ECLI:NL:RBROT:2026:11075

ECLI:NL:RBROT:2026:11075

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 12156434 CV EXPL 26-8038
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Huurrecht. Bedrijfsruimte. Huurachterstand. Partijen zijn de handelsrente overeengekomen, niet de gewone rente.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12156434 CV EXPL 26-8038

datum uitspraak: 4 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Brickfund Vastgoedfonds II C.V.,

vestigingsplaats: Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. Azdoufali.

De partijen worden hierna ‘Brickfund’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1. De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 19 maart 2026, met bijlagen;

het antwoord;

de repliek, met een vermeerdering van eis;

de dupliek.

2. Het geschil

[gedaagde] huurt van Brickfund bedrijfsruimte op [adres] in [plaats] . Brickfund stelt dat [gedaagde] tot en met juni 2026 € 35.949,40 aan huur niet betaald heeft. Brickfund vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van dit bedrag, met rente, € 1.087,41 aan incassokosten en proceskosten.

Brickfund vordert ook ontbinding van de huurovereenkomst, veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van de bedrijfsruimte en huur/gebruiks- en schadevergoeding vanaf juli 2026, deels nader op te maken bij staat.

[gedaagde] voert verweer. Is dit voor de beoordeling van belang, dan wordt hierna ingegaan op wat partijen (verder) naar voren brengen.

3. De beoordeling

huurachterstand

[gedaagde] erkent, dan wel betwist niet, tot en met juni 2026 € 35.367,20 aan huur niet betaald te hebben. Hij wordt ertoe veroordeeld dit bedrag aan Brickfund te betalen.

ontbinding huurovereenkomst, ontruiming gehuurde

Een huurachterstand van de onder 3.1. genoemde omvang is een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. [gedaagde] verzet zich daar ook niet tegen. De huurovereenkomst wordt daarom ontbonden en [gedaagde] wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte. De ontruimingstermijn is zoals Brickfund vordert twee weken na de betekening van dit vonnis. [gedaagde] vraagt in zijn conclusie van antwoord om een ontruimingstermijn van drie maanden. Die conclusie is echter van 28 mei 2026 en [gedaagde] heeft dus feitelijk (meer dan) drie maanden ontruimingstermijn gekregen.

wettelijke rente

Partijen zijn in hun overeenkomst overeengekomen dat als [gedaagde] de huur niet op tijd betaalt, hij wettelijke rente moet betalen. In de overeenkomst staat niet of dit gaat om de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (BW) of om handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW.

[gedaagde] voert aan dat de huurovereenkomst is opgesteld als een op zichzelf staand contract en dat de overeenkomst een uitputtende regeling bevat voor de gevolgen van betalingsverzuim. De ‘wettelijke rente’ zoals daarin is opgenomen wijst volgens [gedaagde] op een bewuste keuze voor de rente als bedoeld in artikel 6:119 BW. Als partijen rente als bedoeld in artikel 6:119a BW hadden bedoeld, had Brickfund dit expliciet moeten noemen in de overeenkomst en dat heeft zij niet gedaan, aldus [gedaagde] .

Brickfund heeft tegen de stelling van [gedaagde] ingebracht dat tussen partijen sprake is van een B2B-verhouding en dat daarop onverkort de artikel 6:119a BW-rente van toepassing is. Dat er in de overeenkomst enkel wordt gesproken over wettelijke rente doet daar niets aan af. In artikel 6:119a BW wordt namelijk ook gesproken over wettelijke rente. De kantonrechter begrijpt hieruit dat de term ‘wettelijke rente’ in de overeenkomst volgens Brickfund moet worden uitgelegd als wettelijke rente in de zin van artikel 6:119a BW. Nu de term wettelijke rente inderdaad ook in artikel 6:119a BW wordt vermeld en de huurovereenkomst tussen beide ondernemingen een handelsovereenkomst betreft (zie onder meer HvJ-EU 9 juli 2020, ECLI:EU:C:2020:548), wordt ervan uitgegaan dat partijen wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW zijn overeengekomen en dat zij dat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Brickfund vordert in de dagvaarding rente over het totaal aan huurachterstand vanaf het uitbrengen van de dagvaarding. In haar repliek wijzigt zij haar vordering: zij wil rente vanaf de vervaldatum van iedere huurtermijn. Deze vordering is in lijn met artikel 7.1. van de huurovereenkomst. [gedaagde] voert geen verweer tegen deze eisvermeerdering, zodat deze wordt toegewezen.

incassokosten

De huurovereenkomst bepaalt in artikel 7.1.:

In geval van verzuim van betaling der huurpenningen op de vervaldag zal verhuurder aan huurder, naast de wettelijke rente vanaf de vervaldag, in rekening mogen brengen zijn buitengerechtelijke incassokosten, die maximaal een bedrag van € 230,00 zullen belopen.

De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] ertoe € 1.087,41 aan incassokosten te betalen. Het verweer dat [gedaagde] hier tegen heeft gevoerd, wordt verworpen. In het hiervoor geciteerde artikel uit de huurovereenkomst staat niet dat Brickfund maximaal een totaalbedrag van € 230,00 aan incassokosten in rekening mag brengen. Er staat dat Brickfund die € 230,00 in principe iedere keer als de huur te laat of niet betaald wordt in rekening mag brengen. Op het moment van dagvaarden was de huur dertien maal niet betaald. Brickfund mocht op basis van de overeenkomst dus maximaal een bedrag van € 2.990,00 vorderen. Brickfund vordert, door een beroep te doen op de wettelijke regeling inclusief het hierna te noemen Besluit, minder dan waar de huurovereenkomst haar recht op geeft. Het gevorderde bedrag is zelfs lager dan het bedrag inclusief btw dat gelet op de openstaande huurachterstand volgt uit artikel 2 lid 1 van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Het bedrag van € 1.087,41 wordt gelet op het voorgaande daarom toegewezen.

huur, gebruiksvergoeding

[gedaagde] moet tussen juli 2026 en de ontruiming van de bedrijfsruimte € 2.072,60 per maand aan huur (of zoveel hoger als met een huurprijswijziging toegestaan is) dan wel gebruiksvergoeding aan Brickfund betalen.

schadevergoeding

[gedaagde] is aansprakelijk voor de schade die Brickfund lijdt over de periode vanaf de ontruiming tot de oorspronkelijke einddatum van de huurovereenkomst (15 mei 2029). De omvang van deze schade kan echter nog niet worden begroot. Daarom wordt [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat. In die schadestaatprocedure kan de schadebeperkingsplicht aan Brickfund aan de orde komen.

proceskosten

De vordering van Brickfund is grotendeels toewijsbaar. [gedaagde] moet daarom de proceskosten betalen. Die kosten bestaan aan de kant van Brickfund uit € 155,97 aan kosten voor de dagvaarding, € 1.504,00 aan griffierecht, € 1.154,00 aan salaris voor haar gemachtigde (2 punten van, gelet op het toewijsbare bedrag, € 577,00 per punt, een voor de dagvaarding en een voor de repliek) en € 144,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 2.957,97. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis betekend moet worden door een deurwaarder.

uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter afgedwongen kan worden dat aan de veroordelingen in dit vonnis wordt voldaan.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om € 35.367,20 aan huurachterstand tot en met juni 2026 aan Brickfund te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek, steeds vanaf de vervaldag van iedere in het genoemde bedrag opgenomen huurtermijn tot en met de dag dat die huurtermijn volledig is betaald;

veroordeelt [gedaagde] om € 1.087,41 aan incassokosten aan Brickfund te betalen;

ontbindt de huurovereenkomst tussen Brickfund en [gedaagde] voor de bedrijfsruimte op [adres] in [plaats] en veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na de betekening van dit vonnis deze bedrijfsruimte te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege hem daar bevinden, onder overhandiging van de sleutels aan Brickfund;

veroordeelt [gedaagde] om vanaf juli 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Brickfund € 2.072,60 per maand te betalen (of een bedrag zoveel hoger als met een huurprijsverhoging is toegestaan);

veroordeelt [gedaagde] om de schade van Brickund vanaf de ontruiming te betalen, op te maken bij staat;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van Brickund begroot op een bedrag van € 2.957,97;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst wat meer of anders gevorderd is af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.

686

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand