ECLI:NL:RBROT:2026:11068

ECLI:NL:RBROT:2026:11068

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 10/134724-21, 10/193384-22 en 10/055657-23 (gevoegd ttz)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Groot aantal strafbare feiten. Toepassing jeugdstrafrecht. Oplegging jeugddetentie, waarbij rekening wordt gehouden met overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/134724-21, 10/193384-22 en 10/055657-23 (gevoegd ttz)

Datum uitspraak: 16 juli 2026

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1] ,

raadsman: mr. A.H.J. Strak, advocaat in Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 2 juli 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. Op de terechtzitting is de tenlastelegging met parketnummer 10/055657-23 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging(en) is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van Eck heeft gevorderd:

gericht is op cognitieve vaardigheden en zich inspant voor het behouden van een dagbesteding;

- met opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4. Waardering van het bewijs

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de feiten ten laste gelegd in de zaken Onyx, Healer, Lapis, Heling, Beesd en Hoge Boezem en het onder 4 primair ten laste gelegde feit in de zaak Pommeriaan niet wettig en overtuigend zijn bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering - WWM

Het ten laste gelegde feit in de zaak WWM is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Bewijswaardering - Granaat

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Er is onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal in vereniging. Uit het dossier blijkt niet op welk tijdstip de diefstal in de Groene Tuin heeft plaatsgevonden. De aangever spreekt in zijn aangifte van 14:00 uur, terwijl de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] zich om 16:09 uur in het zendgebied van de mast bij het plaats delict bevond. Daar komt bij dat uit de telefoonmastgegevens niet kan worden vastgesteld dat de verdachte daar op dat moment ook aanwezig was. Zo is er geen gebruik gemaakt van stemherkenning en kan dus niet worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die tussen 14.41 uur en 17.06 uur tien telefoongesprekken heeft gevoerd met medeverdachte. Tot slot blijkt uit de getuigenverhoren van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] dat de verdachte op 4 juni 2021 tussen 14:00 uur en 19:00 uur in een muziekstudio verbleef.

Beoordeling

Op 4 juni 2021 heeft een diefstal in vereniging plaatsgevonden op de Groene Tuin in Rotterdam. De aangever had via Snapchat een afspraak gemaakt om een telefoon te kopen voor 150 euro van een jongen. De aangever komt zelf uit Lombardijen. Met de verkoper had hij afgesproken op de Groene Tuin. Dat was handig, omdat de verkoper aangaf dat hij uit Bolnes moest komen. De aangever heeft met één dader gesproken en de andere dader stond verderop. In het signalement dat de aangever geeft van de eerste dader, herkent de wijkagent de medeverdachte [medeverdachte 2] .

Uit de verschillende telefoongesprekken van de verdachte, die de politie heeft afgeluisterd en de historische telefoongegevens van de verdachte blijkt het volgende. In de middag waarop de diefstal heeft plaatsgevonden, heeft de verdachte veel telefoongesprekken met de medeverdachte [medeverdachte 1] . Uit de gesprekken kan worden opgemaakt dat ze een plan aan het maken zijn om aan iemand een telefoon aan te bieden en hem dan te beroven. Er wordt onder meer besproken dat zij “ [medeverdachte 2] ” laten gaan, waarmee medeverdachte [medeverdachte 2] zou worden bedoeld. Zo zegt de verdachte “ [medeverdachte 2] is aan”. De medeverdachte zegt daarnaast dat hij een tijd en plaats gaat afspreken en dat de ander uit “Lomba” komt, waarmee Lombardijen wordt bedoeld. De verdachte stelt voor om af te spreken bij Hagens, dat zou Grote Hagen zijn en dat is in de buurt van de Groene Tuin, alwaar de diefstal die middag heeft plaatsgevonden. Bovendien geeft de medeverdachte in een telefoongesprek met de verdachte aan dat hij gezegd heeft dat hij uit Bolnes moet komen. Uit hierop volgende telefoongesprekken volgt dat de afspraak om 16:00 uur staat, dat ze om 15:23 uur bijna bij de locatie zijn en om 15:31 uur heeft de medeverdachte gezegd dat “die boy er al is”. Verder wordt aan het eind van de middag (17:09 uur) tussen de verdachte en de medeverdachte over de telefoon gesproken over het verdelen van de buit, waarbij opvalt dat de medeverdachte aangeeft dat hij “75” moet krijgen. Het bedrag van 75 euro is precies de helft van het bedrag dat bij de aangever is weggenomen.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat hetgeen in de afgeluisterde telefoongesprekken wordt besproken tussen de verdachte en de medeverdachte, precies past binnen hetgeen de aangever heeft beschreven over (de aanloop van) de straatroof. Dit maakt dat het dossier veel aanwijzingen bevat die erop wijzen dat de diefstal rond 16:00 uur heeft plaatsgevonden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het door de aangever genoemde tijdstip van 14:00 uur een kennelijke vergissing betreft.

