ECLI:NL:RBZWB:2025:7482

ECLI:NL:RBZWB:2025:7482, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-10-2025, C/02/441219 / FA RK 25-5479

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 31-10-2025
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer C/02/441219 / FA RK 25-5479
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685

Samenvatting

Voorlopige voogdij GI - schriftelijke afdoening, omdat moeder afziet van het recht om gehoord te worden, zij akkoord is met het verzoek en de kinderrechter zich op grond van de stukken voldoende geïnformeerd acht - moeder overweegt serieus om afstand te doen van de minderjarige en zolang dat niet duidelijk is, dient er in het gezag over de minderjarige te worden voorzien.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/441219 / FA RK 25-5479

Datum uitspraak: 31 oktober 2025

Nadere beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ROTTERDAM-DORDRECHT,

locatie Rotterdam,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

domicilie kiezende te [woonplaats],

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).

1. Het (verdere) verloop van de procedure

Het verdere procesverloop bestaat uit de volgende stukken:

de in deze zaak gegeven beschikking van [geboortedag] 2025 en alle daarin genoemde stukken;

het e-mailbericht van het FIOM van 28 oktober 2025.

Oorspronkelijk stond er een zitting in deze zaak gepland op 7 november 2025. Bij e-mailbericht van 28 oktober 2025 heeft het FIOM de kinderrechter laten weten dat de moeder akkoord is met de tijdelijke beëindiging van haar gezag en dat zij niet naar de zitting zal komen.

Uit voormeld e-mailbericht van het FIOM blijkt dat de moeder akkoord is met het verzoek en dat zij afziet van het recht om gehoord te worden. De kinderrechter heeft daarop besloten de reeds ingeplande zitting geen doorgang te laten vinden en de zaak verder schriftelijk af te doen. De kinderrechter acht zich op grond van de stukken voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen.

2. De feiten

Bij de in deze zaak gegeven beschikking van [geboortedag] 2025 is [minderjarige] onder voorlopige voogdij gesteld van de GI voor de duur van twee weken, onder aanhouding van het overige deel van het verzoek.

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

3. Het (resterende) verzoek

De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4. De (nadere) beoordeling

Spoedbeslissing

Bij beschikking van [geboortedag] 2025 is de voorlopige voogdij uitgesproken voor de duur van twee weken, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek totdat de belanghebbenden de gelegenheid hebben gehad om te worden gehoord.

De overgelegde stukken geven de kinderrechter geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake is van feiten en omstandigheden die maken dat de spoedbeslissing moet worden herroepen.

Inhoudelijke beoordeling resterend deel van het verzoek

De kinderrechter kan ingevolge artikel 1:241, eerste, tweede en vierde lid van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) op verzoek van de Raad een gecertificeerde instelling belasten met de voorlopige voogdij over een minderjarige indien het dringend en onverwijld noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over de minderjarige te voorzien teneinde de belangen van de minderjarige te kunnen behartigen. De maatregel vervalt na verloop van drie maanden na de dag van de beschikking, tenzij voor het einde van deze termijn om een voorziening in het gezag over de minderjarige is verzocht.

Er is naar het oordeel van de kinderrechter voldaan aan de wettelijke voorwaarden als vermeld in artikel 1:241 BW voor voorlopige voogdij. De verzochte maatregel is dringend en onmiddellijk noodzakelijk om de belangen van [minderjarige] te kunnen behartigen. Op dit moment en mogelijk ook in de toekomst is de moeder niet bereid dan wel in staat het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit te oefenen en de daarbij horende verantwoordelijkheid voor beslissingen in het belang van [minderjarige] zelfstandig te nemen.

Uit de overlegde stukken is gebleken dat de moeder serieus overweegt om afstand te doen van [minderjarige]. Zolang daarover geen duidelijkheid bestaat, dient er in het gezag over [minderjarige] te worden voorzien. De betrokkenheid van de GI is nodig om de belangen van [minderjarige] te kunnen behartigen en te kunnen ingrijpen wanneer dat nodig is. Daarom zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek toewijzen.

Gelet op artikel 1:241, vierde lid, BW vervalt deze maatregel

van rechtswege na drie maanden, gerekend vanaf [geboortedag] 2025, tenzij voor het einde van

die termijn aan de rechter een voorziening in het gezag over [minderjarige] is verzocht.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is

verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Aantekening gezagsregister

De kinderrechter zal de griffier verzoeken om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister, zodat voor iedereen kenbaar is hoe de voorlopige voogdij over [minderjarige] geregeld is.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de voorlopige voogdij van de GI over [minderjarige] met ingang van 8 november 2025 tot 25 januari 2026;

bepaalt dat aan de GI alle bevoegdheden ten aanzien van de persoon en het vermogen van [minderjarige] die in het belang van [minderjarige] noodzakelijk zijn, worden toegekend;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

stelt vast dat de voorlopige voogdij van rechtswege na drie maanden eindigt, namelijk op 25 januari 2026, tenzij voor het einde van die termijn aan de rechtbank een voorziening in het gezag over [minderjarige] is verzocht. De voorlopige voogdij loopt dan door totdat op dat verzoek is beslist;

verzoekt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het centraal gezagsregister.

Deze beschikking is gegeven door mr Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand