ECLI:NL:RBOVE:2025:6106

ECLI:NL:RBOVE:2025:6106, Rechtbank Overijssel, 20-10-2025, 83.234468.21

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 20-10-2025
Datum publicatie 20-10-2025
Zaaknummer 83.234468.21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de ontnemingsvordering. De rechtbank heeft zich in de hoofdzaak onbevoegd verklaard om van het ten laste gelegde feit kennis te nemen, kort gezegd omdat sprake is van gelijktijdige vervolging van dat feit bij de gelijkelijk bevoegde rechtbanken Rotterdam en Overijssel, maar de vervolging eerder was aangevangen bij de rechtbank Rotterdam. Voor de ontnemingszaak betekent dit dat de rechtbank zich eveneens en op dezelfde overwegingen als in de hoofdzaak onbevoegd zal verklaren.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 83.234468.21

Datum vonnis: 20 oktober 2025

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte:

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres].

1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 74.537,-- .

2. De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 6 oktober 2025 gelijktijdig met de strafzaak met gelijkluidend parketnummer. Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd en heeft mr. B.J.W. Tijkotte, advocaat in Koog aan de Zaan namens verdachte verweer gevoerd.

3. De bevoegdheid

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat deze rechtbank niet bevoegd is van de onderhavige ontnemingsvordering kennis te nemen, omdat er sprake is van een gelijktijdige vervolging in de zin van artikel 2 lid 2 Wetboek van Strafvordering (Sv). In januari 2020 heeft de rechter-commissaris in Rotterdam op vordering van de officier van justitie een machtiging afgegeven voor een Strafrechtelijk Financieel Onderzoek (SFO). Dit betekent volgens de raadsman dat uitsluitend de rechtbank Rotterdam bevoegd is (en blijft) omdat de vervolging daar het eerst is ingesteld.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Overijssel wel bevoegd is tot kennisneming van de ontnemingsvordering, omdat met de afgifte van de machtiging voor het SFO door de rechter-commissaris in Rotterdam de vervolging niet is aangevangen.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is volgens vaste jurisprudentie een van de hoofdzaak afhankelijke procedure van de strafvervolging in de hoofdzaak en de behandeling daarvan in de hoofdprocedure. Zij was aangebracht op de zitting van deze rechtbank van 6 oktober 2025 om gelijktijdig met de hoofdzaak te worden behandeld. De uitspraak in de strafzaak dient vooraf te gaan aan de uitspraak in de ontnemingszaak.

Bij vonnis van heden heeft de rechtbank zich in de hoofdzaak onbevoegd verklaard om van het ten laste gelegde feit kennis te nemen, kort gezegd omdat sprake is van gelijktijdige vervolging van dat feit bij de gelijkelijk bevoegde rechtbanken Rotterdam en Overijssel, maar de vervolging eerder was aangevangen bij de rechtbank Rotterdam.

Voor de ontnemingszaak betekent dit dat de rechtbank zich eveneens en op dezelfde overwegingen als in de hoofdzaak onbevoegd zal verklaren.

4. De beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de ontnemingsvordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en

mr. H. Manuel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Broeks, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.

Buiten staat

Mr. H. Manuel is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. D. ten Boer
  • mr. R.P. van Eerde
  • mr. H. Manuel

Griffier

  • mr. M.M. Broeks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand