Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800014-18
Beslissing van de meervoudige kamer van 14 oktober 2025 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [locatie],
raadsman: mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam.
De terbeschikkinggestelde wordt hierna “betrokkene” genoemd.
1. De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 9 september 2025 die strekt tot het alsnog van overheidswege verplegen van betrokkene;
- het bevel tot voorlopige verpleging van de rechter-commissaris van 9 september 2025;
- het Advies aan opdrachtgever van de verslavingsreclassering Novadic-Kentron van
8 september 2025.
2. Procesverloop
Bij vonnis van deze rechtbank van 6 maart 2019 is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden van betrokkene gelast. De tbs is gelast ter zake van vernieling, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zware mishandeling en mishandeling.
De termijn van de tbs is aangevangen op 20 maart 2019 en is laatstelijk verlengd met één jaar bij beslissing van deze rechtbank van 26 maart 2025.
De vordering tot verpleging van overheidswege is op de openbare terechtzitting van
30 september 2025 behandeld. De officier van justitie mr. J. Verschuren is gehoord.
Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman.
Voorts is de deskundige [deskundige], reclasseringswerker, gehoord.
3. Adviezen
Advies reclassering
De verslavingsreclassering Novadic-Kentron heeft in het rapport van 8 september 2025 verslag gedaan van het verloop van de tbs. Door de houding van betrokkene zijn er meerdere incidenten geweest en officiële waarschuwingen gegeven. Betrokkene is geplaatst in diverse klinieken ([kliniek 1], [kliniek 2] en [kliniek 3]) en bij beschermde woonvormen, maar hij laat telkens hetzelfde gedrag zien. Hij is slecht begeleidbaar, toont (verbale) agressie en gaat in de weerstand als hij wordt aangesproken op zijn eigen verantwoordelijkheden. Betrokkene saboteert zijn eigen stabilisatie en resocialisatie en na zes jaar tbs is er nog weinig veranderd. Intrinsieke motivatie voor gedragsverandering lijkt niet bij hem aanwezig te zijn. Hij heeft op dit moment geen zinvolle daginvulling en het begeleid wonen bij het [woonbegeleiding] is op 8 september 2025 beëindigd. De eerder bij betrokkene gediagnosticeerde stoornissen zijn nog altijd aanwezig en het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. De reclassering acht het kader van de tbs met voorwaarden te vrijblijvend en ziet geen andere mogelijkheid dan omzetting naar tbs met verpleging van overheidswege. Betrokkene heeft de meldplicht en de verplichting tot het meewerken aan ambulante behandeling, dagbesteding en begeleid wonen (meerdere keren) niet nageleefd.
Ter zitting heeft de deskundige het advies van de reclassering onderschreven en daaraan toegevoegd dat in het contact met betrokkene voelbaar is dat hij denkt toch geen verpleging van overheidswege te zullen krijgen. Betrokkene werkt onvoldoende mee aan behandeling en begeleiding, en door de uitzetting bij het [woonbegeleiding] valt nu ook de omgevingsprothese weg, waardoor het recidiverisico wordt vergroot en thans als hoog moet worden geduid.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat betrokkene alsnog van overheidswege wordt verpleegd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft afwijzing van de vordering bepleit. Zij vindt omzetting disproportioneel gezien het indexdelict en de geringe ernst van de schending van de voorwaarden. Daarnaast meent zij dat moet worden uitgegaan van een lagere risicotaxatie, zoals is vastgesteld in de pro-justitiarapportage van [psychiater] uit 2022.
5. Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat aan de tbs momenteel als voorwaarden zijn gesteld dat betrokkene:
o dat hij meewerkt aan huisbezoeken;
o dat hij zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
o dat hij een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;
o dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
o dat hij de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
o dat hij de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
o dat hij zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
o dat hij meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;
Aan de reclassering is de opdracht gegeven betrokkene bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
De rechtbank constateert op basis van de inlichtingen van de reclassering dat betrokkene zich niet heeft gehouden aan vier van de voormelde voorwaarden. Verdachte heeft de meldplicht niet naar behoren nageleefd en heeft onvoldoende meegewerkt aan behandeling, dagbesteding en begeleid wonen. De rechtbank is van oordeel dat bij een schending van meerdere voorwaarden in beginsel een omzetting naar tbs met verpleging van overheidswege is aangewezen, tenzij er redenen zijn om deze omzetting achterwege te laten. Dergelijke redenen zijn de rechtbank niet gebleken. Zij neemt hierbij in aanmerking dat de reclassering gedurende zes jaar op verschillende manieren heeft geprobeerd gedragsverandering bij betrokkene te bewerkstelligen, maar dat hij steeds terugvalt in zijn oude gedrag en onvoldoende vooruitgang laat zien. Betrokkene heeft van meet af aan zijn eigen koers willen varen en zich niet begeleidbaar opgesteld, ondanks meerdere (officiële) waarschuwingen. Ook op zitting heeft betrokkene weinig tot geen intrinsieke motivatie tot gedragsverandering laten zien. Gezien het voorgaande, het hoge recidiverisico en het gegeven dat de reclassering geen mogelijkheden meer ziet om op verantwoorde wijze uitvoering te geven aan het toezicht, is de rechtbank van oordeel dat alsnog de verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden bevolen.
6. Beslissing
De rechtbank beveelt dat betrokkene alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Louwerse, voorzitter,
en mr. J.C.A.M. Los en mr. S.H. Stein, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 oktober 2025.