ECLI:NL:RBROT:2025:13032

ECLI:NL:RBROT:2025:13032, Rechtbank Rotterdam, 05-11-2025, C/10/707310 / KG ZA 25-965

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 12-11-2025
Zaaknummer C/10/707310 / KG ZA 25-965
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Geldvordering, verstek, toewijzing.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Zaaknummer: C/10/707310 / KG ZA 25-965

Vonnis in kort geding van 5 november 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. T.S. de Rijke,

tegen

[gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam],

te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 29 september 2025, met producties 1 tot en met 29;

de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025.

2. De beoordeling

De voorzieningenrechter verleent verstek tegen [gedaagde] . [gedaagde] is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij de oproeping van [gedaagde] in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.

De vordering van [eiser] komt de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt om die reden toegewezen, met inachtneming van het volgende. [eiser] vordert een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoel in artikel 6:119a lid 1 BW. Dit artikel biedt echter geen grondslag voor het toekennen van wettelijke handelsrente over buitengerechtelijke kosten. Slechts de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 120,21

- griffierecht € 6.861,00

- salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak)

- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 7.874,21

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:

€ 4.824,98 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 1 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 678,22 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 1 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 3.781,01 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 6 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 2.921,29 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 13 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 219,32 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 15 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 4.002,08 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 20 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 3.710,84 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 27 juni 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 10.121,68 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 4 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 10.000,42 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 11 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 13.368,78 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 18 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 13.735,66 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 25 juli 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 12.955,01 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 1 augustus 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 17.156,64 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 8 augustus 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 6.907,94 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 15 augustus 2025 tot en met de dag van algehele betaling;

€ 8.834,54 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de datum van het vonnis tot en met de dag van algehele betaling;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de proceskosten van € 7.874,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.

3304/1694

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand