ECLI:NL:RBZWB:2025:7034

ECLI:NL:RBZWB:2025:7034, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-10-2025, BRE 25/428

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 14-10-2025
Datum publicatie 28-10-2025
Zaaknummer BRE 25/428
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzuimboete inkomstenbelasting.

Uitspraak

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 17 december 2024.

De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2022 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. Gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag IB/PVV heeft de inspecteur aan belanghebbende een verzuimboete van € 385 opgelegd.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de verzuimboete. De inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben belanghebbende (via digitale beeldschermverbinding) en de inspecteur deelgenomen. Namens de inspecteur zijn mr. drs. [inspecteur 1] en [inspecteur 2] verschenen.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Feiten

2. De inspecteur heeft belanghebbende bij brief van 28 februari 2023 uitgenodigd om aangifte IB/PVV voor het jaar 2022 te doen en bij brief van 9 augustus 2023 heeft hij belanghebbende aangemaand. In de aanmaning staat vermeld dat de aangifte vóór 23 augustus 2023 moet zijn ontvangen door de inspecteur.

Belanghebbende heeft de aangifte IB/PVV 2022 op 31 augustus 2023 ingediend, ná het verstrijken van de door de inspecteur laatstelijk gestelde termijn.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur terecht een verzuimboete van € 385 aan belanghebbende heeft opgelegd.

De rechtbank stelt vast dat belanghebbende niet betwist dat hij door de inspecteur is uitgenodigd en is aangemaand om aangifte IB/PVV 2022 te doen. De rechtbank stelt tevens vast dat belanghebbende de aangifte niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn heeft gedaan.

Aan de belastingplichtige, die is uitgenodigd tot het doen van aangifte en die de aangifte niet, dan wel niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn heeft gedaan, kan een verzuimboete worden opgelegd. Ter zake van een aangifteverzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van zeven procent van het wettelijk maximum van € 5.514, ofwel € 385.

De mate van verwijtbaarheid speelt bij een verzuimboete geen rol, tenzij er sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas). Van avas is sprake wanneer de belastingplichtige geen enkel verwijt treft ten aanzien van het niet tijdig indienen van de aangifte. Daarvoor is vereist dat de belastingplichtige alle in de gegeven omstandigheden in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat de aangifte tijdig wordt gedaan. Op belanghebbende rust de last om aannemelijk te maken dat sprake is van avas.

Belanghebbende heeft enkel persoonlijke omstandigheden en vakanties aangevoerd als reden voor de te late indiening. Daarmee is belanghebbende niet in zijn bewijslast geslaagd. De verzuimboete is naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn omstandigheden gesteld noch gebleken die aanleiding geven voor een matiging van de opgelegde boete. Het feit dat de inspecteur te laat uitspraak op bezwaar heeft gedaan is geen reden om de aan belanghebbende opgelegde boete te matigen. Belanghebbende had de inspecteur bij het uitblijven van een uitspraak op bezwaar in gebreke kunnen stellen. Dat heeft hij niet gedaan. De verzuimboete van € 385 is dan ook passend en geboden. Het beroep is ongegrond.

Omdat het beroep ongegrond is, krijgt belanghebbende het griffierecht niet terug. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken op 14 oktober 2025 door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. C.C. van den Berg, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.H.W. Steijn

Griffier

  • mr. C.C. van den Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2025102804 V-N Vandaag 2025/2169 FutD 2025-2186
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand