RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/714357 / FA RK 26-918
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 13 februari 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. J.H.S. Vogel te Rotterdam.
1. Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 4 februari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 21 januari 2026;
de zorgkaart van 8 januari 2026;
het zorgplan van 20 januari 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
de relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn;
een schriftelijke verklaring van betrokkene van 11 februari 2026.
Betrokkene is niet verschenen.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank te Rotterdam op 13 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
namens betrokkene de hiervoor genoemde advocaat;
[persoon A] en [persoon B] , beiden verpleegkundige en beiden verbonden aan Fivoor.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2. Beoordeling
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft betrokkene schriftelijk kenbaar gemaakt afstand te doen van zijn recht om gehoord te worden inzake onderhavig verzoek en heeft hij zijn advocaat gemachtigd namens hem het woord te voeren. Gelet hierop is de mondelinge behandeling buiten zijn aanwezigheid gehouden.
Bij beschikking van deze rechtbank van 7 maart 2025 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 7 maart 2026. De officier heeft op 4 februari 2026 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie en een middelgerelateerde stoornis.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is bekend met chronische psychiatrische problematiek. Er is sprake van een ernstige verslavingsproblematiek met schizo- affectieve problematiek en antisociale persoonlijkheidstrekken. Sinds eind 2021 is de situatie van betrokkene na een opname zeer snel achteruit gegaan. Betrokkene gebruikte toenemend middelen en kent dan verwarde en psychotische episodes waarbij hij voor veel overlast zorgt in de buurt. Ook een korte periode van detentie nadat hij een buurtbewoner sloeg, leverde geen gedragsverandering op. Sinds januari 2022 nemen de klachten van buurtbewoners toe met daarbij een dreigende huisuitzetting. Betrokkene heeft daarna vrijwillig zijn huis opgegeven. Sinds maart 2025 woont betrokkene binnen een beschermde woonvorm van Antes waar niet gebruikt mag worden. Door deze stressvolle periode is betrokkene teruggevallen in middelengebruik en werden er weer signalen waargenomen van een psychotische decompensatie. In augustus 2025 is betrokkene zes weken klinisch opgenomen om te stabiliseren. Het lukt betrokkene voor een korte periode om abstinent van middelen te blijven, maar hij valt regelmatig terug. Ondanks de medicamenteuze behandeling worden er met momenten psychotische symptomen waargenomen. Betrokkene gaat drie tot vier dagdelen per week naar dagbesteding. Bij een terugval lukt dit niet en is betrokkene onrustig, gespannen en nemen de tics vanuit Gilles de la Tourette zichtbaar toe. Betrokkene heeft dan een zeer beperkt ziekte-inzicht en besef. Binnen de huidige zorgmachtiging is geprobeerd om psychologische behandeling te starten om betrokkene stabiel te houden. Betrokkene begrijpt dat hij schizofrenie heeft en begrijpt tot in een bepaalde mate dat de huidige medicatie helpt om psychose vrij te zijn. Desondanks heeft betrokkene het idee dat bepaalde lichamelijke klachten door de medicatie komen en heeft met momenten de wens om hiermee te stoppen, met alle gevolgen van dien.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de verpleegkundige dat betrokkene de afgelopen periode goede stappen heeft gezet, maar dat zijn situatie toch zorgelijk blijft. Hoewel betrokkene goed is ingesteld op de medicatie, blijven er momenten bestaan waarbij hij fors blijft terugvallen in gebruik, waardoor psychotische klachten ontstaan. Betrokkene vindt het lastig om behandeling aan te gaan en door de stress gaat hij meer gebruiken. Wanneer betrokkene de medicatie blijft innemen en van middelen af kan blijven, kan hij goed functioneren. Het evenwicht blijft dus wankel, wat maakt dat de zorgmachtiging nog nodig is om bij een ernstige terugval in te kunnen grijpen.
De rechtbank ziet op dit moment nog geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de medische verklaring en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid danwel onvoldoende in staat is, om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Hoewel op dit moment de situatie van betrokkene betrekkelijk stabiel is, moet getracht worden om deze prille, positieve lijn voort te zetten, om welke redenen verplichte zorg nog nodig is.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
en wanneer betrokkene zijn medicatie weigert in te nemen, op een andere manier weigert mee te werken aan ambulante afspraken, of psychisch ontregeld raakt en hierdoor (een risico op) ernstig nadeel ontstaat dat ambulant niet is af te wenden, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg aanvullend noodzakelijk:
het opnemen in een accommodatie, voor de duur van maximaal drie maanden per opname;
het beperken van de bewegingsvrijheid, inherent aan de opname.
De overige door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het verrichten andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, wordt worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal aansluitend op een zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.7. kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 februari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 13 februari 2026 mondeling gegeven door mr. A. Dingemanse, rechter, in tegenwoordigheid van T.E.J. Pieters, griffier, en op 27 februari 2026 door mr. A. Dingemanse, rechter, en S.M. Plaisier-van Welie, griffier, schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.