De verdachte verklaart dat hij rondom het tijdstip van de diefstal in de muziekstudio was. De rechtbank acht deze verklaring op basis van voorgaande ongeloofwaardig.

Conclusie

De rechtbank acht de in de zaak Granaat ten laste gelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen.

Bewijswaardering - Pommeriaan

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten en voert daartoe aan dat het dossier, naast de locatiegegevens van de telefoon van de verdachte, geen aanwijzingen bevat over eventuele betrokkenheid van de verdachte. Daar komt bij dat de verdachte een plausibele verklaring heeft afgelegd ten aanzien van de onder hem in beslag genomen telefoon. Hij heeft zijn telefoon uitgeleend aan een derde, hetgeen niet gek is voor iemand die meerdere telefoons heeft. Uit het dossier komt naar voren dat het medeverdachte [medeverdachte 3] kan zijn geweest die de telefoon bij zich heeft gehad. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de medeverdachte contact had met de gebruiker van het Ride Check account, het aannemelijk is dat hij het wachtwoord had van dat account en hij zijn eigen telefoon niet gebruikte rond de datum van het incident.

Beoordeling

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen is vast komen te staan dat op 17 juni 2022 met een vuurwapen door het keukenraam van de woning gelegen aan de aan de [adres 2] is geschoten. Dit is gebeurd rond 4:30 uur, terwijl meerdere personen in het huis lagen te slapen. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte betrokken is geweest bij dit schietincident. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op camerabeelden voorafgaand aan het incident is te zien dat twee daders op een deelscooter van het bedrijf RideCheck aankomen rijden bij de woning. Bij RideCheck is de route opgevraagd van de deelscooter die door de daders is gebruikt. Uit onderzoek aan de telefoon van de verdachte komt naar voren dat op de telefoon op 17 juni 2022 omstreeks 1:17 uur de applicatie van de RideCheck app is geïnstalleerd en dat de telefoon vervolgens dezelfde route als de deelscooter heeft afgelegd. Daarnaast bleek uit de locatiegeschiedenis dat de telefoon omstreeks 04:35 uur in de omgeving van de [adres 2] was.

De verdachte verklaart dat hij zijn telefoon die nacht heeft uitgeleend. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. Uit het dossier komen aanwijzingen naar voren dat de verdachte de telefoon rondom de periode van het incident zelf in gebruik had. Zo heeft de moeder van de verdachte op 17 juni 2022 omstreeks 0:50 uur een bericht gestuurd naar de telefoon. Daar komt bij dat ook al op 16 juni 2022 op de telefoon is gezocht naar het adres [adres 2] . Dit was voordat de verdachte – naar eigen zeggen – de telefoon had uitgeleend. Ook is op de telefoon een foto aangetroffen met daarop de omcirkelde ruiten van de woning aan de [adres 2] met daarbij de tekst ‘ [adres 2] ’. Deze foto is gemaakt op 15 juni 2022 en is geopend op 17 juni 2022. Gelet op deze omstandigheden, en het feit dat de verdachte te zitting geen verklaring kon geven over aan wie hij de telefoon zou hebben uitgeleend, gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte degene is geweest die de telefoon in gebruik had op 17 juni 2022 en dus aanwezig was op de [adres 2] die nacht. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij het schietincident.

Conclusie

De rechtbank acht de onder 4 subsidiair ten laste gelegde bedreiging en de onder 5 ten laste gelegde vernieling in de zaak Pommeriaan wettig en overtuigend bewezen.

Bewijswaardering - Hull

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. De verdachte bekent dat hij aanwezig was aan de [adres 3] , maar ontkent dat hij betrokken is geweest bij het ten laste gelegde feit. Hij is weggerend voor de politie, omdat de verdachte samen was met mensen waarmee hij een contactverbod had. Dat op de aangetroffen kledingstukken het DNA-materiaal van meerdere personen is aangetroffen komt omdat de kledingstukken worden uitgeleend voor clipshoots. Dat wil dus niet zeggen dat de verdachte de kleding die dag heeft aangehad. Verder was de verdachte niet in het ziekenhuis voor een opgezwollen hand, maar in verband met zijn pols en onderarm door een val in het centrum.

Beoordeling

Op 15 maart 2022 heeft de aangever onder nummer [nummer] aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat hij omstreeks 14.00 uur op de Kievitsweg te Ridderkerk twee personen op een scooter een fiets achter zich aan zag slepen. De personen gooide deze fiets even later weg. Aangever is bij de fiets gaan kijken en nam contact op met de meldkamer. Op dat moment kwam de scooter met de twee daders terugrijden richting aangever. De bijrijder stapte van de scooter af, waarna aangever meerdere keren is geslagen en geschopt tegen het lichaam en het hoofd. Bij het wegrijden zijn de twee personen gevallen met de scooter. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte een van de twee personen op de scooter was, en dus betrokken is geweest bij de openlijke geweldpleging. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit de beschrijving van de camerabeelden en de getuigenverklaringen volgt dat de scooter waarop de jongens reden donker van kleur was met een witte voorkap en beschadigingen aan de zijkant. De jongens droegen donkere kleding en de bijrijder had een broek aan met een lichtkleurige bies. De politie is na de melding gelijk onderzoek gaan doen en gaat daarbij ook richting het adres [adres 3] in Rotterdam. Dit adres was bekend bij de verbalisten vanwege eerdere incidenten. Toen de verbalisanten bij de woning aankwamen zagen zij drie jongens uit de tuin van de woning aan de [adres 3] rennen. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij één van de jongens was die is weggerend uit de tuin. Even later worden bij de doorzoeking van het adres een scooter en een broek gevonden. Deze komen overeen met de scooter en de broek die op de camerabeelden te zien zijn. Op de gevonden broek wordt vervolgens DNA-materiaal van de verdachte aangetroffen.

Aangever is een dag later (op 16 maart 2022) voor controle met zijn verwondingen naar het ziekenhuis gegaan. In de wachtkamer zat een jongen (met letsel aan zijn hand) tegenover hem. Op dat moment herkende hij de jongen als één van de daders en heeft hij met zijn telefoon een foto van hem gemaakt. Op basis van deze foto wordt de verdachte later herkend door twee verbalisanten. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de herkenning van de verdachte door de aangever in de wachtruimte te twijfelen.

De rechtbank is van oordeel dat deze bewijsmiddelen in samenhang bezien en beschouwd elkaar onderling ondersteunen en acht bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij de openlijke geweldpleging.

Conclusie

De rechtbank acht het in de zaak Hull ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de bewezen verklaarde feiten op die wijze heeft begaan dat:

Parketnummer 10/134724-21

3

Deelonderzoek Granaat

hij op of omstreeks 4 juni 2021 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

€150,00 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of

zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5

Deelonderzoek WWM

hij op of omstreeks 6 juli 2021 te Rotterdam

(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens

en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in

de vorm van een revolver van het het merk BBM, type Olympic 38, kaliber 22LR

en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de

Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van

de Categorie III te weten 8 kogelpatronen, kaliber 22LR, voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 10/193384-22

4

Pommeriaan:

hij, op of omstreeks 17 juni 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

anderen aanwezigen in de woning gelegen aan de [adres 2] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling,

door meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen door een raam (aan de

voorzijde) van de woning gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, althans op

dat pand, te schieten;

5

Pommeriaan:

hij, op of omstreeks 17 juni 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk

(een raam van een) een woning, gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, en/of

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , althans aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met een

vuurwapen door het raam van de voorzijde van de woning gelegen aan de

[adres 2] te Rotterdam, althans op dat pand, te schieten;

Parketnummer 10/055657-23

hij,

op of omstreeks 15 maart 2022, te Ridderkerk, althans in Nederland,

openlijk, te weten aan de Kievitsweg in Ridderkerk, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten een verbalisant van de politie Rotterdam-Rijnmond, althans aangever onder nummer [nummer] , door:

- een of meer vuistslag(en) te geven tegen het hoofd, en/of

- te schoppen tegen het hoofd en/of de kaak, en/of

- een of meer trappen tegen het hoofd, en/of

- een of meer klappen te geven,

terwijl dit gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, te weten een zwelling aan het rechteroog, en/of een wond op het achterhoofd, en/of een bloeduitstorting op het voorhoofd aan de rechterkant, en/of oprekking van de banden van zijn kaak, en/of een gezwollen pols, en/of een hersenschudding, en/of hoofdpijn voor die verbalisant van de politie Rotterdam-Rijnmond, althans aangever onder nummer [nummer] , ten gevolge heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/134724-21

3. diefstal door twee of meer verenigde personen;

5. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

5. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling tegen personen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Parketnummer 10/193384-22

De eendaadse samenloop van 4. medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

Parketnummer 10/055657-23

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op zeventien- en achttienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten.

De verdachte heeft zich op 4 juli 2021 in Rotterdam samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal door bij de verkoop van een telefoon het geld van het slachtoffer af te pakken en weg te rennen. Met zijn handelen heeft de verdachte blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen.

Vervolgens heeft de verdachte zich op 6 juli 2021 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een wapen, te weten een revolver. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. De ervaring leert dat het bezit van wapens gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan met ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg.

Bijna een jaar later heeft de verdachte zich op 17 juni 2022 schuldig gemaakt aan vernieling van een raam van een woning en aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door op de openbare weg met een vuurwapen door een raam van de woning te schieten. Het is een feit van algemene bekendheid dat de impact van dergelijke feiten op slachtoffers groot is, dit blijkt ook uit de slachtofferverklaringen die tijdens de zitting (vier jaar later) zijn gegeven. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de geestelijke integriteit van de slachtoffers.

Tot slot heeft de verdachte zich op 15 maart 2022 samen met een ander schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging in Rotterdam. Hierbij is het slachtoffer meermalen geslagen en geschopt tegen zijn lichaam, ook tegen het hoofd. De verdachte en zijn medeverdachte hebben met hun handelen een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De gebeurtenis moet buitengewoon bedreigend zijn geweest voor het slachtoffer en heeft bij hem, naast pijn en letsel, ook enige tijd gevoelens van angst en onveiligheid opgeroepen, zoals blijkt uit de toelichting bij de vordering benadeelde partij.

Alle feiten veroorzaken bovendien breder binnen de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid en vormen een ernstige inbreuk op de rechtsorde, vooral omdat de geweldsfeiten op de openbare weg hebben plaatsgevonden. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte voor het plegen van de ten laste gelegde feiten niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Rapportage van deskundigen op de terechtzitting

Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 10 november 2025. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

De reclassering schat het risico op recidive hoog in. De risicofactoren zijn gelegen in het feit dat het de verdachte ontbreekt aan een structurele dagbesteding, hij geen kwalificatie heeft voor de arbeidsmarkt en geen inkomen heeft. Ook is het een risico dat de verdachte onvoldoende oog heeft voor de (lange termijn) gevolgen van zijn gedrag. Hij laat zich bij keuzes vooral leiden door de verwachte voordelen op korte termijn en heeft weinig oog voor de slachtoffers. Daarnaast vormt het middelengebruik van de verdachte een risicofactor. In het gedrag van de verdachte is echter ook een positieve ontwikkeling zichtbaar. Als de verdachte terugkijkt op deze periode in zijn leven, oordeelt hij hier negatief over. Hij vermijdt zoveel als mogelijk het contact met medeverdachten, al lukt dit niet altijd. Dat is onder andere terug te zien in de veroordeling in december 2024. Ook het pro criminele netwerk van de verdachte wordt daarom nog steeds als een risicofactor zien. De verdachte heeft eerder toezicht vanuit de jeugdreclassering en reclassering Nederland gehad. Beide keren is het toezicht opgeheven omdat de verdachte recidiveerde. Daarom acht de reclassering ook nu een (deels) voorwaardelijke straf passend met volwassenreclassering en bijzondere voorwaarden, waaronder onder meer een meldplicht bij de reclassering en deelname aan een gedragsinterventie gericht op cognitieve vaardigheden.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Jeugdstrafrecht

Volgens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank - ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren maar niet die van 23 jaren heeft bereikt - recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De rechtbank stelt vast dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten in de zaken Hull en Pommeriaan heeft gepleegd toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Tijdens de andere bewezenverklaarde feiten was de verdachte 17 jaar oud. Gelet op de genoemde rapportages, de gegeven adviezen en de geschetste persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt ook rekening met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en met de grote overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat een straf die tot gevolg heeft dat de verdachte terug moet naar de jeugdgevangenis, niet in het belang van de verdere ontwikkeling van de verdachte is en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. Daarom wordt de onvoorwaardelijk op te leggen jeugddetentie beperkt tot de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]

Als benadeelde partij hebben zich in het geding gevoegd [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , ter zake van het ten laste gelegde feit onder 4 in de zaak Pommeriaan. De benadeelde partijen vorderen beide een bedrag van € 3.300,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot toewijzing van de vorderingen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Wat betreft de hoogte van het toe te wijzen bedrag refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partijen door het ten laste gelegde strafbare feit onder 4 in de zaak Pommeriaan rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Hoewel de benadeelde partij de geleden schade niet met concrete stukken hebben onderbouwd, kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. Uit de vorderingen en de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaringen blijkt voldoende dat het slachtoffers tot op de dag van vandaag worstelen met de gevolgen van de bedreiging en vernieling.

Bij de begroting van de schade heeft de rechtbank acht geslagen op 19.5 van de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De rechtbank heeft bij de begroting van de schade ook gelet op andere relevante factoren, waaronder de ernst van het feit. Gelet op al het voorgaande, zal de rechtbank de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid vaststellen op € 1.500,-. De gevorderde immateriële schadevergoedingen worden dus elk tot voornoemd bedrag toegewezen. De benadeelde partijen worden voor het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf 17 juni 2022.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoedingen worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen deels worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partijen ieder een schadevergoeding betalen van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

Benadeelde partij aangever onder nummer [benadeelde 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd aangever onder nummer [benadeelde 3] , ter zake van het ten laste gelegde feit in de zaak Hull. De benadeelde partij heeft Politie Nederland, Eenheid Rotterdam, Team Geweld tegen Politieambtenaren gemachtigd om hem te vertegenwoordigen in verband met het verzoek tot schadevergoeding. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 7.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot toewijzing van de vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Wat betreft de hoogte van het toe te wijzen bedrag refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit in de zaak Hull rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Nu uit het dossier en de vordering blijkt dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, kan hij aanspraak maken op vergoeding van die schade (artikel 6:106 onder b van het Burgerlijk Wetboek). Verder is gebleken dat het strafbare feit een emotionele impact heeft op de benadeelde partij. Uit de vordering en de slachtofferverklaring blijkt voldoende dat het slachtoffer tot op de dag van vandaag worstelt met de gevolgen van de openlijke geweldpleging.

Bij de begroting van de schade heeft de rechtbank acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De rechtbank heeft bij de begroting van de schade ook gelet op andere relevante factoren, waaronder de ernst van het feit. Gelet op al het voorgaande, zal de rechtbank de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid vaststellen op € 3.000,-. De gevorderde immateriële schadevergoeding zal dus tot voornoemd bedrag worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 15 maart 2022.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 3.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

Benadeelde partijen [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] en [benadeelde 10]

De volgende partijen hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd:

ter zake van het ten laste gelegde feit in de zaak Onyx vordert de benadeelde partij [benadeelde 4] een bedrag van € 900,- aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

ter zake van het ten laste gelegde feit in de zaak Lapis vordert de benadeelde partij [benadeelde 5] een bedrag van € 340,- aan kledingschade, € 385 aan eigen risico/medische kosten, € 362,- aan materiële schade, € 50,48 aan reis- en parkeerkosten en € 5.000,- aan smartengeld vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

ter zake van het ten laste gelegde feit in de zaak Heling vordert de benadeelde partij [benadeelde 6] een bedrag van € 1.975,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

ter zake van het ten laste gelegde feit onder 2 in de zaak Beesd vordert de benadeelde partij [benadeelde 7] een bedrag van € 1.772,71 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

ter zake van het ten laste gelegde feit onder 2 in de zaak Beesd vordert de benadeelde partij [benadeelde 8] een bedrag van € 200,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

ter zake van het ten laste gelegde feit onder 2 in de zaak Beesd vordert de benadeelde partij [benadeelde 9] een bedrag van € 458,19,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

ter zake van het ten laste gelegd feit in de zaak Hoge Boezem vordert de benadeelde partij [benadeelde 10] een bedrag van € 1.200,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

De benadeelde partijen worden in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde feiten.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 55, 63, 77a, 77g, 77i, 77gg, 141, 285, 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten in de zaken Onyx, Healer, Lapis, Heling, Beesd, Hoge Boezem en het onder 4 primair ten laste gelegde feit in de zaak Pommeriaan heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten in de zaken Granaat, WWM, Hull, het onder 4 subsidiair ten laste gelegde feit en het onder 5 ten laste gelegde feit in de zaak Pommeriaan, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 281 dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] , [benadeelde 9] en [benadeelde 10] niet-ontvankelijk in de vorderingen.

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

- aan benadeelde partij [benadeelde 1] een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;

- aan benadeelde partij [benadeelde 2] een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;

- aan benadeelde partij aangever onder nummer [benadeelde 3] een bedrag van € 3.000,- (zegge: drieduizend euro) bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 maart 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in het resterende delen van de vorderingen; bepaalt dat dit deel van de vorderingen slechts kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdacht, hoofdelijk samen met zijn mededader(s), de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat te betalen:

- ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] : € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

- ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] : € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

- ten behoeve van de benadeelde partij aangever onder nummer [benadeelde 3] : € 3.000,- (zegge: drieduizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J. Groot en J.C.C. Peterse, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst (gewijzigde) tenlasteleggingen

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/134724-21

1

Deelonderzoek Onyx

hij op of omstreeks 09 mei 2021 te Rotterdam op of aan de openbare weg, de

Houdringeweg, althans (een) openbare weg(en)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een tas (merk: Louis Vuitton) en/of schoenen (merk: Nike) en/of 900 euro, althans

een geldbedrag en/of sigaretten en/of een pas en/of een fietssleutel, in elk geval

enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl

deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of

gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere

deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 6] (met kracht) op/tegen het hoofd te slaan/stompen en/of

- een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen

aan/op die [slachtoffer 6] te tonen / voor te houden en/of te richten en/of

- met een of meer van voornoemde vuurwapens, althans op vuurwapens

gelijkende voorwerpen naar / in de richting van die [slachtoffer 6] te schieten

en/of

- aan die [slachtoffer 6] (dreigend) de woorden toe te voegen: "Alles hier

voordat ik je kankernmoeder doodschiet. Ik schiet ze dood. Geld, Geld,

geld!";

2

Deelonderzoek Healer

hij op of omstreeks 21 mei 2021 te Rotterdam

op of nabij de openbare weg, de Houdringeweg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of twee bril[len], merk Cartier, en/of een onderhoudsboekje en/of de groene

kaart, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of

een verder onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd

voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen die [slachtoffer 7] en/of een of meer onbekend gebleven personen/persoon,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te

maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan

het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, door

- een verder onbekend gebleven persoon, staande naast of nabuij een witte Fiat 500,

een [op een] vuurwapen [gelijkend voorwerp] op het hoofd te zetten en/of

- die [slachtoffer 7] te slaan tegen diens hoofd [met een hard voorwerp] en/of

- die [slachtoffer 7] te trappen en/of

- die Venema toevoegen: "je spullen je spullen" en/of

- te trekken aan een tas van die [slachtoffer 7] en/of

- dreigend een of meerdere [op] vuurwapen[s] [gelijkende voorwerp/en te tonen;

3

Deelonderzoek Granaat

hij op of omstreeks 4 juni 2021 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

€150,00 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of

zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om

het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4

Deelonderzoek Lapis

hij op of omstreeks 08 juni 2021 te Rotterdam

op of aan de openbare weg, de Limbrichthoek, althans (een) openbare weg(en)

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een id kaart en/of een rijbewijs en/of een fanny pack (merk: Iceberg) en/of sleutels

en/of een iPhone oplader met iPad stekker en/of een geldbedrag en/of een

boodschappentas met een of meer levensmiddelen en/of verzorgingsproducten, in

elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] , in elk

geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 8] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 8] bij zijn kraag te pakken en/of

- meermalen, althans eenmaal, (dreigend) een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, aan/op die [slachtoffer 8] te tonen / voor te houden /

te richten en/of

- aan die [slachtoffer 8] (dreigend) de woorden toe te voegen: “Ey mattie doe je

kankertas af” en/of “ik schiet je dood”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard

en/of strekking en/of

- ( daarbij vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op/tegen het gezicht, althans het hoofd, van die [slachtoffer 8] te drukken

en/of te duwen en/of

- die [slachtoffer 8] meermalen, althans eenmaal, (met een vuurwapen, althans met

een hard en/of ijzeren voorwerp) in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd, en/of

de rug en/of de zij, althans het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of

- meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 8] met een mes, althans een scherp

en/of puntig voorwerp, in de rug en/of zij, althans het lichaam, te steken en/of te

snijden;

5

Deelonderzoek WWM [verdachte]

hij op of omstreeks 6 juli 2021 te Rotterdam

(een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens

en munitie,te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in

de vorm van een revolver van het het merk BBM, type Olympic 38, kaliber 22LR

en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van art. 1 onder 4º van de

Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van

de Categorie III te weten 8 kogelpatronen, kaliber 22LR, voorhanden heeft gehad;

6

Deelonderzoek Heling

hij op of omstreeks 6 juli 2021 te Rotterdam,

een bankpas, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of

heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen

van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door

misdrijf verkregen goed betrof;

Parketnummer 10/193384-22

1

Beesd:

hij op of omstreeks 30 mei 2022 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk vuurwerk (Cobra 6) tegen de

voordeur van een woning, gelegen aan de [adres 4] , te plaatsen en tot

ontploffing te brengen,

en daarvan gemeen gevaar voor voornoemde woning en/of de in die woning

aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning

aanwezige personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel voor een ander of anderen

te duchten was;

2

Beesd:

hij op of omstreeks 30 mei 2022 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met motorbenzine,

althans met een brandbare stof

ten gevolge waarvan een auto (met kenteken [kenteken 1] ) geheel of gedeeltelijk is

verbrand, in elk

geval brand is ontstaan,

en daarvan gemeen gevaar voor die auto en/of de in die auto aanwezige goederen

en/of naastgelegen auto’s en/of in die naastgelegen auto’s aanwezige goederen

en/of lantarenpalen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor bewoners van

nabijgelegen woningen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel voor een ander of anderen

te duchten was;

3

Hoge Boezem:

hij op of omstreeks 19 juli 2022 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

een ontploffing teweeg heeft gebracht door een (zelfgemaakt) explosief met

flitspoeder en/of een elektriciteitssnoer en/of een batterij, althans een explosieve

lading, tegen/nabij de portiekdeur van de woningen gelegen aan de [adres 5]

en/of een of meer (personen)auto’s (met kenteken [kenteken 2] en/of [kenteken 3] )

en/of een scooter (met kenteken [kenteken 4] ), te plaatsen en tot ontploffing te

brengen,

en daarvan gemeen gevaar voor het portiek en de portiekwoningen en/of de

aanwezige goederen in die portiekwoningen en/of op de nabijgelegen openbare

weg aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de aanwezige personen

in die portiekwoningen en/of voorbijgangers op de nabijgelegen openbare weg, in

elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of

anderen

te duchten was;

4

Pommeriaan:

hij, op of omstreeks 17 juni 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

anderen aanwezigen in de woning gelegen aan de [adres 2] opzettelijk

van het leven te beroven en/of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen door een raam (aan de voorzijde)

van de woning gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, althans op dat pand,

heeft geschoten

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 17 juni 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

anderen aanwezigen in de woning gelegen aan de [adres 2] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling,

door meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen door een raam (aan de

voorzijde) van de woning gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, althans op

dat pand, te schieten;

5

Pommeriaan:

hij, op of omstreeks 17 juni 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk

(een raam van een) een woning, gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam, en/of

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , althans aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met een

vuurwapen door het raam van de voorzijde van de woning gelegen aan de

[adres 2] te Rotterdam, althans op dat pand, te schieten;

Parketnummer 10/055657-23

hij,

op of omstreeks 15 maart 2022, te Ridderkerk, althans in Nederland,

openlijk, te weten aan de Kievitsweg in Ridderkerk, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten een verbalisant van de politie Rotterdam-Rijnmond, althans aangever onder nummer [nummer] , door:

- een of meer vuistslag(en) te geven tegen het hoofd, en/of

- te schoppen tegen het hoofd en/of de kaak, en/of

- een of meer trappen tegen het hoofd, en/of

- een of meer klappen te geven,

terwijl dit gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig lichamelijk letsel, te weten een zwelling aan het rechteroog, en/of een wond op het achterhoofd, en/of een bloeduitstorting op het voorhoofd aan de rechterkant, en/of oprekking van de banden van zijn kaak, en/of een gezwollen pols, en/of een hersenschudding, en/of hoofdpijn voor die verbalisant van de politie Rotterdam-Rijnmond, althans aangever onder nummer [nummer] , ten gevolge heeft gehad;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 maart 2022, te Ridderkerk, althans in Nederland

een verbalisant van de politie Rotterdam-Rijnmond, althans aangever onder nummer [nummer] heeft mishandeld, door

- een of meer vuistslag(en) te geven tegen het hoofd,

- te schoppen tegen het hoofd en/of de kaak,

- een of meer trappen tegen het hoofd, en/of

- een of meer klappen te geven,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand