eiser] kosteloos (gelijkwaardig) vervangend vervoer te verschaffen gedurende de herstelperiode;

primair, subsidiair en meer subsidiair

VI. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.143,45 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf de datum van verzuim, althans de datum van ontbinding van de koopovereenkomst, althans de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

VII. [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.054,06, onder meer bestaande uit onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies, te vermeerderen met een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 820,02 en de wettelijke (handels)rente vanaf de datum van verzuim, althans de datum van ontbinding van de koopovereenkomst, althans de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

VIII. [gedaagde] zal veroordelen de auto onmiddellijk te vrijwaren, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] in gebreke blijft met het verstrekken van een deugdelijk vrijwaringsbewijs, met een maximum van € 20.000,00;

IX. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van de procedure.

[gedaagde] voert verweer en stelt dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Dit geschil spitst zich (primair) toe op de vraag of [eiser] op goede gronden de koopovereenkomst heeft ontbonden of dat er gronden bestaan de koopovereenkomst alsnog te ontbinden. In dat kader is onder meer relevant de vraag of de auto bij aflevering beantwoordde aan de koopovereenkomst.

Het standpunt van [eiser]

[eiser] legt - samengevat - aan zijn vordering(en) ten grondslag dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en dat daarom sprake is van non-conformiteit (artikel 7:17 lid 2 BW). [eiser] licht toe dat hij kort na levering van de auto (op 11 juni 2024) werd geconfronteerd met diverse gebreken aan de auto, namelijk een defecte airco(pomp), een beschadigd oliehuis, een niet ladende accu en een te heet wordende motor. Deze gebreken zijn ook vastgesteld door [A] , waren al aanwezig ten tijde van de levering en zijn niet ontstaan door een handelen of nalaten van [eiser] . [eiser] was van de betreffende gebreken niet op de hoogte en hoefde deze ook niet te verwachten, mede gelet op de leeftijd, de kilometerstand, de koopprijs van de auto en de inhoud van de verkoopadvertentie van [gedaagde] , waarin onder meer was vermeld dat de auto perfect rijdt en schakelt en dealeronderhouden is.

Nu de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde (en nog steeds beantwoordt), was [gedaagde] verplicht om binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor [eiser] tot herstel of vervanging over te gaan. Dit betekent dat [gedaagde] gehouden was om de auto tijdig op te (laten) halen, te herstellen en weer aan [eiser] af te leveren. Door dit na te laten, is [gedaagde] tekortgeschoten in de op hem rustende verplichting ex artikel 7:21 lid 3 BW en was [eiser] bevoegd de (koop)overeenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:22 BW, aldus [eiser] .

Het standpunt van [gedaagde]

[gedaagde] voert daartegen aan dat hij de auto bij de inkoop daarvan uitgebreid heeft onderzocht en een proefrit heeft gemaakt. Ook [eiser] heeft voorafgaand aan de aankoop van de auto een proefgereden. Zowel [gedaagde] als [eiser] zijn tot de conclusie gekomen dat het gaat om een degelijke auto en dat er geen sprake was van mankementen. Na inkoop is de auto bovendien nagekeken door een garagebedrijf en gekeurd. Daarbij zijn ook geen mankementen aan het licht gekomen. In het verleden is de auto wel door een dealer onderhouden, maar er is nooit gezegd dat de auto volledig dealeronderhouden is. Van een schadeauto is evenmin sprake. De auto was niet nieuw en dan bestaat altijd de kans dat er iets stuk gaat. Partijen hebben niets afgesproken over een extra garantie. De auto is juist voetstoots aan [eiser] geleverd zonder enige vorm van garantie. Daar komt bij dat [eiser] de mogelijkheid heeft gehad om een aankoopkeuring te laten uitvoeren door een onafhankelijke partij/dealer. Dat heeft hij niet gedaan. De problemen die [eiser] heeft met de auto kunnen verschillende oorzaken hebben. Zo moet rekening worden gehouden met de rijstijl van [eiser] en met het antwoord op de vraag of reparaties wel goed zijn uitgevoerd. Van een non-conforme auto is geen sprake, aldus [gedaagde] .

Juridisch kader

De overeenkomst die tussen [eiser] en [gedaagde] is gesloten, is een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 BW, omdat [gedaagde] handelt in de uitoefening van een bedrijf en [eiser] een natuurlijk persoon is, die met de aankoop van de auto niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW moet de afgeleverde zaak (de auto) aan de overeenkomst beantwoorden. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.

De koper van een tweedehands auto zal, afhankelijk van de ouderdom, het aantal gereden kilometers en de koopprijs, tot op zekere hoogte rekening moeten houden met het bestaan van mankementen. Een auto is ook bij normaal gebruik aan slijtage onderhevig en in het algemeen geldt dat de kans dat gebreken gaan optreden groter wordt naarmate de auto ouder is en meer kilometers heeft gereden. Dat gegeven is verdisconteerd in de koopprijs van de tweedehands auto, die doorgaans (aanzienlijk) lager is dan van een nieuwe auto. Als een (tweedehands) auto wordt gekocht, waarvan de verkoper weet dat deze door de koper wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, moet als regel worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren (Hoge Raad 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1338). Dit kan anders zijn wanneer de koper bijvoorbeeld het risico van zo’n gebrek heeft aanvaard. De regel mag echter niet worden omgekeerd, in die zin dat andere gebreken geen non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW zouden kunnen opleveren (Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3097).

Het hangt van de omstandigheden van het geval af of van een koper van een tweedehands auto moet worden gevergd dat hij de auto door een deskundige laat onderzoeken alvorens tot aankoop over te gaan. De enkele ondeskundigheid van de koper is onvoldoende om zo’n verplichting aan te nemen (Hoge Raad 21 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0088). Een beding dat op de consument-koper een verdergaande onderzoeksplicht legt, is in strijd met artikel 7:17 lid 5 BW, en de verkoper kan zich daarop, gelet op artikel 7:6 lid 1 BW, dan ook niet met succes beroepen. Op grond van artikel 7:17 lid 5 BW komen slechts die gebreken of ontbrekende eigenschappen van de gekochte zaak voor rekening van de koper, die hij kende of die hem redelijkerwijs bekend konden zijn. Uitbreiding van de “normale” onderzoeksplicht van de consument-koper leidt ertoe dat ook andere dan de in artikel 7:17 lid 5 BW vermelde gebreken voor rekening van de consument-koper komen.

Het oordeel van de kantonrechter

Met inachtneming van het voorgaande overweegt de kantonrechter als volgt.

[gedaagde] diende aan [eiser] een auto te verkopen waarmee hij aan het verkeer kon deelnemen en waarvan het gebruik geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleverde. De vermelding op de factuur dat de auto “voetstoots” aan [eiser] is geleverd, maakt dat niet anders. Voor zover deze vermelding op de aan [eiser] verstrekte verkoopfactuur als een exoneratiebeding (een uitsluiting van aansprakelijkheid) moet worden beschouwd, kan [gedaagde] zich niet op dit beding beroepen. Op grond van artikel 7:6 BW kan van de bepalingen die betrekking hebben op de non-conformiteit namelijk niet ten nadele van de consument-koper worden afgeweken. Ook kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de consument-koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten. Gesteld noch gebleken is dat partijen over de betekenis van die vermelding in de verkoopfactuur hebben gesproken en dat door of namens [gedaagde] in dat verband is gesteld dat [eiser] er om die reden rekening mee moest houden dat de auto nog zodanige gebreken kon hebben dat gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou kunnen opleveren.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] voldoende concreet heeft onderbouwd dat de auto (onder meer) is behept met een gebrek aan het koelsysteem van de motor. Ter zitting heeft [eiser] toegelicht dat hij al vele malen stil is komen te staan met de auto en dat het gebrek aan het koelsysteem ertoe leidt dat het koelvloeistofreservoir vloeistof verliest, waardoor dit tijdens het gebruik van de auto zal moeten worden bijgevuld. Ter zitting heeft [eiser] verder opgemerkt dat het koelvloeistofreservoir dagelijks moet worden bijgevuld. Het behoeft geen betoog dat dit is te kwalificeren als overmatig verbruik. [gedaagde] heeft deze stellingen van [eiser] niet, althans onvoldoende, weersproken. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om, indien hij twijfelde aan de juistheid van de bevindingen en stellingen van [eiser] , zelf onderzoek te (laten) verrichten aan de auto. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Daar komt bij dat de klachten die [eiser] kort na aankoop van de auto via WhatsApp aan [gedaagde] kenbaar heeft gemaakt (een oververhitte motor; overwegingen 2.3 tot en met 2.5) overeenstemmen met de op dit moment nog bestaande klachten, die zijn verbonden aan het gebrek.

Wat betreft de stelling van [gedaagde] dat het gebrek na verkoop van de auto kan zijn ontstaan door het rijgedrag van [eiser] dan wel door uitgevoerde reparaties, overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd dat het rijgedrag van [eiser] dan wel uitgevoerde reparatiewerkzaamheden het gebrek kan hebben veroorzaakt. Dit wordt ook weersproken door [eiser] . Daar komt bij dat - op grond van artikel 7:18a lid 2 BW - bij een consumentenkoop als hoofdregel geldt dat wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord indien het gebrek zich binnen één jaar na de aflevering openbaart. Gedurende dit eerste jaar is het de verantwoordelijkheid van de verkoper om het tegendeel te bewijzen. Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde] daar niet in geslaagd. Hij heeft geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de auto bij aflevering wel aan de overeenkomst beantwoordde. De (tussen)conclusie is dan ook dat de auto bij aflevering niet de eigenschappen bezat, die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

Het gebrek aan het koelsysteem van (de motor van) de auto, dat leidt tot overmatig verbruik van koelvloeistof waardoor dagelijks de koelvloeistof moet worden bijgevuld, leidt ertoe dat normaal gebruik van de auto niet mogelijk is. Het gebrek bergt ook het risico in zich dat wanneer het tijdens een autorit door omstandigheden niet mogelijk is om het koelvloeistofreservoir bij te vullen, de motor oververhit raakt, wat een gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Het betreft geen gebrek dat door [eiser] eenvoudig kon worden ontdekt of hersteld. Het feit dat, zoals hiervoor al is overwogen, in de verkoopfactuur is vermeld dat de auto “voetstoots” wordt geleverd, betekent niet dat [eiser] moest verwachten of er rekening mee moest houden dat de auto behept was met een dergelijk ernstig gebrek. Daarnaast zijn de ouderdom, de kilometerstand of de hoogte van de vraagprijs of koopprijs niet van dien aard dat deze voor [eiser] een aanwijzing hadden moeten vormen voor het bestaan van een dergelijk ernstig gebrek. Het feit dat [gedaagde] zelf niet op de hoogte was of had kunnen zijn van het gebrek, is, gelet op alles wat hiervoor al is overwogen, niet van belang.

De kantonrechter concludeert dat de aan [eiser] geleverde auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst, zodat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [gedaagde] . Deze tekortkoming is, gelet op de aard en ernst van het gebrek, niet van geringe betekenis en rechtvaardigt dus ontbinding van de overeenkomst. De overige door [eiser] gestelde gebreken kunnen, gelet op het voorgaande, verder onbesproken blijven.

Ontbinding

Artikel 7:21 lid 1 BW bepaalt dat de koper in het geval van non-conformiteit kan eisen: a) aflevering van het ontbrekende, b) herstel van de afgeleverde zaak of c) vervanging van de afgeleverde zaak. Bij een consumentenkoop bestaat er nog een vierde optie, te weten ontbinding van de koopovereenkomst (artikel 7:22 lid 1 BW). [eiser] heeft voor deze laatste optie gekozen en de (koop)overeenkomst bij brief/e-mail van 22 november 2024 buitengerechtelijk ontbonden. Hiertoe mocht hij overgaan, nu [gedaagde] (onder meer) niet heeft gereageerd op de brief/e-mail van 18 september 2024, waarin hem een redelijke termijn voor herstel is gegeven. De door [eiser] gevorderde verklaring voor recht dat de (koop)overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden, zal dan ook worden toegewezen.

Gevolgen van de ontbinding

In artikel 7:22 lid 7 BW is bepaald dat wanneer de overeenkomst is ontbonden, de koper de zaak moet terugzenden aan de verkoper op kosten van de verkoper en de verkoper de koopsom moet terugbetalen aan de koper. Niet in geschil is dat [eiser] - na inruil van zijn oude auto - een bedrag van € 11.000,00 aan [gedaagde] heeft betaald. Onderdeel van de terug te betalen koopprijs is dus de inruilwaarde van de oude auto van [eiser] . [eiser] vordert namelijk niet dat zijn oude auto aan hem moet worden teruggegeven en volgens [gedaagde] is dat ook niet mogelijk, omdat hij de auto alweer heeft doorverkocht. Om die reden wordt de geldelijke waarde opgeteld bij het bedrag dat [eiser] destijds aan [gedaagde] heeft betaald en [gedaagde] nu aan [eiser] moet terugbetalen (€ 11.000,00 + € 6.000,00). [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld tot (terug)betaling van een bedrag van € 17.000,00. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.

Uit het voorgaande volgt dat het kenteken van de auto niet langer op naam van [eiser] kan blijven staan. [gedaagde] dient aan [eiser] een vrijwaringsbewijs te verschaffen. De daarop gerichte vordering van [eiser] zal - als onweersproken - worden toegewezen. De kantonrechter zal daaraan een termijn verbinden van 14 dagen. Daarbij zal de gevorderde dwangsom op de in de beslissing vermelde wijze worden gematigd en gemaximeerd. De kantonrechter gaat er verder vanuit dat [eiser] vrijwillig dat wat [gedaagde] nodig heeft voor de vrijwaring c.q. overschrijving aan [gedaagde] zal verstrekken.

Schadevergoeding

[eiser] stelt dat hij als gevolg van de tekortkomingen van [gedaagde] schade heeft geleden. In de eerste plaats vordert hij de door hem gemaakte kosten vanwege op zijn verzoek door een derde (NG Occasions) uitgevoerde reparatiewerkzaamheden. Ter onderbouwing daarvan heeft hij een tweetal facturen in het geding gebracht, namelijk een factuur van 18 juni 2024 ten bedrage van € 1.124,86 (inclusief btw) en een factuur van 25 juli 2024 ten bedrage van € 3.813,74 (inclusief btw).

Hiervoor is al overwogen dat in deze zaak sprake is van een consumentenkoop. In zo’n geval bepaalt de wet dat als de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, de koper recht heeft op herstel (artikel 7:21 lid 1 sub b BW). Pas als de verkoper niet binnen een redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk is aangemaand tot herstel overgaat, mag de koper het herstel op kosten van de verkoper door een derde laten uitvoeren (artikel 7:21 lid 6 BW). Toen zich gebreken voordeden, diende [eiser] [gedaagde] dus eerst in de gelegenheid te stellen om zelf tot herstel over te gaan. Uit wat door [eiser] is aangevoerd en aan stukken is overgelegd, blijkt niet dat [eiser] [gedaagde] schriftelijk tot herstel heeft aangemaand. Los daarvan heeft [eiser] niet geconcretiseerd welke uitgevoerde werkzaamheden samenhangen met geconstateerde ernstige gebreken en welke met regulier noodzakelijk onderhoud. Voormelde bedragen zullen daarom worden afgewezen.

Daarnaast vordert [eiser] over een periode van 6 maanden (juli 2024 tot en met december 2024) vergoeding van de motorrijtuigenbelasting (€ 493,98) en de verzekeringspremies (€621,44). In artikel 6:275 BW juncto artikel 3:120 lid 2 BW is bepaald dat de verkoper de door de koper gemaakte kosten moet vergoeden als de koper geen gebruik heeft kunnen maken van de auto. Ter zitting (op 4 juli 2025) heeft [eiser] desgevraagd verklaard dat de kilometerstand op dat moment 173.000 kilometer was. Dat is 27.697 kilometer meer dan bij aankoop van de auto op 1 juni 2024. In de tussenliggende periode is er dus een aanzienlijk aantal kilometers met de auto gereden, zodat niet vast is komen te staan dat [eiser] in de periode van juli 2024 tot en met december 2024 de auto niet heeft kunnen gebruiken. Om die reden zullen ook deze vorderingen worden afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

[eiser] maakt tot slot aanspraak op buitengerechtelijke kosten, waarbij in de dagvaarding een tweetal bedragen worden genoemd, te weten een bedrag van € 820,02 en een bedrag van € 1.143,45. Deze vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde (totaal)bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief (€ 945,00), uitgaande van de toe te wijzen hoofdsom. Nu door [eiser] niets is gesteld ten aanzien van het moment van betaling van deze kosten, zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.

Voor zover [eiser] ook aanspraak heeft willen maken op vergoeding van door hem gemaakte deskundigenkosten, zal deze vordering worden afgewezen, aangezien door hem geen factuur in het geding is gebracht en niets is gesteld over betaling van dergelijke kosten.

Proceskosten

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [eiser] tot vandaag vastgesteld op € 1.678,55 (€ 148,55 explootkosten, € 90,00 griffierecht, € 1.296,00 gemachtigdensalaris (3,0 punten × tarief € 432,00) en € 144,00 nakosten (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)).

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de op 1 juni 2024 door partijen aangegane koopovereenkomst op 22 november 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 17.000,00, zijnde de door [eiser] betaalde koopsom, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na de datum van het vonnis een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [eiser] te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 per dag(deel) dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.500,00;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 945,00 ten titel van buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de zijde van [eiser] tot vandaag worden vastgesteld op € 1.678,55;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen en in het openbaar uitgesproken door mr. L.S. Frakes op 11 juni 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand