ECLI:NL:RBZWB:2024:9690

ECLI:NL:RBZWB:2024:9690, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-08-2024, RK 24-011886

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-08-2024
Datum publicatie 02-10-2025
Zaaknummer RK 24-011886
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Klaagschrift beslag 552a Sv, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Locatie Breda

parketnummer: 02/332403-23

rk.nummer: 24-011886

Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:

[klager]

geboren op [datum] 1978 te [plaats]

wonende te [adres]

woonplaats kiezende op het kantoor van mr. N. Assouiki, Bisschop Zwijsenstraat 25

5038 VA Tilburg

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 6 augustus 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs, klager en mr. N. Assouiki als raadvrouw van klager, gehoord.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager dagelijks ernstige (financiële) hinder ondervindt doordat hij niet over zijn administratieve en familiaire gegevens kan beschikken en zijn bancaire en overheid apps niet kan gebruiken. Klager mist daardoor belangrijke e-mails en ondervindt betalingsproblemen. Ten aanzien van het geldbedrag is het van belang dat klager de witwasverdenking stellig ontkent en klager een duidelijke en verifieerbare verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld. Het is dus hoogst onwaarschijnlijk dat een strafrechter later oordelend het geldbedrag verbeurd zal verklaren.

De officier van justitie refereert zich aan de schriftelijke reactie waaruit blijkt dat klager de toegangscodes van de iPad en de telefoons niet wil verstrekken, waardoor het onderzoek aan de gegevensdragers langer duurt. Het geldbedrag is in beslag genomen in het kader van een witwasverdenking. Gelet op de omstandigheden waaronder het geldbedrag is aangetroffen, de verklaring van klager en het gegeven dat klager de afgelopen jaren weinig tot geen inkomsten heeft gehad, is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later tot een verbeurdverklaring over zal gaan.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende vandat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:

- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.

De aanwezigheid van een strafvorderlijk belang sluit niet uit dat de rechtbank onder omstandigheden bij de beoordeling van het klaagschrift ook onderzoekt of voortzetting van het beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

De rechtbank stelt vast dat er op 3 april 2024 een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning van klager. Tijdens deze doorzoeking zijn er drie blokken met vermoedelijk verdovende middelen (hasj), een geldtelmachine, een groot aantal gripzakken, plastic tassen, bigshoppers, elastiekjes en een groot contant geldbedrag aangetroffen. Klager heeft in zijn verhoor van 4 april 2024 verklaard dat hij niets wist van het geld. In het klaagschrift is aangevoerd dat het aangetroffen geld zijn spaargeld is. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het gelet op de omstandigheden waaronder het geldbedrag in beslag is genomen niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later een verbeurdverklaring over het geldbedrag zal uitspreken.

De officier van justitie heeft gemeld dat het onderzoek aan de iPad en de telefoons nog niet is afgerond, daarmee is er sprake van een onderzoeksbelang. De rechtbank overweegt dat klager mogelijk de voortgang van het onderzoek kan bespoedigen en daarmee de voor hem bezwarende gevolgen kan beperken door zijn toegangscodes te verstrekken. De tijd die inmiddels sinds de inbeslagneming is verstreken, valt nog ruim binnen de tijd die gebruikelijk is voor onderzoek aan digitale gegevensdragers. Alles overwegendeis de rechtbank van oordeel dat het voortduren van het beslag proportioneel is.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag ongegrond verklaren.

3. De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.

Deze beslissing is op 20 augustus 2024 genomen door mr. R.J.H. Goossens rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van

20 augustus 2024.

De griffier is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.H. Goossens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand