ECLI:NL:RBOVE:2026:5370

ECLI:NL:RBOVE:2026:5370

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer C/08/347328 / FA RK 26-1006
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verhuiszaak. Belangenafweging leidt tot afwijzing toestemming te verhuizen. Belang vader en kinderen bij vaderrol groter dan belang moeder bij verhuizing. Bij verhuizing zou de rol van de vader aanzienlijk beperkt worden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familierecht

locatie Zwolle

zaaknummer: C/08/347328 / FA RK 26-1006

Beschikking van de meervoudige kamer van 20 augustus 2026

in de zaak van:

[moeder] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. S.R. Oxener,

tegen

[vader] ,

wonende in [woonplaats 2] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M.E. Beeker.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift van de moeder (met bijlagen) binnengekomen op 28 april 2026;

de brief van mr. Oxener, ontvangen op 5 mei 2026;

het bericht van mr. Beeker, ontvangen op 8 mei 2026;

het gewijzigde verzoekschrift van de moeder (met bijlage), ontvangen op 3 juli 2026;

het verweerschrift van de vader met bijlagen, ontvangen op 23 juli 2026;

het bericht van mr. Oxener met productie 9, ontvangen op 24 juli 2026;

het aanvullende verzoek van de moeder, ontvangen op 27 juli 2026.

De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van de meervoudige kamer op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat,

- de vader met zijn advocaat,

- [naam 1] en [naam 2] namens de raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen: de raad.

De voorzitter van de meervoudige kamer heeft op 22 juli 2026 met [kind 1] en [kind 2] , de kinderen van de ouders, gesproken. Ter zitting is samengevat wat de kinderen hebben verteld. De aanwezigen hebben hierop kunnen reageren.

2. De feiten

De ouders hebben met elkaar een relatie gehad.

Zij zijn de ouders van de volgende kinderen:

[kind 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2013, en

[kind 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2016.

De vader heeft de kinderen erkend. De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over de kinderen nemen.

[kind 2] heeft haar hoofdverblijf bij de moeder, [kind 1] bij de vader.

De ouders hebben een co-ouderschapsregeling afgesproken in het ouderschapsplan van 20 november 2025. Daarin staat onder meer het volgende:

Zorgverdeling

oneven weken: maandag tot en met woensdagmiddag bij de vader, woensdagavond tot en met zondagmiddag bij de moeder, zondagavond bij de vader.

even weken: maandagochtend tot en met dinsdagmiddag bij de vader, dinsdagavond tot en met vrijdagmiddag bij de moeder, vrijdagavond tot en met zondagavond bij de vader. De ouders hebben de wisselmomenten rond 17.30 uur, dit is voor het avondeten. Uitzondering is op vrijdag, dan haalt de vader de kinderen op van school.

Vakanties

De vakanties worden op de volgende wijze verdeeld:

Zomervakantie:

3 om 3 weken aaneengesloten.

Herfstvakantie:

per jaar wisselen: wie deze vakantie vrij neemt heeft niet de voorjaarsvakantie.

Kerstvakantie:

1 week bij de moeder en 1 week bij de vader, jaarlijks switchen. Echter wanneer een van de ouders dan op wintersport wenst te gaan, dan is dit altijd in de 2e week.

Voorjaarsvakantie:

per jaar wisselen: zie ook herfstvakantie. Wanneer 1 van de ouders met Kerst op wintersport is geweest, dan heeft de andere ouder in deze vakantie voorrang om ook op wintersport te gaan.

Meivakantie:

ieder 1 week.

De ouders plannen in september 1 jaar vooruit.

Feestdagen

Tijdens de feestdagen kan de zorgverdeling afwijken van bovenstaand schema. Dit zal in onderling overleg met elkaar worden gepland en zal zoveel mogelijk op basis van 50/50 zijn. Ouders zijn overeengekomen dat zij dit tweemaal per jaar met elkaar zullen kortsluiten. Dit zal gebeuren op de evaluatiemomenten die genoemd worden in het artikel over evaluaties.

3. Het verzoek

De moeder verzoekt – na wijziging van haar verzoek – bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. aan de moeder toestemming te verlenen, die de toestemming van vader vervangt, om met [kind 1] en [kind 2] te verhuizen naar de regio [woonplaats 3] in de provincie Overijssel;

II. te bepalen dat [kind 1] zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft;

III. te bepalen dat de volgende zorgregeling geldt vanaf het moment dat de moeder feitelijk in de regio [woonplaats 3] verblijft:

Reguliere regeling

dat [kind 1] en [kind 2] bij de vader verblijven in het eerste, tweede en vierde weekend van de maand, telkens van vrijdagmiddag 16:30 uur tot en met zondagavond 18:30 uur, waarbij de vader de kinderen om 16:30 uur ophaalt bij de moeder en de moeder de kinderen op zondagavond om 18:30 uur ophaalt bij de vader.

Feestdagen

- Pasen: in de even jaren zijn [kind 1] en [kind 2] bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader. Het paasweekend loopt vanaf donderdag/vrijdag uit school (afhankelijk of de school dicht is op Goede Vrijdag) tot en met maandagavond 18:30 uur;

- Hemelvaart en Pinksteren: in de oneven jaren zijn [kind 1] en [kind 2] met Hemelvaart bij de vader vanaf woensdag uit school tot zondagavond 18:30 uur. Met Pinksteren zijn [kind 1] en [kind 2] bij de moeder van vrijdag uit school tot maandagavond 18:30 uur. In de even jaren andersom;

- overige feestdagen: de vader en de moeder spreken in onderling overleg af waar [kind 1] en [kind 2] verblijven.

Overig

voor zover de rechtbank in de beschikking niet anders bepaalt, blijft het ouderschapsplan van 20 november 2025 van kracht voor de overige zorgverdeling.

IV. Indien het verzoek van de moeder onder I wordt toegewezen, aan de moeder toestemming te verlenen, die de toestemming van vader vervangt, om [kind 2] in te schrijven op de Basisschool [basisschool] .

4. Het verweer

De vader vraagt de rechtbank de verzoeken van de moeder af te wijzen en om (voorwaardelijk) bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat in het geval de moeder zonder de kinderen naar [woonplaats 3] zou verhuizen, het hoofdverblijf van beide kinderen bij de vader te bepalen en de ouders te gelasten om in gezamenlijk overleg tot een passende zorgregeling tussen de moeder en de kinderen te komen, subsidiair, een zorgregeling tussen de moeder en de kinderen vast te stellen van drie weekenden per maand (waarbij de moeder zorg zal dragen voor de (sport)activiteiten van de kinderen die in het weekend in en om [woonplaats 2] plaatsvinden) van vrijdagmiddag 16.30 uur tot zondagavond om 18.30 uur waarbij de moeder brengt en haalt, dan wel het halen en brengen bij helfte wordt verdeeld.

5. De beoordeling

In deze zaak staat de vraag centraal of de moeder met de kinderen naar de regio [woonplaats 3] mag verhuizen en of, als gevolg van de verhuizing, de hoofdverblijfplaats van [kind 1] bij de moeder moet zijn, de zorgregeling moet worden aangepast en er vervangende toestemming moet worden verleend om [kind 2] in te schrijven bij een basisschool in [woonplaats 3] . De rechtbank zal beslissen dat de moeder niet met de kinderen naar de regio [woonplaats 3] mag verhuizen en zal de verzoeken van de moeder afwijzen. De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

Vervangende toestemming verhuizing

De standpunten van de ouders

De moeder heeft al lang de wens om met de kinderen te verhuizen naar [woonplaats 3] . Zij is daar geworteld en haar (schoon)familie en vrienden wonen in [woonplaats 3] en omstreken. Ook hebben de kinderen de eerste jaren van hun leven in [woonplaats 3] gewoond. De moeder vindt dat ze het recht heeft om haar leven opnieuw in te richten en wil dat in [woonplaats 3] doen. De verhuizing is ook noodzakelijk. Door de krappe woningmarkt en haar financiële positie kan de moeder gemakkelijker en goedkoper een woning krijgen in [woonplaats 3] dan in [woonplaats 2] . De moeder wil (uiteindelijk) naar [woonplaats 3] verhuizen. Ze is echter voornemens om eerst met de kinderen bij haar ouders in [woonplaats 3] te verblijven zolang ze nog geen eigen woning heeft. In [woonplaats 3] heeft de moeder familie om op terug te vallen voor de opvang van de kinderen. Dat is nodig om haar werk te kunnen combineren met de zorg voor de kinderen. De kinderen kunnen in [woonplaats 3] naar school en er hun sporten blijven beoefenen. De moeder wil het liefst dat de vader ook naar [woonplaats 3] verhuist, zodat ze de zorg op gelijke wijze kunnen blijven verdelen. Als hij niet meeverhuist, wil de moeder een andere zorgregeling. Dan zouden de kinderen drie weekenden per maand bij de vader verblijven. De moeder is bereid een deel van de extra reiskosten die de vader dan heeft te vergoeden.

De vader stelt dat de kinderen zijn geworteld in [woonplaats 2] . De kinderen waren vier jaar en één jaar oud toen ze in [woonplaats 2] kwamen wonen. Inmiddels hebben de vader en de kinderen hun sociale leven in [woonplaats 2] . Het grootste bezwaar van de vader tegen de verzoeken van de moeder is dat hij bij toewijzing daarvan geen volwaardige rol meer kan blijven spelen in het leven van de kinderen. Hij wil geen ‘weekendvader’ worden. Daarnaast is er volgens de vader geen noodzaak om te verhuizen. De vader betwist dat de moeder geen woning kan krijgen in [woonplaats 2] . De vader betwist ook dat de moeder een uitgebreid netwerk van vrienden in [woonplaats 3] heeft waarop zij kan terugvallen. De vader vindt het vervelend voor de moeder dat zij niet kan aarden in [woonplaats 2] , maar ziet geen bewijs van psychisch lijden door de moeder. Ook is de verhuizing onvoldoende doordacht en voorbereid en biedt de moeder niet echt concrete alternatieven aan om de gevolgen van de verhuizing te verzachten of te verminderen. De vader verzet zich ook tegen de verhuizing naar eerst [woonplaats 3] , gelet op de vele extra reisbewegingen voor de kinderen die dat met zich meebrengt.

Het advies van de raad

De raad benadrukt dat hij de verzoeken bekijkt vanuit het belang van de kinderen. De raad adviseert de rechtbank om de verzoeken van de moeder af te wijzen. Een voordeel van verhuizen zou zijn dat de moeder zich prettiger voelt en dat de kinderen dit ook zullen merken. Aan de andere kant zijn er forse nadelen: een breuk met vriendjes en vriendinnetjes in [woonplaats 2] en het contact van de kinderen met de vader zal aanzienlijk minder zijn. Ook heeft de raad zorgen over de weekendregeling die de moeder voorstelt, aangezien de vrijetijdsbesteding zoals de moeder in gedachten heeft op de langere termijn niet haalbaar is. Daarnaast heeft de raad zorgen over de verhuizing naar [woonplaats 3] , omdat dit geen stabiliteit biedt in deze situatie. De raad vindt het belang van de moeder om te verhuizen invoelbaar, maar vanuit het belang van de kinderen is daartoe onvoldoende reden. De raad vindt het belangrijk dat de ouders meer op één lijn komen en dat andere opties worden bekeken.

Het oordeel van de rechtbank

De ouders hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen. Dat betekent dat voor het wijzigen van de woonplaats van de kinderen in beginsel toestemming van de andere ouder vereist is. Als een ouder weigert die toestemming te geven, kan de andere ouder de rechtbank vragen vervangende toestemming te verlenen.

De rechtbank houdt rekening met alle omstandigheden en maakt een belangenafweging. Het belang van het kind staat hierbij voorop, maar afhankelijk van de omstandigheden kunnen andere belangen zwaarder wegen. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad kan een aantal omstandigheden een rol spelen. In deze zaak zijn dat:

- het recht en belang van de moeder en de vrijheid om haar leven opnieuw in te richten;

- de noodzaak om te verhuizen;

- hoe goed de moeder de verhuizing heeft voorbereid en doordacht;

- de voorstellen die de moeder heeft gedaan om de gevolgen van de verhuizing te verzachten;

- hoe vaak er contact plaatsvindt tussen de kinderen en de vader voor en na de verhuizing;

- de leeftijd van de kinderen en hun mening en de mate waarin zij zijn geworteld in hun omgeving.

De rechtbank vindt in dit geval van doorslaggevend belang dat als de moeder met de kinderen naar [woonplaats 3] zou verhuizen en de zorgregeling zou worden aangepast zoals de moeder verzoekt, de rol van de vader in het leven van de kinderen aanzienlijk zou veranderen. Op dit moment is sprake van birdnesting en een 50/50-zorgregeling. In het geval de moeder met de kinderen naar [woonplaats 3] verhuist en de vader in [woonplaats 2] blijft, is de huidige zorgverdeling, waar de ouders ook de voorkeur aan geven, niet langer mogelijk. De vader zou de kinderen dan alleen nog drie weekenden in de maand zien. De rechtbank acht dit niet in het belang van de kinderen en van de vader. De vader is een stabiele factor in het leven van de kinderen en is in staat en bereid ook doordeweeks de zorg en opvoeding van de kinderen te blijven doen, zoals hij dat altijd heeft gedaan. De rechtbank vindt het belang van de kinderen en de vader om de vaderrol in het leven van de kinderen niet aanzienlijk te beperken, zwaarder wegen dan de wens van de moeder om te verhuizen.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat er geen noodzaak is om te verhuizen naar [woonplaats 3] . De rechtbank wil aannemen dat de moeder zich niet fijn voelt in [woonplaats 2] en een grote wens heeft om dichterbij familie en vrienden in [woonplaats 3] te wonen. De rechtbank vindt het vervelend voor de moeder dat zij zich zo voelt en vindt de wens om dichterbij familie en vrienden te wonen invoelbaar, maar ziet daarin geen noodzaak om te verhuizen.

De rechtbank kan ook niet vaststellen dat het noodzakelijk is voor de moeder om naar [woonplaats 3] te verhuizen voor het vinden van een geschikte woning. Niet in geschil is dat de moeder een andere woning moet zoeken, omdat het birdnesting een tijdelijke oplossing is. De rechtbank vindt het begrijpelijk dat de moeder graag een betaalbaardere woning wil met meer ruimte voor de kinderen en een tuin. Het is echter aan de moeder om voldoende aannemelijk te maken dat het niet mogelijk is om een geschikte woning voor haar en de kinderen in [woonplaats 2] of in de omgeving van [woonplaats 2] te krijgen. De moeder heeft echter geen stukken ingediend waaruit blijkt dat zij actief naar een andere geschikte woonplek heeft gezocht die dichterbij [woonplaats 2] ligt. Daar komt bij dat de vader aan de moeder heeft aangeboden het huurrecht van zijn woning in [woonplaats 2] , waar de kinderen ook verblijven, over te nemen. De vader zal dan een andere woning in [woonplaats 2] kopen. De moeder heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat haar inkomen te laag is om de huurwoning van de vader of een andere woning in [woonplaats 2] of de omgeving van [woonplaats 2] te kunnen betalen. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat er geen geschikte woonplek dichterbij Zwolle beschikbaar is voor de moeder en de kinderen.

Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat het noodzakelijk is voor de moeder om in [woonplaats 3] te wonen om haar werk te kunnen combineren met de zorg voor de kinderen, zoals de moeder heeft gesteld. Niet in geschil is dat de moeder onregelmatige werktijden heeft, vaak diensten heeft die om 8.00 uur beginnen en een reistijd heeft van ruim een uur (enkele reis) naar haar werk. Dat betekent dat de moeder buiten de schooltijden om opvang moet regelen voor de kinderen. De moeder heeft gesteld dat zij daarvoor haar netwerk in [woonplaats 3] wil inschakelen. Het is echter niet gebleken dat het netwerk de opvang ook wil en kan doen. Bovendien heeft de moeder niet onderzocht of opvang in [woonplaats 2] ook is te organiseren. De rechtbank begrijpt wel de wens van de moeder om haar familie en vrienden hiervoor in te schakelen, maar niet is gebleken dat er geen andere opties voor de moeder zijn.

De rechtbank heeft ook meegewogen welke impact een verhuizing naar [woonplaats 3] op de kinderen zal hebben, naast de vaderrol die aanzienlijk zou veranderen. De kinderen hebben hun hele (sociale) leven in [woonplaats 2] . [kind 1] gaat na de zomervakantie naar een middelbare school in [woonplaats 2] , waar ook meerdere kinderen uit zijn klas naartoe gaan. [kind 1] zou het prima vinden om naar [woonplaats 3] te verhuizen, zo heeft hij in het gesprek met de voorzitter van de meervoudige kamer gezegd, maar hij wil het liefst in [woonplaats 2] blijven wonen. [kind 2] heeft in haar gesprek met de voorzitter gezegd dat zij niet goed weet waar zij het liefst wil wonen, maar zij heeft wel haar vriendinnen in [woonplaats 2] waar zij veel waarde aan hecht. Hoewel kinderen in het algemeen in staat zijn om hun (sociale) leven opnieuw op te bouwen in een andere woonplaats, is een verhuizing naar een andere woonplaats voor veel kinderen wel een ingrijpende gebeurtenis. In dit licht is het ook van belang om mee te wegen dat [kind 1] en [kind 2] niet gelijk naar een woning in [woonplaats 3] zouden verhuizen, maar eerst naar de grootouders in [woonplaats 3] . In navolging van het advies van de raad oordeelt de rechtbank dat dit weinig stabiliteit en rust geeft in een situatie waarin de kinderen al met veel veranderingen te maken krijgen. Een belangrijke verandering zou zijn dat de kinderen voor het eerst meer gaan merken van de effecten van het uit elkaar gaan van de ouders als zij met de moeder naar Twente zouden verhuizen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van de kinderen en de vader zwaarder wegen dan de belangen van de moeder, waaronder mede begrepen het recht en belang van de moeder en de vrijheid om haar leven opnieuw in te richten. De rechtbank wijst de verzoeken van de moeder dan ook af.

Voorwaardelijk zelfstandig verzoek vader

De vader heeft een zelfstandig verzoek gedaan voor het geval dat de moeder zonder de kinderen naar [woonplaats 3] zou verhuizen. Ter zitting heeft de moeder echter gezegd dat zij blijft waar de kinderen blijven. Ook is niet op andere wijze gebleken dat de moeder naar [woonplaats 3] gaat verhuizen zonder de kinderen. Daardoor is naar het oordeel van de rechtbank de voorwaarde voor het voorwaardelijke verzoek niet vervuld. De rechtbank beschouwt het verzoek dan ook als niet gedaan.

De proceskosten

De rechtbank zal bepalen dat de ouders ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.

6. De beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken van de moeder af;

bepaalt dat de ouders ieder hun eigen proceskosten moeten betalen.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Bos (voorzitter), mr. J. Olthof en mr. M. van der Hoeven, (kinder)rechters, in aanwezigheid van mr. E.R. van Schaik als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.R. van Schaik als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand