ECLI:NL:RBROT:2025:12536

ECLI:NL:RBROT:2025:12536, Rechtbank Rotterdam, 08-10-2025, 10-063193-25

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-10-2025
Datum publicatie 27-10-2025
Zaaknummer 10-063193-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0008804

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het – in zijn slaapkamer – voorhanden hebben van een vuurwapen en daarbij behorende onderdelen en munitie. Oplegging van een gevangenisstraf van 6 maanden.

Uitspraak

Verdachte: [naam verdachte] ,

[geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres] [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: S. Ph. Chr. Wester

Officier van justitie: M. Kruit

Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – verboden voorwerpen onder categorie I en categorie III uit de Wet Wapens en Munitie voorhanden heeft gehad en vervalst geld voorhanden heeft gehad. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

1.

hij, op of omstreeks 31 maart 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie en/of een wezenlijk onderdeel en/of hulpstuk van een vuurwapen, als bedoeld artikel 3 lid 1 Wet wapens en munitie, te weten

voorhanden heeft gehad.

2.

hij, op of omstreeks 31 maart 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer onderde(e)l(en) van (een) (vuur)wapen(s) in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten gelet op artikel 2 lid 1 categorie I onder 3 en/of categorie III onder 4 van die wet te weten

voorhanden heeft gehad.

3.

hij, op of omstreeks 31 maart 2025 te Rotterdam, opzettelijk een of meer bankbiljetten van 50 EUR (totaal bedrag: 1.250 EUR) dat/die hij, verdachte, zelf heeft nagemaakt en/of vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem, toen hij deze ontving bekend was met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad;

Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor van het onder 1 en 2 tenlastegelegde en voor van het onder 3 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring

De rechtbank vindt bewezen dat de verdachte:

1.

op 31 maart 2025 te Rotterdam, , een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie en een wezenlijk onderdeel en hulpstuk van een vuurwapen, als bedoeld artikel 3 lid 1 Wet wapens en munitie, te weten

voorhanden heeft gehad.

2.

hij, op 31 maart 2025 te Rotterdam onderdelen van vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten gelet op artikel 2 lid 1 categorie I onder 3 en categorie III onder 4 van die wet te weten

voorhanden heeft gehad.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is voor de door de rechtbank bewezenverklaarde feiten geen vrijspraakverweer gevoerd. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Bewijsmiddelen

3. Proces-verbaal van politie

4. Deskundigenverslag

Vrijspraak feit 3

De beschuldiging onder feti 3 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op

Feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

en

handelen in strijd met arikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

Straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf geëist van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit /de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het – in zijn slaapkamer – voorhanden hebben van een vuurwapen en daarbij behorende onderdelen en munitie. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en bijbehorende onderdelen en munitie brengt onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen met zich en verstrekt de in de samenleving bestaande gevoelens van onveiligheid. Illegale wapenbezit dient, gelet op de uitwerking bij (dreigend) gebruik daarvan, dan ook te worden bestreden.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

- Strafblad

Uit het strafblad blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. De rechtbank weegt dit in het voordeel van de verdachte mee in de straftoemeting.

- Reclassering

De reclassering heeft op 7 oktober 2025 een rapport over de verdachte opgemaakt. In dit rapport staat dat er geen zorgen bestaan over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Ook wordt door de reclassering uitdrukkelijk naar voren gebracht dat zij onvoldoende aanknopingspunten zien om een plan van aanpak in de vorm van bijzondere voorwaarden op te stellen. De rechtbank zal daarom niet – zoals gevorderd door de officier van justitie – een deels voorwaardelijk straf opleggen.

Straf

Gelet op de ernst van de feiten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. De verdachte is echter first offender en er zijn geen zorgen over zijn persoonlijke omstandigheden. Hij is jong en heeft een tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht. Gelet op al het bovengenoemde acht de rechtbank het passend en geboden om voor de bewezenverklaarde feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Beslag

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen iPhone 14 Pro op de lijst vermeld als nummer 11 verbeurd te verklaren. Het inbeslaggenomen geld EUR 1.250,--, dient te worden gegeven aan de verdachte. Ter zake van de overige in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen heeft de officier van justitie de onttrekking van het verkeer gevorderd.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen IPhone 14 Pro zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. Door de officier van justitie is naar voren gebracht dat de telefoon verbeurd dient te worden verklaard nu er afbeeldingen van wapens op de telefoon staan. Naar het oordeel van de rechtbank is er niet voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht. Er bestaat derhalve geen grond om de telefoon verbeurd te verklaren. Gelet op het feit dat de verdachte ter zake van het onder 3 ten laste gelegde wordt vrijgesproken dient het geldbedrag EUR 1.250,-, eveneens aan de verdachte worden teruggegeven.

De overige in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer nu deze met betrekking tot het feit zijn begaan en een ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 3 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (als bijlage I aan dit vonnis gehecht), als volgt:

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Janssen, voorzitter, en

mrs. J.L.M. Boek en M.T.A. de Ridder, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 oktober 2025.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H. Janssen

Griffier

  • mr. D. Yenice

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand