[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom,
ISD Brabantse Wal (ISD), verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.
6. Omdat er inmiddels voorschotten worden betaald aan verzoeker, heeft de griffier aan verzoeker gevraagd om het spoedeisend belang nader toe te lichten. Verzoeker heeft in reactie daarop gesteld dat het voorschot tijdelijk is en er nog geen definitieve beslissing is genomen over zijn recht op uitkering. Verder heeft hij opgemerkt dat er een risico bestaat dat de voorschotten worden stopgezet.
7. De ISD heeft in een e-mailbericht van 17 september 2025 aan verzoeker bevestigd dat er, in afwachting van het advies van het IMK voorschotten verstrekt zullen worden. Verzoeker heeft daarmee de beschikking over een inkomen, zodat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Dat er nog geen definitief besluit is genomen over het recht op uitkering maakt dat niet anders. Hetzelfde geldt voor de stelling van verzoeker dat de voorschotten tijdelijk zijn en er de mogelijkheid bestaat dat de voorschotten worden stopgezet. Zolang er voorschotten verstrekt worden en er geen aankondiging is dat deze voorschotten gestopt worden, bestaat er geen spoedeisend belang bij een oordeel van de voorzieningenrechter. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 30 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: