RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12150964 \ CV EXPL 26-719
Vonnis van 25 augustus 2026
in de zaak van
N.V. UNIVÉ SCHADE,
te Assen,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Univé Schade,
gemachtigde: Likifin Gerechtsdeurwaarders,
tegen
MENTIS B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Mentis,
procederend in persoon.
1. 1 Samenvatting van de zaak
Mentis heeft bij Univé Schade een zakelijke autoverzekering afgesloten. Mentis heeft premiebedragen onbetaald gelaten c.q. laten storneren, omdat de verzekerde auto door hem al was verkocht. Mentis heeft telefonisch contact opgenomen met Univé Schade en gezegd dat de auto niet meer op zijn naam stond. Naar aanleiding van het telefonisch contact heeft Mentis het vrijwaringsbewijs naar Univé Schade opgestuurd. Volgens Univé Schade is er geen sprake geweest van telefonisch contact, heeft zij het vrijwaringsbewijs niet ontvangen en heeft opzegging van de autoverzekering niet plaatsgevonden.
De kantonrechter wijst de vorderingen in conventie van Univé Schade voor betaling van de maandelijkse premiebedragen en de buitengerechtelijke incassokosten toe. De kantonrechter wijst de vorderingen in reconventie van Mentis af.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 maart 2026;- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 31 maart 2026;- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van 2 juni 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
Univé Schade is een schadeverzekeringsbedrijf. Zij biedt schadeverzekeringen aan;
Mentis heeft bij Univé Schade een zakelijke autoverzekering afgesloten;
Univé Schade heeft Mentis per brief verwelkomt en het polisblad en een premienota
toegezonden. De premienota vermeld de afgesloten verzekering(en), de hoogte van de
maandpremie(s), de premieperiode en de wijze van betaling (betaling via automatische
incasso);
Mentis is vanaf de datum dat de verzekering is ingegaan maandelijks premie
verschuldigd aan Univé Schade;
Mentis heeft premiebedragen onbetaald gelaten c.q. laten storneren;
De autoverzekering is door Univé Schade per oktober 2025 beëindigd;
Op 13 oktober 2025 heeft [bedrijf] B.V. namens Univé Schade een
betalingsherinnering aan Mentis gestuurd met het verzoek om de openstaande
premiebedragen van € 1.005,96 vermeerderd met € 48,40 incassokosten binnen 7 dagen te
betalen. Daarna heeft [bedrijf] B.V. op 28 november 2025 namens Univé Schade
een laatste betalingsherinnering aan Mentis gestuurd met het verzoek om de openstaande
premiebedragen vermeerderd met incassokosten voor 5 december 2025 te betalen.
4. Het geschil
in conventie
Univé Schade vordert dat Mentis bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis
- samengevat – veroordeeld zal worden tot betaling van € 1.054,36. Dit bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 1.005,96 en € 48,40 aan incassokosten.
Univé Schade legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Tussen partijen bestaat een verzekeringsovereenkomst voor een zakelijke auto. Mentis is in gebreke gebleven met de voldoening van de maandelijkse premiebedragen over de periode 10 juni 2025 tot en met 9 oktober 2025.
Mentis voert verweer. Mentis concludeert tot afwijzing van de vordering van Univé Schade. Mentis voert het volgende aan. Mentis erkent dat hij een zakelijke autoverzekering heeft afgesloten bij Univé Schade, maar voert aan dat hij sinds 7 februari 2025 zijn auto heeft verkocht. Mentis heeft daarop met Univé Schade telefonisch contact opgenomen en gezegd dat de auto niet meer op zijn naam stond. Naar aanleiding van het telefonisch contact heeft Mentis het vrijwaringsbewijs naar Univé Schade opgestuurd. Daaruit blijkt dat de auto sinds 7 februari 2025 niet meer op zijn naam staat. Eigenlijk dacht Mentis dat de opzegging van de autoverzekering automatisch ging als de auto werd verkocht.
in reconventie
Mentis vordert - samengevat - dat Univé Schade veroordeeld zal worden tot betaling van € 1.072,27. De vordering betreft de (te veel betaalde) maandelijkse premiebedragen van de maanden februari tot en met mei 2025.
Univé Schade voert daarop verweer. Univé Schade concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Mentis in reconventie, met veroordeling van Mentis in de kosten van de procedure in reconventie. Volgens Univé Schade is het vrijwaringsbewijs geen bewijs van opzegging van de autoverzekering. Daarnaast is volgens Univé Schade niet gebleken van telefonisch contact danwel het versturen van het vrijwaringsbewijs door Mentis. Een rechtsgrond voor terugbetaling ontbreekt.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
in conventie
Allereerst moet de kantonrechter beoordelen of de autoverzekering door Mentis is opgezegd en indien dit het geval is per welke datum de opzegging heeft plaatsgevonden. Daarover het volgende.
Tussen partijen is niet in geschil dat Mentis een zakelijke autoverzekering heeft afgesloten bij Univé Schade. Univé Schade heeft betwist dat de verzekering telefonisch door Mentis is opgezegd dan wel dat Mentis een vrijwaringsbewijs aan haar heeft toegezonden. Mentis heeft hierop verder niet gereageerd.
Het had op de weg van Mentis gelegen om zijn stellingen te onderbouwen. Nu Mentis zijn stellingen niet onderbouwd heeft, kan niet worden vastgesteld dat er door Mentis telefonisch is opgezegd dan wel dat Mentis een vrijwaringsbewijs aan Univé Schade heeft toegezonden.Daarnaast dacht Mentis dat de opzegging van de autoverzekering automatisch ging als de auto werd verkocht. Dit verweer sluit niet aan bij het feit dat Mentis pas vanaf juni 2025 voor de eerste keer de automatische afschrijvingen van de maandelijkse premiebedragen storneert. Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat Mentis de autoverzekering niet heeft opgezegd en daarom de openstaande vordering voor een bedrag van € 1.005,96 aan Univé Schade moet betalen.
Univé Schade vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 48,40 worden toegewezen.
De proceskosten in conventie
Mentis is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in conventie (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé Schade worden in conventie begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
155,67
- griffierecht
€
350,00
- salaris gemachtigde
€
144,00
(1 punt × € 144,00)
- nakosten
€
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
721,67
in reconventie
Als tegeneis vordert Mentis - samengevat - veroordeling van Univé Schade tot betaling van de (te veel betaalde) maandelijkse premiebedragen van de maanden februari tot en met mei 2025 ter hoogte van € 1.072,27. Nu de kantonrechter heeft geoordeeld dat de autoverzekering niet automatisch eindigt bij verkoop van de auto en Mentis de verzekering niet (rechtsgeldig) heeft opgezegd geldt dat Mentis gedurende de maanden februari tot en met mei 2025 de maandelijkse premiebedragen aan Univé Schade op basis van de afgesloten overeenkomst verschuldigd was. De vordering in reconventie wordt dan ook afgewezen.
Proceskosten in reconventie
Mentis is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in reconventie betalen. De proceskosten van Univé Schade worden in reconventie begroot op:
- salaris gemachtigde
€
72,00
(0,5 punt × € 144,00)
Totaal
€
72,00
6. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt Mentis om aan Univé Schade te betalen een bedrag van € 1.005,96,
veroordeelt Mentis om aan Univé Schade te betalen een bedrag van € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Mentis in de proceskosten van € 721,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Mentis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
wijst de vorderingen van Mentis af,
veroordeelt Mentis in de proceskosten van € 72,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Mentis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
in conventie en in reconventie
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.1, 6.2, 6.3 en 6.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Beusekom en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.