ECLI:NL:RBROT:2025:13794

ECLI:NL:RBROT:2025:13794, Rechtbank Rotterdam, 07-11-2025, FT RK 25/1774 – FT RK 25/1775

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-11-2025
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer FT RK 25/1774 – FT RK 25/1775
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Rotterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Verzoek moratorium afgewezen. Verzoeker is zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. Ook schuldhulpverlening en het wijkteam krijgen geen contact meer met verzoeker. Onvoldoende aannemelijk dat lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: afwijzing

toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk

rekestnummers: [nummers]

uitspraakdatum: 7 november 2025

[verzoeker] ,

wonende te [adres]

[postcode] [plaatsnaam],

verzoeker.

1. De procedure

Verzoeker heeft op 29 september 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 30 september 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 24 oktober 2025.

Ter zitting van 24 oktober 2025 is verschenen en gehoord:

- De heer H. Mendes Andrade, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).

[naam 1] en [naam 2], wonende te Halfweg, gemeente Haarlemmermeer (hierna: verweerders) zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering, niet ter terechtzitting verschenen.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerders te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 augustus 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen.

3. Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben verweerders geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunt schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.

4. De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoeker een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 augustus 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker en een kopie van het exploot van 3 september 2025 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerders op 1 oktober 2025 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoeker, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoeker enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerders, anderzijds.

Het belang van verzoeker bestaat erin dat hij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoeker kan worden doorlopen.

Het belang van verweerders bestaat erin dat zij het vonnis van 28 augustus 2025 ten uitvoer kunnen leggen.

Verzoeker is zonder bericht van verhindering niet verschenen ter zitting. Hij reageert niet op berichten van schuldhulpverlening en daarnaast reageert hij ook niet op berichten van het wijkteam, aldus schuldhulpverlening ter zitting. Hoewel de huur over oktober 2025 (door het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam) is voldaan, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan.

Derhalve is de rechtbank van oordeel dat het belang van verweerders zwaarder dient te wegen dan het belang van verzoeker. De verzochte voorziening zal dan ook worden afgewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek ex artikel 287b Fw af;

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.A. Vroom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand