ECLI:NL:RBROT:2025:12545

ECLI:NL:RBROT:2025:12545, Rechtbank Rotterdam, 03-10-2025, 11680002 CV EXPL 25-10420

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-10-2025
Datum publicatie 28-10-2025
Zaaknummer 11680002 CV EXPL 25-10420
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Huur woonruimte. Ontbinding en ontruiming toegewezen. Huurachterstand wordt erkend. Huurster heeft niet inzichtelijk gemaakt of zij in staat is de lopende huur te betalen en daarnaast een begin kan maken met het aflossen van de huurachterstand. Huurster heeft tot op heden geen professionele hulp aangevraagd en staat vooralsnog dus niet onder begeleiding van een hulpverlenende instantie. Rente wordt afgewezen. Verhuurder heeft geen algemene voorwaarden overgelegd waardoor deze niet gecontroleerd kunnen worden op oneerlijke bepalingen. Kantonrechter gaat er daarom vanuit dat de algemene voorwaarden een oneerlijk rentebeding bevatten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11680002 CV EXPL 25-10420

datum uitspraak: 3 oktober 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stichting Woonstad Rotterdam,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 7 april 2025, met bijlagen;

het antwoord;

de brief van Woonstad van 12 augustus 2025, met bijlagen.

Op 3 september 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens de gemachtigde van Woonstad mr. M.T.O. Bakker aanwezig. [gedaagde] is in persoon verschenen.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[gedaagde] huurt de woning aan de [adres] in Rotterdam van Woonstad. De huur bedraagt op dit moment € 481,72 per maand. Woonstad stelt dat [gedaagde] een huurachterstand heeft laten ontstaan. Woonstad eist dat [gedaagde] die huurachterstand aan haar moet betalen en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. Omdat [gedaagde] de huur niet op tijd heeft betaald, eist Woonstad dat [gedaagde] ook de rente aan haar moet betalen.

De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] om € 4.629,88 aan huurachterstand tot en met augustus 2025 aan Woonstad te betalen. [gedaagde] hoeft geen rente te betalen. De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst en veroordeelt [gedaagde] om de woning te ontruimen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

[gedaagde] moet een huurachterstand van € 4.629,88 betalen

Volgens Woonstad heeft [gedaagde] , berekend tot en met augustus 2025, een huurachterstand van € 4.629,88. [gedaagde] erkent dat zij een huurachterstand heeft laten ontstaan. Zij heeft de hoogte van de huurachterstand niet concreet betwist. De kantonrechter veroordeelt daarom [gedaagde] om € 4.629,88 aan Woonstad te betalen.

[gedaagde] hoeft geen rente te betalen

De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen. De kantonrechter moet namelijk ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden van Woonstad oneerlijke bepalingen staan. Woonstad heeft tijdens de zitting aangegeven niet meer te beschikken over de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de huurovereenkomst met [gedaagde] . De kantonrechter kan daardoor niet controleren of in de algemene voorwaarden een oneerlijk rentebeding is opgenomen waarmee de verhuurder in het nadeel van de consument afwijkt van de wet. In dit geval gaat de kantonrechter er daarom vanuit dat de algemene bepalingen inderdaad een oneerlijk rentebeding bevatten. Als gevolg daarvan kan Woonstad geen aanspraak maken op de wettelijke rente.

De huurovereenkomst wordt ontbonden

De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. De kantonrechter heeft er in dit geval rekening mee gehouden dat [gedaagde] al ruim een jaar de huur niet meer volledig en op tijd aan Woonstad heeft betaald. Daarbij heeft [gedaagde] geenszins inzichtelijk gemaakt of zij de lopende huur structureel volledig en op tijd kan betalen en of zij daarnaast een begin kan maken met het aflossen van de huurachterstand. Ondanks de financiële problemen waar [gedaagde] mee te maken heeft, heeft [gedaagde] tot op heden geen professionele hulp (zoals schuldsanering of bewind) aangevraagd en staat zij vooralsnog dus niet onder begeleiding van een hulpverlenende instantie. Een financiële waarborg voor een behoorlijke nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst in de toekomst is door [gedaagde] dus niet geboden. De kantonrechter is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet van Woonstad kan worden verlangd dat zij de huurovereenkomst met [gedaagde] blijft voortzetten.

[gedaagde] moet de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen

Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning met al haar spullen verlaten. Gelet op het feit dat de gehandicapte zoon van [gedaagde] tevens in de woning verblijft, stelt de kantonrechter de ontruimingstermijn vast op één maand na de datum van dit vonnis. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 481,72 per maand betalen (artikel 7:225 BW). Woonstad heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde] een vergoeding moet betalen voor de rest van die maand. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW) als voor het verhogen van de huur.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 476,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 238,00) en € 119,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.254,45. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonstad dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 4.629,88 aan huurachterstand tot en met augustus 2025;

ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen één maand na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;

veroordeelt [gedaagde] om vanaf september 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Woonstad te betalen € 481,72 per maand met de verhoging die is toegestaan;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.254,45;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.

62828

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand