ECLI:NL:RBZWB:2025:7033

ECLI:NL:RBZWB:2025:7033, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-10-2025, BRE 24/5646 en BRE 24/5648

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-10-2025
Datum publicatie 28-10-2025
Zaaknummer BRE 24/5646 en BRE 24/5648
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011353

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Renteaftrek eigenwoningschuld.

Uitspraak

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 9 februari 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor de jaren 2020 en 2021 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd en daarbij belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikkingen).

De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft de beroepen van belanghebbende op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben, namens de inspecteur, mr. drs. [inspecteur 1] en [inspecteur 2] deelgenomen. Belanghebbende is, met voorafgaand bericht, niet ter zitting verschenen (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Feiten

2. Belanghebbende heeft in 2020 en 2021 een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Belanghebbende heeft over het jaar 2020 drie aangiften IB/PVV ingediend. In de laatst ingediende aangifte heeft hij voor de woning een bedrag van € 82.096 aan rentelasten in aftrek gebracht. Het bedrag is als volgt opgebouwd:

Rekeningnummer

Schuld ultimo 31 december 2020

Rente

[rekeningnummer 1]

€ 39.928

€ 1.085

[rekeningnummer 2]

€ 61.015

€ 1.701

[rekeningnummer 3]

€ 220.000

€ 77.260

[rekeningnummer 4]

€ 34.920

€ 1.167

[rekeningnummer 5]

€ 1.737

€ 49

[rekeningnummer 6]

€ 21.728

€ 748

[rekeningnummer 7]

€ 3.085

€ 86

Over het jaar 2021 heeft belanghebbende twee aangiften IB/PVV ingediend. In de laatst ingediende aangifte heeft hij voor de woning een bedrag van € 66.723 aan rentelasten in aftrek gebracht. Het bedrag is als volgt opgebouwd:

Rekeningnummer

Schuld ultimo 31 december 2021

Rente

[rekeningnummer 1]

€ 37.954

€ 1.059

[rekeningnummer 2]

€ 59.489

€ 1.659

[rekeningnummer 3]

€ 220.000

€ 52.000

[rekeningnummer 4]

€ 34.116

€ 11.141

[rekeningnummer 5]

€ 1.693

€ 48

[rekeningnummer 6]

€ 21.235

€ 732

[rekeningnummer 7]

€ 3.008

€ 84

De inspecteur is afgeweken van de aangiften en heeft bij het opleggen van de aanslagen voor het jaar 2020 € 12.096 en voor het jaar 2021 € 11.983 aan rentelasten in aftrek toegestaan.

Beoordeling door de rechtbank

Afwijzing verdagingsverzoek

3. Belanghebbende heeft de rechtbank op 23 september 2025 verzocht om uitstel van de mondelinge behandeling ter zitting. De rechtbank heeft belanghebbende op 29 september 2025 verzocht om zijn verdagingsverzoek te onderbouwen met stukken. Naar aanleiding van correspondentie met belanghebbende heeft de rechtbank dit verzoek bij berichten van 6 oktober 2025 en 8 oktober 2025 herhaald. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende geen objectief verifieerbare stukken heeft overgelegd om zijn verdagingsverzoek te onderbouwen. Omdat het verdagingsverzoek onvoldoende is gemotiveerd heeft de rechtbank het verzoek bij bericht van 2 oktober 2025 afgewezen.

De aanslagen en belastingrentebeschikkingen

De rechtbank stelt vast dat belanghebbende in de aangiften IB/PVV 2020 en 2021 de volgende bedragen aan aftrekbare rente eigenwoningschuld in aanmerking heeft genomen:

2020: € 82.096

2021: € 66.723

De inspecteur heeft renseignementen ontvangen van de hypotheekverstrekker Rabobank. Hieruit volgt dat belanghebbende in 2020 € 12.096 en in 2021 € 11.983 aan hypotheekrente heeft betaald. De inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslagen over de jaren 2020 en 2021 de aftrekbare rente eigenwoningschuld gecorrigeerd en heeft de bedragen op grond van de renseignementen van Rabobank in aftrek toegestaan.

De inspecteur heeft de door belanghebbende gestelde aftrekbare bedragen aan rente eigenwoningschuld gemotiveerd betwist door overlegging van de renseignementen van de hypotheekverstrekker. Daarom rust de bewijslast op belanghebbende om aannemelijk te maken dat hij de door hem gestelde bedragen aan hypotheekrente in de jaren 2020 en 2021 heeft betaald. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende zijn stelling niet met stukken heeft onderbouwd. De rechtbank acht de door belanghebbende in aftrek gebrachte bedragen gezien de hoogte van de eigenwoningschuld ongeloofwaardig. De rechtbank is daarom van oordeel dat belanghebbende niet aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat de inspecteur terecht is uitgegaan van de door de Rabobank gerenseigneerde bedragen.

Het gelijk is aan de inspecteur. Dit betekent dat de aanslagen IB/PVV 2020 en 2021 in stand blijven.

Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikkingen.

Omdat de beroepen ongegrond zijn , krijgt belanghebbende het griffierecht niet terug. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken op 14 oktober 2025 door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.H.W. Steijn

Griffier

  • mr. C.C. van den Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2025102808 V-N Vandaag 2025/2153 FutD 2025-2181 Sdu Nieuws Belastingzaken 2025/1193
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand