ECLI:NL:RBROT:2025:13495

ECLI:NL:RBROT:2025:13495, Rechtbank Rotterdam, 30-10-2025, FT EA 24/75

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-10-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer FT EA 24/75
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Omzetting faillissement naar Wsnp. Verkorting looptijd 14 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 30 oktober 2025

[verzoekster] ,

wonende te [adres 1]

[postcode] [woonplaats],

verzoekster,

curator: mr. J.M. van der Wulp.

1. De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van haar op 30 januari 2024 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp).

Ter zitting van 16 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:

- [verzoekster], verzoekster;

- [naam 1], partner van verzoekster;

- mr. J.M. van der Wulp, curator.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Standpunten

Standpunt verzoekster

Verzoekster wenst graag een oplossing voor haar schulden. Zij heeft gedurende het faillissement fulltime gewerkt en conform de berekening van het vrij te laten bedrag afgedragen. Verzoekster vraagt de ingangsdatum van de Wsnp te bepalen op 1 juni 2024.

Hoewel de curator haar erop heeft gewezen dat zij voor 1 januari 2025 een ‘verklaring geen privégebruik auto’ bij de Belastingdienst moest aanvragen, heeft verzoekster verklaard dat zij dit niet heeft gedaan nu zij de auto ook privé gebruikt.

Standpunt curator

De curator adviseert positief ten aanzien van het verzoek. Verzoekster heeft zich voldoende ingespannen tijdens het faillissement en de noodzakelijke medewerking verleend. Er staan geen opvallende schulden op de crediteurenlijst. De curator heeft geen bezwaar tegen verkorting van de termijn van de schuldsaneringsregeling nu verzoekster vanaf 24 juni 2024 conform de berekening van het vrij te laten bedrag aan de boedel heeft afgedragen. De curator deelt ter zitting mee dat verzoekster een aantal maanden haar afdrachtverplichting niet naar behoren is nagekomen nu zij een accountant heeft moeten inschakelen (en betalen) in verband met het doen van belastingaangiften.

Ter zitting heeft verzoekster toegezegd dat de ontstane achterstand op de boedelrekening tijdens de looptijd van de Wsnp wordt ingelopen.

3. Beoordeling

Ontvankelijkheid verzoek

Voordat de rechtbank het verzoek inhoudelijk kan behandelen, dient de vraag te worden beantwoord of verzoekster een beroep op artikel 15b, eerste lid van de Faillissementswet (hierna: Fw) toekomt. De voorwaarde die de wet in artikel 15b, eerste lid, Fw stelt, is dat, wanneer een verzoeker niet op eigen aangifte maar op rekest failliet is verklaard, wordt vastgesteld dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Fw geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend. Daarnaast stelt de wet als voorwaarde dat geen verificatievergadering is gehouden, noch dat de rechter-commissaris een beschikking als bedoeld in artikel 137a, eerste lid, Fw heeft gegeven.

De rechtbank stelt vast dat het faillissement op eigen aangifte van verzoekster is uitgesproken. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 15b lid 1 Fw.

Voorts stelt de rechtbank vast dat geen verificatievergadering is gehouden, noch dat de rechter-commissaris een beschikking als bedoeld in artikel 137a, eerste lid, Fw heeft gegeven.

De curator heeft vastgesteld dat een akkoord binnen het faillissement niet tot de mogelijkheden behoort.

Verzoekster is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

Toelating tot de WSNP

De curator adviseert positief ten aanzien van het omzettingsverzoek. Verzoekster heeft steeds alle medewerking verleend. Verzoekster werkt sinds oktober 2023 fulltime en zij heeft sinds 24 juni 2024 het inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de faillissementsboedel afgedragen. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uit de Wsnp voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen.

De rechtbank oordeelt dat er geen, althans onvoldoende, grond is gebleken voor afwijzing van het verzoek tot opheffing van het op 30 januari 2024 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

De duur van de WSNP

Het Wsnp-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de Wsnp in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis. De rechtbank kan de termijn van de schuldsaneringsregeling verkorten. Daarbij hanteert de rechtbank als uitgangspunt dat niet alleen het deel van het inkomen aan de boedel is afgedragen dat boven het vrij te laten bedrag uitgaat, maar ook dat de uit het faillissement voortvloeiende verplichtingen zijn nagekomen. Verzoekster dient zich in het faillissement ook zodanig te hebben gedragen en ingespannen dat zij zoveel mogelijk aan de boedel heeft afgedragen als ware sprake van een schuldsaneringsregeling (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 20 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3075).

De rechtbank ziet aanleiding om de looptijd in dit geval met veertien maanden te verkorten en legt hierna uit waarom.

Allereerst stelt de rechtbank vast dat verzoekster gedurende het faillissement aan de inspanningsverplichting heeft voldaan nu zij steeds fulltime heeft gewerkt.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verzoekster slechts gedeeltelijk aan haar afdrachtverplichting heeft voldaan. Verzoekster is haar afdrachtverplichting gedurende een aantal maanden niet naar behoren nagekomen omdat zij (in het belang van de afwikkeling van het faillissement) een accountant heeft moeten inschakelen om haar belastingaangifte in orde te maken. Daarnaast heeft verzoekster geen “verklaring geen privé-gebruik auto” bij de Belastingdienst aangevraagd, waardoor zij te weinig heeft afgedragen. Verzoekster heeft vanaf 24 juni 2024 een bedrag van € 13.584,- gespaard. Conform de door de curator overgelegde Vtlb-berekening (uitgaande van privé gebruik van de auto) had verzoekster

€ 15.351,- kunnen sparen. De rechtbank zal dan ook overgaan tot saldering (€ 15.351 / 16 =

€ 959,43 per maand. € 13.584 / 959,43 = 14,2 maanden). De rechtbank stelt vast dat verzoekster gedurende veertien maanden aan haar afdrachtverplichting heeft voldaan.

De rechtbank houdt verzoekster aan haar toezegging dat zij de ontstane achterstand op de boedelrekening (van € 1.767,--) gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling zal inlopen.

Nu de looptijd van de Wsnp met veertien maanden wordt verkort ziet de rechtbank aanleiding om in haar beslissing een datum voor de verificatievergadering op te nemen.

4. De beslissing

De rechtbank:

- heft het faillissement van verzoekster op;

- stelt het salaris van de curator definitief vast op € 35.846,20 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- stelt de verschotten vast op € 1.433,85 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],geboren op [geboortedatum]-1964 te [geboorteplaats],wonende te [adres 1], [postcode] [woonplaats],voorheen handelend onder de naam [naam pension]'',gevestigd [adres 2];

- benoemt in de schuldsaneringsregeling van schuldenares tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger;

- en stelt aan tot bewindvoerder [naam 2],

postadres: [postadres]

;

- verkort de looptijd met veertien maanden, waardoor de looptijd eindigt op

28 februari 2026;

- stelt de datum van de verificatievergadering vast op 20 januari 2026.

- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/5e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan schuldenares gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.T.P. Pot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl INS-Updates.nl 2025-0243 Sdu Nieuws Insolventierecht 2026/7
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand