RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 11482051 OV VERZ 25-134
beschikking d.d. 15 augustus 2025
inzake
[verzoeker],
kantoorhoudende te [plaats] aan het [adres],
verzoekende partij,
procederend in persoon,
tegen:
1. Ministerie van Financiën,
1. Het verloop van het geding
kantoorhoudende te Den Haag,
2. Belastingdienst,
kantoorhoudende te Eindhoven,
verwerende partijen,
nog niet verschenen.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘[verzoeker]’, ‘het Ministerie’ en ‘de Belastingdienst’.
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
2. De verdere beoordeling
In voornoemde beschikking heeft de kantonrechter [verzoeker] opgedragen zijn verzoekschrift aan te vullen en toe te lichten op grond waarvan de kantonrechter bevoegd is zijn verzoeken te behandelen.
[verzoeker] heeft op 18 februari 2025 een aanvullend verzoekschrift ingediend, waarin hij aangeeft dat zijn verzoek vijf primaire doelen heeft:
a. het in behandeling nemen van de ingebrekestellingen;
b. de maximale dwangsommen te verbeuren;
c. het volledig in uitvoering brengen van de uitspraak op bezwaar van 28 september 2018 betreffende de omzetbelasting;
d. de brieven van het bestuursorgaan van 23 oktober 2024 en 15 november 2023 aan te merken als besluiten, waartegen bezwaar en beroep open staat;
e. het bezwaarschrift betreffende de omzetbelasting 2017 hetzelfde te behandelen als de bezwaarschriften betreffende de omzetbelastingen 2016 en 2018 conform de Wet gelijke behandeling.
Hij benadrukt dat hij de rechtbank te Den Haag had gevraagd zijn verzoekschrift door te sturen naar de bevoegde rechtbank, zodat hem niet kan worden verweten dat het verzoekschrift naar de onderhavige rechtbank is toegestuurd. Ook benadrukt hij dat geen sprake is van vorderingen.
De kantonrechter overweegt dat de doelen onder a., b. en d. dienen te worden voorgelegd aan de bestuurs-/belastingrechter van deze rechtbank. Zij zal ervoor zorgdragen dat de stukken intern worden doorgestuurd, zodat, voor zover de verzoeken daarop zien, de zaak verder kan worden behandeld.
De doelen onder c. en e. kunnen mogelijk onder de bevoegdheid van de civiele rechter vallen voor zover het zou gaan om vorderingen tot verklaren voor recht of vorderingen uit hoofde van onrechtmatige daad. [verzoeker] heeft in zijn aanvullend verzoekschrift verduidelijkt dat het daar niet om gaat. Hij heeft alleen verzocht het bestuursorgaan/de bestuursorganen op te dragen (anders) te handelen. Hiertoe is de civiele rechter niet bevoegd, zodat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken, voor zover zij zien op deze doelen.
[verzoeker] is de in het ongelijk gestelde partij, zodat hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van het Ministerie en de Belastingdienst worden deze begroot op nihil.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart [verzoeker] niet-niet ontvankelijk in zijn verzoeken, voor zover deze kunnen worden voorgelegd aan de civiele rechter;
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van het Ministerie en de Belastingdienst begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.