ECLI:NL:RBZWB:2025:7427

ECLI:NL:RBZWB:2025:7427, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-10-2025, 24/5320 tot en met 24/5322

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-10-2025
Datum publicatie 06-11-2025
Zaaknummer 24/5320 tot en met 24/5322
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0018450

Samenvatting

8:54; niet-ontvankelijk wegens het niet indienen van de gronden.

Uitspraak

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 12 juni 2024. De beroepen zien op de (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2018 met aanslagnummers [BSN].H.86.01, [BSN].H.87.01 en [BSN].W.86.01.4 en de bij beschikking opgelegde boete en vastgestelde belastingrente.

Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat belanghebbende de gronden van de beroepen niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

Heeft belanghebbende de gronden tijdig vermeld?

4. Belanghebbende heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft belanghebbende in haar bericht van 23 juli 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 9 september 2024 met een termijn van twee weken.

Op 30 september 2024 heeft belanghebbende in reactie daarop nogmaals het beroepschrift overgelegd met daarbij een aantal bijlagen (de uitspraak op bezwaar en de aanvulling daarop en twee dwangbevelen). Aangezien in het beroepschrift is verzocht om uitstel voor het indienen van de motivering van het beroep, heeft de rechtbank deze brief opgevat als een verzoek om uitstel. Bij bericht van 2 oktober 2024 is er uitstel verleend met een termijn van vier weken. Vervolgens is op 3 juli 2025 opnieuw uitstel verleend, ditmaal per aangetekende brief, eveneens met een termijn van vier weken. De enveloppe waarin deze brief aangetekend is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen met de aantekening ‘Niet afgehaald’. De griffier heeft de brief vervolgens nogmaals verstuurd op 25 juli 2025, nu per gewone post en met een laatste termijn van twee weken. Deze brief is verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres.

Belanghebbende heeft binnen de gestelde termijn geen gronden ingediend. Belanghebbende heeft de beroepsgronden dus niet tijdig gemeld.

Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?

5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 29 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. S.J. Willems-Ruesink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand