ECLI:NL:RBOVE:2025:6198

ECLI:NL:RBOVE:2025:6198, Rechtbank Overijssel, 16-10-2025, 11904643 \ CV EXPL 25-2959

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 16-10-2025
Datum publicatie 23-10-2025
Zaaknummer 11904643 \ CV EXPL 25-2959
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001941 BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

Verhuurder vordert ontruiming van het gehuurde, omdat zij de huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden, nu de burgemeester de woning heeft gesloten wegens het aantreffen van verboden middelen. De kantonrechter wijst de vorderingen toe.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11904643 \ CV EXPL 25-2959

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2025

in de zaak van

WONINGSTICHTING VECHTDAL WONEN,

te Ommen,

eisende partij,

hierna te noemen: Vechtdal Wonen,

gemachtigde: mr. M.E. Berends-de Weerd,

tegen

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE KREDIETBANK DRENTHE,

hierna te noemen: GKB,

in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene],

hierna te noemen: [betrokkene],

te Hardenberg,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de mondelinge behandeling van 2 oktober 2025.

2. De feiten

GKB huurt in haar hoedanigheid als bewindvoerder van [betrokkene] sinds

10 augustus 2022 van Vechtdal Wonen de zelfstandige woning gelegen aan [adres] (hierna: de woning).

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de burgemeester van de gemeente Hardenberg een last onder bestuursdwang opgelegd inhoudende een sluiting van de woning voor een periode van drie maanden, ingaande op 8 juli 2025 tot en met 7 oktober 2025, omdat er (onder andere) verboden middelen zijn aangetroffen. In dit besluit staat onder meer:

[Afbeelding]

De woning is op 8 juli 2025 gesloten.

Vechtdal Wonen heeft bij schrijven van 4 juni 2025 (gericht aan [betrokkene]) de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3. Het geschil

Vechtdal Wonen vordert samengevat - ontruiming van de woning. Daarnaast vordert zij veroordeling van GKB in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

GKB voert verweer op de hierna weer te geven gronden.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

De voorzieningenrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.

De buitengerechtelijke ontbinding

De verhuurder is op grond van artikel 7:231 lid 2 BW bevoegd om tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan, (onder meer) indien de woning door de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet is gesloten.

Gelet op het bovenstaande is het voldoende aannemelijk dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat Vechtdal Wonen terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst. Dat [betrokkene] (nog) niet strafrechtelijk is veroordeeld, zoals GKB stelt, maakt dat niet anders. Een strafrechtelijke veroordeling is immers niet vereist om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 7:231 lid 2 BW.

Dat Vechtdal Wonen in beginsel terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst, neemt niet weg dat de voorzieningenrechter de proportionaliteit van de ontruiming moet toetsen. Bij die toetsing moet op grond van alle relevante omstandigheden worden beoordeeld of het beroep door de verhuurder op artikel 7:231 lid 2 BW misbruik van bevoegdheid oplevert, althans naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bij deze toets moet de voorzieningenrechter terughoudend zijn.

GKB heeft in dat kader aangevoerd dat [betrokkene] op straat zou komen te staan na een ontruiming, nu particuliere huur voor hem niet betaalbaar is. De voorzieningenrechter overweegt daarover als volgt. Vaststaat dat de woning door de burgemeester is gesloten omdat er verboden middelen zijn aangetroffen. Dat [betrokkene] bij toewijzing van de vordering op straat zou komen te staan, is inherent aan de (terechte) buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst door Vechtdal Wonen. Bovendien heeft GKB ter zitting gesteld dat [betrokkene] op een camping verblijft en dat hij daar voorlopig ook kan blijven. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om een belangenafweging in het voordeel van GKB te laten uitvallen.

De conclusie is dan ook dat het voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Vechtdal Wonen gebruik heeft mogen maken van haar bevoegdheid om de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. De vordering tot ontruiming van de woning zal daarom worden toegewezen.

Proceskosten

GKB is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vechtdal Wonen worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

123,16

- griffierecht

135,00

- salaris gemachtigde

543,00

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

936,16

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt GKB om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, en ter vrije beschikking van Vechtdal Wonen te stellen,

veroordeelt GKB in de proceskosten van € 936,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als GKB niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt GKB tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door mr. R.F. van Aalst op 16 oktober 2025.

EA

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand