RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12267288 VV EXPL 26-342
datum uitspraak: 31 juli 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. S. Kara,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. G.E. van der Pols.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 19 juni 2026, met bijlagen;
het mail van [eiseres] met producties 10 tot en met 22;
de mail van [gedaagde] met producties 1 tot en met 3;
de spreekaantekeningen van [gedaagde] .
Op 17 juli 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiseres] met haar gemachtigde en [gedaagde] met zijn gemachtigde.
2. Kern van de zaak
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en wonen samen aan [adres] in [woonplaats] . Uit die relatie zijn drie, nog minderjarige, kinderen geboren. De woning betreft een sociale huurwoning waarvan de huurovereenkomst alleen op de naam van [gedaagde] staat. Sinds de relatie tussen partijen is beëindigd, is er sprake van ernstige spanningen en een verstoorde communicatie. [eiseres] vordert daarom dat zij - met uitsluiting van [gedaagde] - gerechtigd is om (samen met de kinderen) gebruik te maken van de woning en de inboedel en dat [gedaagde] de woning moet verlaten en niet mag betreden zonder haar toestemming. Daarnaast vordert [eiseres] medewerking van [gedaagde] aan het verzoek aan de verhuurder tot medehuurderschap. Verder vordert zij de proceskosten. [gedaagde] weigert mee te werken aan het verzoek van [eiseres] om medehuurder te worden en de woning te verlaten. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] dit toch moet doen. Hierna wordt dit verder toegelicht.
3. De beoordeling
Bevoegdheid
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter niet bevoegd is om over dit onderwerp te oordelen. De vordering betreft een onderwerp dat op grond van artikel 93c Rv door de kantonrechter wordt behandeld. Daarom is de kantonrechter in deze zaak bevoegd om hierover een oordeel te geven.
Spoedeisend belang
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiseres] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
Uit de stellingen van [eiseres] volgt de spoedeisendheid, zodat zij ontvankelijk is in haar vorderingen.
Verzoek medehuurderschap
Het verzoek van [eiseres] dat [gedaagde] zijn medewerking zal verlenen aan het verzoek aan de verhuurder tot medehuurderschap, wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Vaststaat dat de huurovereenkomst op naam van [gedaagde] staat, maar dat [eiseres] daar al jaren staat ingeschreven en er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Artikel 7:267 BW voorziet erin dat diegenen die gedurende een bepaalde minimumperiode een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de huurder hebben onderhouden, medehuurder kunnen worden. Niet is gesteld of gebleken dat één van de weigeringsgronden van artikel 7:267 lid 2 BW zich voordoet. [eiseres] heeft toegezegd dat zij de huur zal (blijven) betalen en zij voldoet ook aan de overig gestelde eisen om het medehuurderschap te verkrijgen. De verhuurder heeft ook al bevestigd dat zij zal instemmen met het (mede)huurderschap van [eiseres] , maar daarvoor is wel medewerking van de huurder - [gedaagde] - vereist. Omdat artikel 7:267 BW is geschreven ter bescherming van de samenwoner tegen (onder meer) de hoofdhuurder, handelt [gedaagde] naar voorlopig oordeel van de kantonrechter in de gegeven omstandigheden in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk is, door niet mee te werken aan het verzoek om medehuurderschap. De kantonrechter acht het daarom aannemelijk dat in een bodemprocedure de vordering van [eiseres] zal worden toegewezen. [gedaagde] dient daarom binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan het indienen van een verzoek tot medehuurderschap van [eiseres] bij de verhuurder. Verder zal bepaald worden dat bij gebreke van die medewerking dit vonnis in de plaats treedt van die medewerking.
Tijdelijk gebruik woning
Wat betreft de vordering tot het gebruik van de woning geldt het volgende. De relatie tussen partijen is beëindigd, maar beide partijen willen in de woning blijven wonen. Er is sprake van een zeer gespannen (thuis)situatie, wat ook blijkt uit de overgelegde WhatsApp-gesprekken, de brief van school van maart 2026 en de verklaring van de tante van [gedaagde] . Deze situatie kan gelet op het belang van de minderjarigen niet langer voortduren. De kantonrechter stelt het belang van de minderjarige kinderen voorop. Gelet op het recente incident waarbij [gedaagde] de schoen en de lingerie van [eiseres] met een mes heeft beschadigd en de heftige bewoordingen tussen partijen over en weer via WhatsApp is de situatie te ver geëscaleerd en is dat geen gezonde leefomgeving voor de kinderen om op deze manier verder te gaan. Een van beide partijen moet de woning in het belang van de kinderen dus verlaten.
De volgende vraag is wie in de woning mag blijven. Zowel [eiseres] als [gedaagde] hebben een groot (woon)belang om in de woning te kunnen blijven wonen. Voor [gedaagde] speelt daarnaast onder meer dat hij nauw verbonden is met de woning, omdat zijn familie de woning al sinds ongeveer 1980 huurt. [eiseres] heeft onder andere aangevoerd dat zij geen contact meer heeft met haar ouders of ander netwerk in de buurt heeft en dat zij de hoofdverzorger is van hun drie kinderen. [eiseres] heeft al een urgentieverklaring aangevraagd voor een vervangende woning, maar het is zeer de vraag of deze urgentie wordt toegewezen en of er op korte termijn een woning in de buurt beschikbaar is.
Ook voor de beslissing wie het tijdelijk gebruik verkrijgt, weegt het belang van de kinderen zwaar. De kinderen hebben baat bij een stabiele thuissituatie. Zij wonen daar al sinds hun geboorte, gaan in de nabije omgeving naar school en hebben daar hun sociale leven. Het is dus heel belangrijk dat zij in de woning kunnen blijven. Hoewel [gedaagde] ook bijdraagt aan de zorg van de kinderen, heeft [eiseres] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de meeste zorg heeft voor de kinderen. Dit blijkt alleen al uit het feit dat zij – na een weigering tot vrijnemen van [gedaagde] – de zes weken van de schoolvakantie vrij heeft genomen om voor de kinderen te zorgen. Dit is door [gedaagde] niet betwist. De kantonrechter zal daarom het voorlopig gebruik van de woning aan [eiseres] toewijzen. De kantonrechter beseft dat dat voor [gedaagde] (zeker als hoofdhuurder) lastig zal zijn, maar de kantonrechter gaat er vanuit dat [gedaagde] in zijn eentje - mede gelet op zijn inkomen en zijn familie in [woonplaats] en [plaats] - tijdelijk ander verblijf kan regelen. Omdat de vordering tot gebruik van de woning van [eiseres] wordt toegewezen, moet [gedaagde] de woning binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis verlaten en de sleutels aan [eiseres] geven.
De kantonrechter wijst erop dat het hier om een tijdelijke maatregel gaat. De uitsluiting van [gedaagde] tot de woning geldt uiteraard slechts tot het moment dat een bodemrechter over de vordering met betrekking tot het huurrecht heeft beslist. Uiteraard is het ook mogelijk dat partijen voor dat moment zelf definitieve afspraken over het huurrecht maken, al dan niet als gevolg van het verkrijgen van een andere geschikte woning.
Proceskosten
Omdat partijen een affectieve relatie met elkaar hebben gehad, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
4. De beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat [eiseres] de woning aan [adres] in [woonplaats] en de zich daar bevindende inboedel met uitsluiting van [gedaagde] mag gebruiken met bevel aan [gedaagde] om de woning onder afgifte van de sleutels binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis te verlaten en verder niet meer te betreden behalve na voorafgaande toestemming van [eiseres] ;
bepaalt dat [gedaagde] binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis zijn medewerking dient te verlenen aan het verzoek tot medehuurderschap bij de verhuurder en dat bij gebreke van de tijdige medewerking hieraan van [gedaagde] dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde medewerking;
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
48436