ECLI:NL:RBROT:2026:11193

ECLI:NL:RBROT:2026:11193

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer 10.128391.26 en 13.317928.24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van diefstal met geweld en van het uitlokken van diefstal met geweld. Het dossier bevat onvoldoende bewijs voor vaststelling van betrokkenheid van de verdachte bij de overval op De Keizer Juwelier. Tevens wordt de verdachte vrijgesproken van witwassen van een Rolex-horloge. Hij wordt veroordeeld voor het bezit van harddrugs. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van twee maanden met aftrek van het voorarrest. De vordering tenuitvoerlegging wordt toegewezen. De benadeelden partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.128391.26

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 13.317928.24

Datum uitspraak: 7 september 2026

Datum zitting: 24 augustus 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam],

gedetineerd in [detentiecentrum].

Advocaat van de verdachte: mr. K.C. van Hoogmoed

Officier van justitie: mr. J. Uiterwijk

Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. D. Fontein

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van diefstal met geweld en van het uitlokken van diefstal met geweld. Het dossier bevat onvoldoende bewijs voor vaststelling van betrokkenheid van de verdachte bij de overval op [naam juwelier]. Tevens wordt de verdachte vrijgesproken van witwassen van een Rolex-horloge. Hij wordt veroordeeld voor het bezit van harddrugs. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van twee maanden met aftrek van het voorarrest. De vordering tenuitvoerlegging wordt toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - samen met anderen een diefstal met geweld heeft gepleegd dan wel een diefstal met geweld heeft uitgelokt, harddrugs in bezit heeft gehad en een Rolex-horloge heeft witgewassen.

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:

1

primair

hij, op of omstreeks 16 april 2026 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid aan sieraden, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan aan [naam juwelier] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- dreigend en met gezichtsbedekkende kleding de juwelier binnen te gaan,

- met een mes, althans een scherp/puntig voorwerp de juwelier binnen te gaan,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of te richten en/of gericht te houden aan/op die [slachtoffer] en/of omstanders en daarbij dreigend de voorden toe te voegen: "Ben je alleen?", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- met een hamer, althans een hard voorwerp, meerdere vitrines kapot te slaan en uit

die vitrines sieraden weg te pakken/nemen;

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven personen op/of omstreeks 16 april 2026 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid sieraden, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [naam juwelier] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of omstanders, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door

- dreigend en met gezichtsbedekkende kleding de juwelier binnen te gaan,

- met een mes, althans een scherp/puntig voorwerp de juwelier binnen te gaan,

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of

te richten en/of gericht te houden aan/op die [slachtoffer] en/of omstanders en daarbij dreigend de voorden toe te voegen: "Ben je alleen?", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

- met een hamer, althans een hard voorwerp, meerdere vitrines kapot te slaan en uit die vitrines sieraden weg te pakken/nemen

welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte op of omstreeks 16 april 2026 in Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen, te weten door

- een chatgroep aan te maken en/of (daarin) inlichtingen over de overval te delen,

- personen te ronselen om de overval te plegen,

- een vergoeding in het vooruitzicht te stellen;

2

hij, op of omstreeks 19 mei 2026 te Rijsenhout en/of Nieuw-Vennep, althans in Nederland,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 95 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine en/of

- ongeveer 135,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,

zijnde cocaine en/of MDMA

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3

hij, op of omstreeks 19 mei 2026, te Rijsenhout, gemeente Haarlemmermeer, (van) een horloge (van het merk Rolex), althans een of meer voorwerpen

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.

2. Vrijspraak feit 1 en 3 / Bewijs feit 2

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1 primair en 2 en dat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 3 omdat na onderzoek gebleken is dat de Rolex nep is. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 (primair en subsidiair) en 3. De verdachte heeft feit 2 niet betwist en ten aanzien van dit feit is geen verweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

Feit 1

De rechtbank stelt vast dat op 16 april 2026 een gewapende overval heeft plaats gevonden op [naam juwelier] in Rotterdam, waarbij een medewerkster is bedreigd met een vuurwapen. De drie overvallers hebben de vitrines met sieraden kapot geslagen en diverse sieraden en horloges weggenomen. De rechtbank stelt voorts vast dat de verdachte niet één van de overvallers is geweest die op 16 april 2026 de juwelier zijn binnengestapt.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte desondanks zodanig nauw en bewust met de medeverdachten heeft samengewerkt, dat de conclusie moet zijn dat hij deze overval samen hen heeft gepleegd, dan wel of hij deze overval heeft uitgelokt.

De verdachte zat op Snapchat met zijn Snapchataccount ‘[accountnaam]’ in een chatgroep waarin in totaal zes deelnemers zaten en waarin berichten over de overval werden gestuurd. In het dossier bevinden zich echter geen berichten die door de verdachte met zijn account ‘[accountnaam]’ in deze chat zijn gestuurd. Uit zijn enkele aanwezigheid in de chatgroep kan niet worden afgeleid dat hij de overval heeft medegepleegd. De enkele constatering dat in één bericht, verstuurd door een andere deelnemer in hetzelfde groepsgesprek, wordt gezegd dat “het geld wordt gebracht naar mij of [accountnaam]”, rechtvaardigt evenmin de conclusie dat de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt aan de overval dan wel deze heeft uitgelokt.

De verdachte heeft één dag voor het plaatsvinden van de overval met [medeverdachte 2] gesproken via Snapchat. [medeverdachte 2] stuurde naar de verdachte dat hij iemand heeft gevonden die ‘fit’ is. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verder geen context uit dit gesprek blijkt en dit gesprek ook niet gekoppeld kan worden aan de overval op de juwelier.

Verder blijkt uit het dossier dat de verdachte na het plaatsvinden van de overval een meer dan gemiddelde belangstelling heeft gehad voor de (gevolgen van de) overval, de gedetineerde medeverdachten en het politieonderzoek. Deze bevindingen versterken de verdenking tegen de verdachte, echter kan hieruit nog altijd niet worden geconcludeerd dat de verdachte op enige manier betrokkenheid heeft gehad bij het plegen dan wel uitlokken van de overval. Op basis van het dossier kan dus niet worden vastgesteld dat de verdachte samen met anderen de overval heeft gepleegd dan wel deze heeft uitgelokt.

Het primair en subsidiair ten laste gelegde kan daarom niet bewezen worden verklaard.

Feit 3

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van feit 3. Nu hierover geen discussie bestaat zal de rechtbank deze vrijspraak niet nader toelichten.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat:

2

hij, op 19 mei 2026 te Rijsenhout en Nieuw-Vennep,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 95 gram, van een materiaal bevattende cocaïne en

- 135,4 gram, van een materiaal bevattende MDMA,

zijnde cocaïne en MDMA

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 2 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Deskundigenverslagen NFI

4. Het proces-verbaal van de politie, bevindingen

5. Het proces-verbaal van de politie, KVI

6. Het proces-verbaal van de politie, KVI

7. Het proces-verbaal van de politie, KVI

8. Het proces-verbaal van de politie, KVI

9. Het proces-verbaal van de politie, KVI

10. Het proces-verbaal van de politie, KVI

11. Het proces-verbaal van de politie, KVI

12. Het proces-verbaal van de politie, KVI

13. Het proces-verbaal van de politie, KVI

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

2

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1 primair en 2 veroordeeld worden tot een gevangenisstraf van 36 maanden (met aftrek van voorarrest) waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel niet langer is dan twee maanden.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van twee soorten harddrugs. Drugs leveren gevaren op voor de gezondheid van de gebruikers. Bovendien leiden drugs veelal, direct en indirect, tot verschillende vormen van criminaliteit. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 juli 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 18 augustus 2026 staat (samengevat) het volgende.

Gelet op de aard van het ten laste gelegde zouden eventuele risico verhogende factoren gelegen kunnen zijn in de leefgebieden sociaal netwerk, financiën en het psychosociaal functioneren waarbij bij het laatste gedacht moet worden aan het maken van verkeerde keuzes in ieder geval ten aanzien van het kopen van de hoeveelheid drugs en het onvoldoende nadenken over zijn handelen en de gevolgen ervan. Er is sprake van middelengebruik. De aangetroffen drugs zegt de verdachte samen met vrienden gekocht te hebben en dit zou voor hun eigen gebruik zijn. Ten aanzien van zijn financiën is er geen sprake van schulden. Hij heeft een inkomen en ervaart steun vanuit zijn ouders, zus en vriendin. Het risico op recidive kan niet worden ingeschat. Met de beschikbare informatie kan de reclassering niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn.

Oplegging straf

Gevangenisstraf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Alles afwegende wordt een gevangenisstraf van twee maanden opgelegd.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen geld aan de verdachte wordt teruggeven. De in beslag genomen telefoon is gebruikt bij het plegen van feit 1 en dient verbeurd verklaard te worden.

Standpunt van de verdediging

Verzocht wordt om teruggave van het geld, de telefoon, het horloge en de sleutels van de verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte, te weten; het geld, de telefoon en het horloge. De telefoon wordt teruggegeven omdat de verdachte van feit 1 wordt vrijgesproken.

6. Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven met ingang van 26 augustus 2026. Hiervan is een afzonderlijk bevel opgemaakt.

7. Vorderingen van de benadeelde partijen

Vordering [benadeelde partij 1]

heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 672,37 als vergoeding voor materiële schade en € 11.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast wordt een bedrag van € 63.100,00 aan toekomstige schade gevorderd, ook vermeerderd met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

Primair moet de vordering van de benadeelde partij worden afgewezen, gelet op de bepleite vrijspraak van feit 1. Subsidiair dient de vordering niet-ontvankelijk verklaard te worden gelet op het tijdstip van indienen en de complexiteit van de vordering.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1.

Vordering [benadeelde partij 2]

heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 206.630,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Standpunt van de verdediging

Primair moet de vordering van de benadeelde partij worden afgewezen, gelet op de bepleite vrijspraak van feit 1. Subsidiair dient de vordering niet-ontvankelijk verklaard te worden gelet op het tijdstip van indienen en de complexiteit van de vordering.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1.

8. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 75 uur, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, bij toewijzing van de vordering, verzocht om aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in de hoofdzaak.

Oordeel van de rechtbank

Het nu bewezen feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen. Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de straf. Voor aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht voor de feiten waarvan hij in de hoofdzaak wordt verdacht is geen plaats.

9. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 57, 2 en 10 van de Opiumwet.

10. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en subsidiair en 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

In beslag genomen voorwerpen

beveelt de teruggave van onderstaande voorwerpen aan de verdachte;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 13.317928.24)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 75 uur, zoals opgelegd in het vonnis van 3 januari 2025;

Vorderingen benadeelde partijen

verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 1);

verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 1).

11. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.F. Koekebakker, voorzitter,

en mrs. M. Timmerman en Y. Peters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F. Koekebakker

Griffier

  • mr. H. Tchang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand