RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12077633 \ RR FORM 26-8
Vonnis van 25 augustus 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij, hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde], werkzaam bij FNV Bondgenoten,
tegen
de vennootschap onder firma,
[gedaagde 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde 2],
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het aanvraagformulier;
- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2026. [gedaagde 2] is niet bij deze mondelinge behandeling verschenen en daarom is tegen haar verstek verleend.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil en de beoordeling
[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling van achterstallig loon over de maand februari 2025 van € 2.032,97 (bruto), een bedrag van € 1.324,46 (bruto) omdat [gedaagde 2] bij vaststelling van het loon geen rekening heeft gehouden met de ervaringsjaren van [eiser] en een bedrag van € 1.494,54 wegens niet uitbetaalde vakantie- en atv-uren. Alle voornoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente.
De regelrechter overweegt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde 2] na ontvangst van het aanvraagformulier een bedrag van € 1.000,00 heeft betaald aan [eiser]. Het gevorderde komt de regelrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en daarom zal de regelrechter het volgende toewijzen:
- € 3.049,46 ( bruto) wegens het achterstallige loon van februari 2025
+ 50% wettelijke verhoging;
- € 1.986,69 ( bruto) wegens de looncorrectie voor de ervaringsjaren van [eiser]
+ 50% wettelijke verhoging;
- € 2.241,81 ( bruto) wegens de niet betaalde vakantie- en atv-uren + 50% wettelijke verhoging.
Deze bedragen komen uit op een totaalbedrag van € 7.277,96 en omdat [gedaagde 2] € 1.000,00 heeft betaald, moet [gedaagde 2] nog € 6.277,96 betalen.
[gedaagde 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
265,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
985,00
3. De beslissing
De regelrechter:
veroordeelt [gedaagde 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.277,96, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de dag van opeisbaarheid tot het moment van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde 2] in de proceskosten van € 985,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.