RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/720787 / FA RK 26-4453
Referentienummer: VCM/IND/204643
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 juni 2026 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna: betrokkene,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
op dit moment verblijvende in [naam instelling] ,
advocaat mr. Y. Polko te Den Haag.
1. Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 juni 2026, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 3 juni 2026 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 3 juni 2026;
de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 3 juni 2026;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
de relevante politiemutaties en strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden bij [naam instelling] op 8 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2] , arts, verbonden aan [naam instelling] .
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden met behulp van een tolk Pools.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2. Beoordeling
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek, omdat er geen sprake is van ernstig nadeel. Betrokkene is klaar om naar huis te gaan. Betrokkene heeft een woning, inkomen en werk. Volgens de advocaat ervaart betrokkene minder bijwerkingen en zal hij zijn medicatie blijven innemen.
De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank is van oordeel dat uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er voor betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige materiële schade. Voorafgaand aan de opname is betrokkene door de politie meegenomen naar het politiebureau, nadat hij verward gedrag vertoonde en dreigend was tegen de eigenaar van een winkel. Betrokkene wisselt snel in emoties en raakt snel geagiteerd, waarbij de spanning oploopt en hij gaat schreeuwen. Verder vertoont betrokkene oninvoelbaar gedrag en heeft hij grootheidsideeën. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de arts verklaard dat nog steeds een psychotisch toestandsbeeld wordt waargenomen. Betrokkene is gedesorganiseerd en achterdochtig naar familieleden. De arts vertelt dat betrokkene tot aan de mondelinge behandeling merendeels is ingesloten, omdat hij niet meewerkt. Op dit moment is hij iets rustiger en wordt hij langzaam blootgesteld aan prikkels op de afdeling. De arts acht een voorzetting van de klinische opname nodig om het toestandsbeeld te stabiliseren.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manisch-psychotisch toestandsbeeld.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het insluiten;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
het opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. De arts verklaart dat betrokkene wisselend zijn medicatie inneemt. Hoewel betrokkene op dit moment zijn medicatie inneemt, heeft hij recent ook nog gezegd dat hij zijn medicatie heeft uitgespuugd.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 juni 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 8 juni 2026 mondeling gegeven door mr. M. van Kuilenburg, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 19 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend door mr. M. van Kuilenburg, in tegenwoordigheid van mr. J. Smolders, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.